arie-van-der-giessen-kogelvangers

Arie van der Giessen (70) is sinds zijn zesde betrokken bij de voetbal in het algemeen. Sinds 1975 is hij verbonden aan de club uit Willemstad, zelf heeft hij ook in het eerste van de club gespeeld. Tegenwoordig is hij vrijwilliger.

Zijn taak bij de club is de kantine beheren, dit doet hij dan ook al vijfendertig jaar. “Ik besteed er gemiddeld vijfentwintig tot dertig uur per week aan. Dit doe, en kan, ik niet alleen. Een jongedame helpt mij dan ook, wat ik zeer prettig vind. Het is het zevende jaar waar ik mezelf inzet als vrijwilliger als kantinebeheerder. Ik zit ook al vijfendertig ruim in de evenementen commissie van de club. Het is dan ook echt mijn club, de Kogelvangers.” Door zijn inzet als vrijwilliger heeft hij een aantal speldjes ontvangen van de KNVB, door zijn inzet voor de club. Naast het voetbal is hij ook daadwerkelijk maatschappelijk betrokken bij Willemstad. Hij zit zich mede door een vereniging voor de belangen van het dorp binnen de gemeente. Door zijn betrokkenheid voor zijn club en dorp is hij zo ook geridderd door de burgemeester.

Zelf heeft hij ook nog een hele periode bij NSVV in Numansdorp gevoetbald, waaronder ook zijn jeugd, hij begon op zijn zevende. Hij heeft het daar ook nog tot het eerste elftal kunnen schoppen, wat eerste klasse speelde. In 1975 verhuisde hij naar de overkant van het water en schreef zich daarin bij Kogelvangers. Zo heeft hij ook nog deel uitgemaakt van het vroegere Brabants-elftal en in zijn tijd bij NSVV van het Hoeksche Waard-elftal.

Het was wennen toen hij was verhuisd naar Noord-Brabant. “Als ik terugblik op de eerste twee jaar, zou ik graag op mijn knieën over de brug zijn gekropen. In Willemstad werd er vijfde klasse gevoetbald, dat was voor mij erg wennen. Al snel kwamen er jongens uit de randstad hier wonen, waardoor we ook wel redelijk snel een aardig elftal hadden ontwikkeld.”

Volgens Arie is het voetbal van nu niet meer te vergelijken met het voetbal in zijn tijd. “Tegenwoordig gaat het spelletje veel sneller, vroeger was het alleen technischer. De meeste kunnen vandaag de dag ook honderd meter in tien seconden lopen. Ik heb dan ook respect voor de arbiters van vandaag de dag, die gasten op het veld lopen zo hard. Ik ging vroeger bijvoorbeeld altijd met mijn tas met spullen naar de club, zelfs als ik niet hoefde te voetballen kwam ik kijken met mijn tas. Dit omdat ze er altijd wel een ergens konden gebruiken.”

Vaak kwam de vader van Arie naar zijn zoon kijken. “Mijn vader kwam ook weleens kijken naar onze wedstrijd. Hij zei dan altijd: Kogelvangers is geen voetbalclub, maar een feestclub. Het was dan altijd zo gezellig op de vereniging. Ik heb het hier dan ook altijd naar mijn zin gehad en er kwamen steeds meer jongens die wel op aardig niveau gevoetbald hadden.”

Vroeger ging hij en zijn team ook wel een stappen. “Je kreeg dan vijf gulden zakgeld en moest het daar het hele weekend mee doen, dus daarvan de entree betalen om te dansen. De oudere jongens van het eerste haalde dan een rondje, maar je kreeg geen limonade. Je kreeg alleen bier. De eerste vier waren niet zo lekker, maar dat went vanzelf. Het was een echte leuke tijd als ik daaraan terugdenk.”

Arie is tevreden over wat er momenteel in het eerste van de club staat. “Er zijn een aantal jongens die ook echt kunnen ballen. Nu Robert Braber is teruggekeerd is het plaatje een beetje compleet. Ik ga dan ook iedere zaterdag kijken. Toen ik met mijn vrouw ging, vertelde ik haar, dat als ze mij zaterdag van de voetbal zou weghouden, we een probleem hadden.”

Met de selectie van het eerste elftal is de vrijwilliger zeer tevreden. “Het eerste van de club zie ik zeker eindigen bij de eerste vijf, misschien mag ik wel zeggen bij de eerste drie. We hebben het geluk als kleine club, dat we vijftien spelers hebben, die allemaal een beetje gelijkwaardig zijn. Het leukste vind ik dan ook, dat het allemaal jongens uit Willemstad zijn. De terugkeer van Robert Braber doet me ook goed, uiteraard. Tuurlijk zijn er een paar die beter zijn dan de andere, maar als ze elkaar moeten vervangen door een schorsing, dan is het ongeveer van dezelfde kwaliteit. Dat is voor ons het belangrijkste. We hoeven dan ook niet te promoveren, maar een periode pakken zou leuk zijn.”