Bradley Martis speelt zijn hele jeugd bij Sparta. In Rotterdam-West leert hij de wetten van het profvoetbal kennen. Hij ontwikkelt zich in rap tempo en maakt in oktober 2018 zijn debuut in het eerste. Alles lijkt hem voor de wind te gaan, maar nog geen drie maanden later stort zijn droom in. Een zware knieblessure is de nagel op de kist van zijn Spartaanse voetbalcarrière. Na een bijzonder avontuur bij het Sloveense NK Celje is hij teruggekeerd in Nederland. Bij IJsselmeervogels. Hij blikt terug op zijn avonturen en vertelt over zijn ambities met De Rooien.
Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear
BUNSCHOTEN-SPAKENBURG – Rond 12.30 uur neemt hij de telefoon op. Het is de dag na de gewonnen wedstrijd tegen Koninklijke HFC. “Ik ben net wakker, ben nog een beetje moe. We hebben gisteren een wedstrijd gespeeld. De adrenaline van zo’n wedstrijd zit dan nog helemaal in mijn lijf. Dan slaap ik altijd slecht.” Het amateurvoetbalritme vormde een omschakeling voor Martis. “Qua niveau zit er niet zoveel verschil tussen de Keuken Kampioen Divisie en de Tweede Divisie. Daar had ik niet zo’n probleem mee. Met name de trainingstijden vond ik lastig”, grinnikt hij. “Als je je hele leven gewend bent ’s middags te trainen en de rest van de dag klaar te zijn, is avondtraining wel even anders. In het begin had ik ook nog geen werk, dan zit je de hele dag niks te doen.”

Slovenië
“Hoe ik daar terecht ben gekomen? Heel simpel, ik zat op een dood spoor bij Sparta. Na mijn blessure trainde ik nog wel mee bij het eerste, maar ik was derde keus. Ik speelde mijn wedstrijden bij Jong Sparta en op een gegeven moment voelde ik dat het me tegenhield in mijn ontwikkeling. Ik voelde me een beetje een leraar bij die jongens. Toen keek ik kritisch naar mezelf en besloot ik mijn heil ergens anders te zoeken. Binnen Nederland was er niks concreets.

Toen kwam er een een mooie aanbieding vanuit Slovenië. Een contract voor drie jaar bij NK Celje. Ik heb toen besloten om avonturier te gaan spelen, haha. In het begin was het wennen. De eerste paar weken in een klein hotelkamertje, bijna geen West-Europeanen in het team en ik sprak de taal niet. Dat was allemaal even anders. Als getinte jongen val je ook nog op. Ik was voor mijn gevoel de enige gekleurde speler in de hele stad. Mensen kijken je aan, dat was voor mij echt even wennen.”

Niet alleen het dagelijks leven was even wennen. De gekste cowboyverhalen over landen in het Oostblok doen de rondte. Van corrupte scheidsrechters tot het niet uitbetalen van je salaris. Met dat laatste kreeg Martis ook te maken. “Na drie weken werd onze trainer ontslagen. We kregen een Tsjechische trainer. Die zag het helemaal in mij zitten. Onder hem speelde ik alles. Helaas werd hij vanwege slechte prestaties ook ontslagen. Toen kwam er een coach van hier. Hij koos voor de lokale jongens.

Toen begonnen alle problemen. Eerst kwam ik op de bank terecht, toen de tribune en uiteindelijk werd ik uit de selectie gezet. Ze wilden mijn contract ontbinden, maar ik had nog twee jaar. Ze boden me twee maandsalarissen, maar dat was voor mij niet voldoende. In de zomer kwamen er geen clubs dus ik besloot te blijven. Dat was voor hen het moment om mij niet meer uit te betalen. Ze probeerden me weg te pesten.

Ik mocht niet meer op de club komen, het stadion niet meer in, als ik de directeur tegenkwam in de supermarkt keek hij me niet aan. Dat soort dingen. Gelukkig geef ik niet gemakkelijk op, al helemaal niet als het om geld gaat. Toen ben ik aan de slag gegaan met zaakwaarnemers, advocaten en de FIFA. Celje betaalde me dan één keer in de drie maanden uit om sancties te ontlopen. Het werd echt een soort kat- en muisspelletje.

Dat ging zo door totdat ze besloten me terug te zetten naar verschillende jeugdelftallen. Ik moest trainen met jochies van twaalf, dertien jaar oud. Dat was echt belachelijk. Mijn zaakwaarnemer zag toen een kans. Dat mocht helemaal niet volgens mijn contract. Toen begon het balletje eindelijk mijn kant op te rollen. Ik heb mijn poot stijf gehouden en zijn we gaan onderhandelen. Mijn contract is ontbonden en ik heb mijn geld gekregen. Wel met de eis dat ik binnen twee dagen het land uit moest, want zij betaalden mijn vliegticket, haha.”

IJsselmeervogels & Curaçao
“Terug in Nederland appte Gillian Justiana (assistent-trainer Curaçao en oud-speler van IJsselmeervogels) me al vrij snel met de vraag of ik niet bij De Rooien wilde komen voetballen. Eerst kwam ik er nog niet uit met de club. Heb ik nog een stage gehad bij Westlandia. In januari kwam IJsselmeervogels terug voor Martis. Ik kreeg twee trainingen om mijn waarde te laten zien, maar na één training waren we er al uit. Toen ging het snel. Voor mij is het nu belangrijk om lekker te kunnen spelen. Na mijn blessure en onrustige periode in Slovenië wil ik weer minuten maken. Voor de club is het belangrijk dat we dit seizoen overleeft hebben. Zodat we volgend seizoen weer bovenin mee kunnen doen. Als het kan wil ik IJsselmeervogels weer aan een titel helpen.”

Vogels vliegen vaak naar het zuiden om de warmte om te zoeken. Martis doet als international van Curaçao met tripjes naar Nieuw-Zeeland zijn naam als IJsselmeervogel in ieder geval wel eer aan. ”Na mijn blessure had ik niet meer verwacht in beeld te zijn bij Curaçao. Totdat ik opeens werd gebeld door Patrick Kluivert (bondscoach Curaçao, red.) met de mededeling dat hij me mee wilde nemen voor de volgende interlands tegen Bahrein en Nieuw-Zeeland. Dat verraste me enorm, maar het is natuurlijk superleuk. Het gaat allemaal supergoed. Ik mag eindelijk weer voetballen, werk voor een hele leuke stichting (Skillz Foundation, red.) en geniet van mijn leven. Uiteindelijk is dat het belangrijkste”.

Bron; Tweede divisie krant

Klik op VoetbalJournaal voor meer nieuws over het amateurvoetbal