mark-braat-alliance-roosendaal

Het was een zondagmiddag op Neeltje Jans, rond de klok van één uur, toen Mark Braat in 2019 toenmalig voorzitter van Alliance Robert Hopstaken belde met een duidelijke boodschap: “Ik wil voorzitter worden van Alliance.” Er ging vervolgens wat tijd overheen, maar nu blikt hij terug op zijn eerste jaar. Vanaf precies dezelfde plek als waar het allemaal begon.

Geboren op 100 meter van de club en lid sinds zijn zesde. Een ‘Alliance-jongen’ kun je de 45-jarige Braat dus zonder enige vorm van overdrijven wel noemen. Toch verloren hij en de club elkaar vanaf 2013 uit het oog. “Ik herkende mijn eigen club niet meer. De identiteit was weg, het voelde niet meer als thuiskomen. Het viel uiteen in twee groepen.” Vier jaar lang kwam hij niet bij de vereniging waar hij als speler, maar ook als elftalleider en lid van verschillende commissies zoveel mooie momenten had beleefd. Tot hij weer in de buurt kwam wonen en met zijn zoon toch weer richting sportpark Kortendijk werd getrokken. “We verhuisden naar de wijk waar Alliance ligt, ging met mijn zoon eens kijken en werd toen gevraagd of ik niet iets voor de club wilde doen op het gebied van communicatie.”

Toegankelijk

Met zijn achtergrond in de communicatiewereld leek hem dat wel wat. Braat pakte de social media op, schreef samen met vijf anderen het jubileumboek en rolde op die manier weer beetje bij beetje naar binnen bij zijn oude liefde. “Het bestuur had het toen allemaal weer een stuk beter op orde, maar Robert wilde gaan stoppen.” Dat zette hem aan het denken. “Als ik het altijd allemaal beter weet, waarom ga ik het dan niet zelf doen?” De rest is inmiddels geschiedenis, al ging daar nog het nodige aan vooraf. “Door corona konden we geen algemene ledenvergadering houden, maar op de achtergrond was ik daarvoor al acht maanden bezig. Weet je wat het is? Van 70 procent van de dingen die je doet als voorzitter krijg je energie, maar niet alles is leuk. Daar moet je wel rekening mee houden.” Het is het aard van het beestje, vertelt hij. “Ik ben een toegankelijke voorzitter. Dat is mijn kracht, maar ook meteen mijn zwakte. Daardoor weten ze je te vinden en gaat er ongelooflijk veel tijd in zitten. Vijf uur op een dag met Alliance bezig zijn, is niet gek. Ik wist vooraf dat ik een hoop op mijn hals zou halen, want ik ben allergisch voor mensen die er de kantjes vanaf lopen.” En dus stopt hij er met alle liefde 40 uur per week in, maar hij beseft ook dat niet iedereen zo gek is als hij. “Om dat te doen, voor een minimale of zelfs helemaal geen vergoeding, dan vraag je heel wat van mensen.”

Samen

Maar om alles voor elkaar te krijgen, is dat enthousiasme en die inzet meer dan noodzakelijk. Want voor Braat was het doel meer dan duidelijk. “Niet meer die club in Roosendaal zijn met dat slechte imago.” En dat is wat hem betreft gelukt. “We hadden dertien speerpunten opgesteld, die hebben we inmiddels bijna allemaal gehaald, maar daarnaast misschien nog wel tien dingen extra. We hebben een meidenteam opgericht, een G-elftal, maar krijgen binnen nu en een paar maanden ook een pannakooi.” Toch was het, mede door corona, geen gemakkelijk jaar, blikt hij terug. “Het is lastig om spelers tevreden te houden, als er nauwelijks wordt gevoetbald. Toch moet je het verloop tegen zien te houden, dat lukt alleen als je een goede organisatie neerzet.” En die begint wat hem betreft bij de jeugd. “Activiteiten organiseren om kinderen naar de club te krijgen. Al die aanmeldingen bel of app ik persoonlijk na, om te vragen hoe ze het hebben gehad. Alleen dan zorg je ervoor dat ze graag weer terugkomen.” En met al die nieuwe leden, maakt hij kennis. “Ik wil ze graag persoonlijk ontmoeten, om te vertellen wat voor club Alliance is. Bij ons gaan sportiviteit en gezelligheid hand in hand. Op de club moet een goede sfeer zijn, ergens waar je graag komt en gewoon een leuke dag hebt.” Meer structuur voor de jeugd dus, bijvoorbeeld in de vorm van een jeugdplan. “We gaan vanaf komend seizoen trainers begeleiden in het geven van training, op basis van actuele voetbalthema’s.” Maar ook een stukje vrijwilligerswerk hoort daarbij. “Dat vertel ik ze ook in dat gesprek. Je moet ook iets doen voor de vereniging, want uiteindelijk doe je het allemaal samen.”

