Mensen vragen hem wel eens waar hij de zin en tijd vandaan haalt om zoveel uren vrijwilligerswerk voor SV Poortugaal te doen. Het antwoord vat Mario van Klei in één woord samen: liefde. “Ik steek er geen uren werk in, wel liefde.”

SV Poortugaal voorzitter Jaap Smaling noemt hem goud waard voor de club. “Wij kunnen niet zonder hem. Hij is een pareltje voor ons.”

Andersom geldt het ook dat Van Klei niet zonder zijn club kan, reageert de 62-jarige woninginrichter, die als zzp’er nog vier halve dagen werkt. “Ik ben iedere dag wel drie à vier uur op de club. Ik ben een aanpakker, al heb ik in de loop der jaren ook wel geleerd om zaken te delegeren.” Hij is voorzitter van de barcommissie, maar doet veel meer dan dat. “Ik spring in als het nodig is.”

“Ik heb vanaf mijn achttiende altijd al jeugd getraind”, zegt Van Kleij. Hij kon zelf ook goed voetballen. In de jeugd van PSV Poortugaal was hij een groot talent. Op zijn achttiende debuteerde hij in het eerste elftal. “Ik was heel snel en ook redelijk technisch. Ik scoorde altijd. Oók bij het eerste. Tenminste, in mijn tweede wedstrijd tegen LMO maakte ik er drie.”

Een paar dagen na die wedstrijd kreeg Van Klei echter een ongeluk. “Mijn auto was total-loss, mijn enkel en onderbenen gebroken. Ik ben nooit meer op mijn niveau teruggekomen. Snel was ik nog wel, maar ik was veel minder wendbaar dan voor het ongeluk.”

In 1988 brak hij zijn scheenbeen na een onbezonnen actie van de keeper van de tegenpartij. Weer volgde een lange revalidatie. “Ik heb daarna niet zo lang meer gevoetbald. Ik durfde niet meer, was bang dat ik weer in de ziektewet zou komen. Ik werkte al als zelfstandige.”

Hij verrichtte toen al veel vrijwilligerswerk. “Ik heb in de jeugdcommissie gezeten en was ook secretaris. Ik ging ook altijd mee met het jeugdkamp. Dat heb ik 32 jaar lang gedaan. We gingen naar plaatsen als Vierhouten, Otterloo en Hengelo in Gelderland. Op een gegeven moment ben ik daar mee gestopt. Ik was het niet eens met hoe het ging. Dan moet je niet zitten kniezen, maar het uit handen geven. Het eerste jaar dat ik niet mee was, was moeilijk, daarna niet meer. Ik vind dat je altijd moet denken in belang van de club. Ik mag dan vrijwilliger zijn, maar het draait om de club en niet om mij.”

Hij is al vijftien jaar voorzitter van de Club van Vijftig. “Leo Braat heeft dat ooit opgezet. Ik heb het met Jaap Smaling overgenomen en toen Jaap voorzitter van de club werd, ben ik alleen voorzitter geworden. We hebben 135 leden. Waar we kunnen ondersteunen we de club. Dan moet je denken als er een koelkast of iets anders vervangen moet worden.”

Hij regelt alle zaken rond de bar. Hij doet de inkoop en maakt de roosters. Met twee kantines – die van PSV Poortugaal en Oude Maas – een klus. “Die van Oude Maas is alleen op zaterdag open, op doordeweekse dagen hebben we in de oude PSV-kantine tot negen uur ’s avonds bezetting, met uitzondering van donderdag. Dat is de clubavond en zijn we langer open. Ik lig ’s nachts wel eens te piekeren of we voor zaterdag genoeg mensen hebben achter de bar, maar het komt altijd weer goed. We hebben bij Poortugaal geen klagen over vrijwilligers, maar handen tekort kom je altijd.” Zijn vrouw Rina is ook al jaren actief als vrijwilliger. “Ze deelt dezelfde liefde. Ze is twee jaar ziek geweest, maar nu voor 95 procent weer hersteld.”

De fusie tussen Oude Maas en PSV Poortugaal juicht het erelid van PSV toe. “Ik heb niet het idee dat ik in een andere vereniging ben beland. Het is groter geworden, dat wel. Als je eraan terugdenkt was het natuurlijk best raar: twee clubs uit één dorp zo naast elkaar. We visten op alle gebieden in dezelfde vijver.”