Denny Deckers zou je zonder moeite een echte cultuurbewaker van DVO’60 kunnen noemen. Hij geeft training aan de jeugd, is assistent-trainer bij het eerste elftal en bemoeit zich met het technisch beleid van de club.  DVO’er in hart en nieren, maar vol met ambities.

Tic_253688

Al achttien jaar lang staat hij op het veld om niet alleen de jeugd, maar ook senioren, van DVO’60 beter te maken. De laatste tijd is dat een stukje zwaarder. “Je hebt niet echt een doel. Normaal train je voor een wedstrijd, nu probeer je het vooral leuk te maken.” Dat leuk maken doet hij voor het vierde jaar op rij met het team van zijn zoon, al was dat in eerste instantie niet helemaal de bedoeling. “Dat is nu de JO11, ik ben al die jaren meegegroeid. Ik wilde liever niet mijn zoon trainen, maar de trainers liggen helaas niet voor het oprapen.” En dus nam Deckers, die beschikt over papieren om jeugd te trainen, de verantwoording op zich. Inmiddels heeft hij ongeveer alle jeugdteams gehad, dit moet zijn laatste kunststukje worden. “Ik denk dat ik er nog één jaartje aan vastplak, ze aflever op groot veld, dan wordt het tijd dat er een keer iemand anders voor de groep komt te staan.”

Rotwoord

Ook was hij jarenlang verantwoordelijk voor het tweede elftal. Sinds dit seizoen is hij assistent bij het vlaggenschip. “Dat klinkt als een rotwoord. In eerste instantie voelde ik mij daar te groot voor, maar we werken eigenlijk als twee hoofdtrainers. Ik beschik dan misschien niet over de papieren, de kennis en ervaring heb ik wel.” Ondertussen loopt Deckers alweer zo’n 25 jaar rond bij DVO’60. De clubliefde spat er dan ook vanaf. “Ik hoor bij DVO’60 en DVO’60 hoort bij mij. Ik wil de club graag helpen, dat we niet meer de slechtste van de vierde klasse zijn.” Voorlopig is dat de realiteit, maar er is hoop. “We hebben een jong elftal, dat heeft tijd nodig. We doen ons best om mensen te behouden voor de club, de cultuur te bewaken, maar ook meer een winnaarsmentaliteit te kweken.” Een jaar of drie geleden, mocht hij al eens ruiken aan het echte werk. “De spelers wilden graag een trainer van buitenaf, maar die vind je niet zomaar. Toen heb ik een aantal wedstrijden als interim-trainer mogen doen, dat was voor mij toch wel een eervolle functie.”

Dromen

Het familiegevoel spreekt hem aan, maar zijn ambities werken hem nog weleens tegen. “Ik wil niet dat we het lelijke eendje van Roosendaal zijn, daarom doe ik veel.” En dus nam hij ook plaats in de TC, want die was er nog niet. “Selecties samenstellen, maar ook trainers handvatten bieden. Vaak zijn dat ouders, wat is nou belangrijk om te trainen? Niet alleen partijtje doen. Ook aannemen, je voetbalhouding en het zwakke been.” Natuurlijk staat plezier voorop, maar dat heb je eigenlijk alleen als je wint, vindt hij. “Daar draait het spelletje uiteindelijk wel om. Daarvoor moet je ook beter willen worden.” Dat zit er bij hem in ieder geval in. “Een bordspelletje wil ik nog winnen.” Want dat de 42-jarige Roosendaler barst van de ambitie, is duidelijk. “Binnen nu en vijf jaar wil ik mijn TC3 gehaald hebben en waarschijnlijk is DVO’60 dan mijn eerste club als hoofdtrainer.” Stiekem droomt hij daar soms al een beetje over. “Een stabiele derdeklasser worden, dat zou iets heel moois zijn. In de jeugd loopt echt wel talent, dus het gaat lukken. Dat ik dan trainer ben als we promoveren? Als dat zou kunnen!”

Klik hier voor meer informatie over DVO’60

Klik hier voor meer artikelen over DVO’60