Voetbalouders kennen we allemaal. Sommigen staan bloedfanatiek langs de lijn, anderen staan op het veld om de jeugd het plezier van het spelletje te laten beleven. Menno Riel hoort sinds drie jaar bij de laatste groep, ambities om trainer te worden had hij nooit, maar het plezier van zijn spelers uit Hansweertse Boys JO-10 werkt aanstekelijk.

Bij de mini’s was Riel nog gewoon een ouder die bij zijn kind langs de zijlijn stond te kijken, daarna werd hij gevraagd om te assisteren, maar dat werd al snel steeds minder assisteren. Nu is de 45-jarige vader trainer van de JO-10 van Hansweert, maar een typische voetballer is hij allerminst. “Ik heb totaal geen voetbalachtergrond, heb zelf nooit gevoetbald.” Toch is hij nu dus verantwoordelijk voor de trainingen en het leiden van wedstrijden, maar gelukkig wordt hij daarbij ondersteund door Arnoud Verhage. “Arnoud heeft meer voetbalverstand dan ik. Samen werkt het sowieso fijner, want die jongens kunnen soms best druk zijn.”

Ingespeeld
In de eerste seizoenshelft speelde de JO-10 in de derde klasse. Het team, bestaande uit acht spelers, won alle wedstrijden en mocht zich dus kronen tot kampioen. Ondanks dat plezier het belangrijkste is, geniet Riel ook van de ontwikkeling. “Het is leuk om te zien dat er groei is. Veel jongens spelen al bijna vier jaar samen, dan zie je dat ze steeds beter op elkaar zijn ingespeeld.” Door het kampioenschap promoveerden ze naar de tweede klasse, daar werden voor het eerst wedstrijden verloren, maar de trainer ziet vooral positieve ontwikkelingen. “Ze beginnen hun eigen positie te vinden in het team. Soms loopt een verdediger nog wel eens voorin, maar komt dan toch weer terug achterin. Ze maken steeds weer een stapje.

Videogames
Toch merkt Riel dat de focus bij deze jonge leeftijdsgroep lang niet altijd op voetbal is gericht. Dat gaat de ene training beter dan de andere vertelt hij. “Die jongens zijn veel bezig met videogames, zoals Fortnite. Soms nemen ze dat ook mee naar trainingen, dan moeten wij ze als trainers weer even tot de orde roepen zodat we weer lekker kunnen trainen.” Ambitie om trainer te worden had hij dus nooit en in eerste instantie kwam hij voor de groep te staan omdat er niemand anders was, maar hij doet het zeker niet met tegenzin. “Je haalt er veel voldoening uit. Het plezier dat je ziet tijdens wedstrijden is enorm. De beleving en blijdschap bij die jongens, daar doe je het voor!”