Trots

Als je hem zo hoort praten over ‘zijn Alliance’, druipt de liefde en passie ervan af. “Je gaat van zo’n club houden. Dat zit in je genen, in je DNA.” Juist die betrokkenheid geeft hem nog meer energie. “Ik voel de verantwoordelijkheid.” Maar hoewel hij het verhaal doet en de kar moet proberen te trekken, doet hij het zeker niet alleen. Dat blijft hij keer op keer benadrukken. “We hebben zoveel goede mensen, het is echt een ‘wij-verhaal’. Anders hadden we ook nooit zo ver kunnen komen.” Want dat ze in een jaar flinke stappen hebben gemaakt, dat is voor Braat wel duidelijk. “We zaten op 360 leden en gaan nu over de 500. Midden jaren ’90 waren we de grootste van Roosendaal, daar willen we niet heen, maar richting de 600 zou fantastisch zijn. Het moet vooral weer een club zijn waar je graag komt, een florerende vereniging.” Hij merkt dat het imago aardig is opgepoetst. “Het meest trots ben ik op het feit dat Alliance niet meer wordt gezien als iets negatiefs. We staan weer op de kaart, daar was het ons om te doen.” Maar voorlopig zit zijn taak er nog niet op. “Ik wilde dit in ieder geval drie jaar gaan doen, dus die maak ik sowieso vol. Maar dan hoop ik dat we het samen goed hebben weggezet en dat ik een stapje terug kan doen, gewoon alleen maar leider zijn ofzo.” Want met drie voetballende kinderen bij de club, zit zijn hoofd vol met Alliance. “Iedereen komt naar mij toe. Soms wordt mijn vrouw daar ook een beetje gek van, maar dan zeg ik natuurlijk dat ik het voor de kinderen doe, haha!”

Tic_253688Goede weg

Een club waar je graag bij wilt horen, eentje waar je trots op bent. Dat is eigenlijk het perfecte plaatje als Braat de film een paar jaar vooruitspoelt. Maar daar moest bij zijn aanstelling het nodige voor gebeuren. “Jarenlang heerste er een soort ‘cowboycultuur’ bij de club, iedereen deed maar een beetje zijn eigen ding.” Op die manier hopen ze weer een serieuze concurrent te worden voor clubs binnen Roosendaal. “Dat ze echt weer bij ons willen komen voetballen. Seniorenteams melden zich nu zelf massaal bij ons aan, dan ben je toch op de goede weg?” Die weg moet over twee jaar dus zijn eindbestemming bereiken, daarvoor zijn er drie pijlers van belang. “Kantine, sponsoring en leden. Financieel moet je voldoende middelen hebben, zodat de jeugd door middel van een goede structuur kan blijven groeien. Iedereen moet precies weten wat er van ze wordt verwacht.” Met genoeg goede mensen, op de juiste plaats, moet dat zijn vruchten af gaan werpen. “De jeugd moet weer richting de hoofdklasse, maar we willen ook de trainers helpen ontwikkelen.” Toch is dat alleen, niet het belangrijkste. “Iedereen moet kunnen sporten op zijn eigen niveau. Zowel recreatief als prestatief, daar gaat het om.” Uiteindelijk moet het eerste elftal daar dan weer van profiteren. “Het zou mooi zijn als we naar die derde klasse kunnen, maar belangrijker nog: jeugd moet het gevoel krijgen dat ze de kans krijgen om in het eerste te kunnen spelen.” Met enthousiasme lukt veel, maar niet alles, moet hij eerlijk bekennen. “Spelers halen voor het eerste is niet gemakkelijk. Dat heeft te maken met het niveau waarop we spelen, maar ook met het feit dat we niet betalen. Daarom willen we het graag met eigen jongens doen, maar de derde klasse zou geweldig zijn, dat opent weer deuren!”

Klik hier voor meer informatie over Alliance

Klik hier voor meer artikelen over Alliance