WOLFAARTSDIJK – Het leek zo mooi, want voor Carlos de Jonge was met een terugkeer naar vierdeklasser v.v. Wolfaartsdijk zoals ze mooi zeggen ‘de cirkel rond’. Want ruim twintig seizoenen geleden begon hij destijds aan zijn trainersloopbaan bij de club uit zijn woonplaats. Toch voelt de terugkeer voor de oefenmeester anders.


“Ik had me uiteraard deze terugkeer wel anders voorgesteld natuurlijk. Je wilt op het veld bezig zijn, toewerken naar een speelstijl, positiespelletjes spelen, spelprincipes trainen en ga zo maar door. En uiteraard op het veld als ploeg resultaat boeken. Helaas kan dat nu niet en is het vooral ‘bezighouden’ om aan je fitheid te werken. Maar dat is niet optimaal, zowel niet voor de spelers maar ook niet voor mij als trainer.”

De Jonge kende bovendien een teleurstellende competitiestart met twee overwinningen en twee nederlagen en vind zichzelf met zijn ploeg terug in de middenmoot. “Nou zegt het niet direct iets na vier duels natuurlijk, maar toch hadden we er wel meer uit kunnen en moeten halen vind ik zelf. Anderzijds was het misschien, gezien het grote aantal doorgekomen jonge jongens uit eigen jeugd én een aantal nieuwe spelers, wel te verwachten dat het wisselvallig zou zijn. We hebben een heel grote groep, die allemaal een kans verdienen. In de voorbereiding heb ik dat ook getracht te doen. En als je dan een basisploeg in gedachten hebt, waarvan dan enkele jongens al direct wegvallen met blessures… Dat is extra zuur. Maar anderen krijgen daardoor weer kansen, al ligt het dan nu voor iedereen compleet stil op wedstrijdgebied dan. Gelukkig kunnen we wel iets doen in groepjes van vier, waardoor we wel op het veld staan en dat is toch waarvan ik geniet.”

En dat genieten, dat was vorig seizoen bij De Jonge volledig weg. Hij vertrok tussentijds bij tweedeklasser Bruse Boys en hield er een nare smaak aan over. “Dat bleef wel even hangen ja. Je hebt bepaalde verwachtingen als je op zo’n niveau gaat werken, maar die kwamen niet uit. En dat reken ik mezelf ook wel een deel aan hoor. Daarom heb ik ook lang getwijfeld of ik er bij Wolfaartsdijk wel moest instappen. Want ik wilde bij mijn volgende klus vooral het plezier terugvinden en dat is voor mij niet aan niveau gebonden. Dus daarom had ik geen moeite om weer in de vierde klasse te gaan werken. Er waren we andere argumenten die me lang deden twijfelen, maar ben blij dat ik het toch heb gedaan want het bevalt me ondanks de huidige situatie prima.”

En die argumenten waarop hij doelt waren vooral persoonlijk- en clubgebonden. “Mijn zoon speelt er, ik woon er en was er al actief als trainer én als speler. Ik ken hier iedereen en er moest wel het een en ander gebeuren qua voorwaarden voor ik erin wilde stappen. We hebben ook vijf tot zes goede gesprekken gevoerd, waarin ik mijn visie heb aangegeven. Daarin wilde de club meegaan en zijn we tot overeenstemming gekomen. Zo wilde ik de selectie verjongen én verversen. We hebben daarop gericht jongens benaderd en dat heeft geleid tot een in mijn ogen mooie selectie.”

En zo staat er nu en jonge, gretige groep van vijfentwintig selectiespelers waarmee men bij Wolfaartsdijk de komende jaren wil gaan bouwen. “Dat is de uitdaging die ik ben aangegaan. Want technisch en tactische waren ze nog weinig gewend. Net zoals het seniorenvoetbal voor een aantal nog flink wennen is. Dat gaat gepaard met vallen en opstaan, maar dat hoort erbij. Het geeft bovendien de kans om écht op kwaliteit te selecteren en niet spelers te moeten belonen met een basisplek omdat je er nauwelijks genoeg hebt. Een plek moet je verdienen door prestaties en dat maakt het vak als trainer ook mooi. Om ergens met elkaar naartoe te kunnen werken. Dat perspectief is nu al een tijd weg en dat is vervelend. Het vergt voor mij als trainer een andere manier van werken, nieuwe creativiteit én een andere manier van motiveren. Maar ook daar leer je weer van. Al mag het voor mij wel weer echt ergens om gaan nu.”

Klik hier voor meer informatie over Wolfaartsdijk
Klik hier voor meer artikelen over Wolfaartsdijk