west brabant-sc-gastel-coert-doomen-roosendaal

Coert Doomen (26) heeft in de afgelopen elf jaar een flinke metamorfose doorgemaakt. Hij debuteerde als doelman van SC Gastel 1 op 15-jarige leeftijd, met knikkende knieën stond hij tussen de palen. Nu geniet hij juist enorm van de spannendste wedstrijden.

Als 15-jarige debuteren in een eerste elftal is niet niks. En dan ook nog eens als doelman. De wetenschap dat op die positie elke fout fataal is, maakt de zenuwen niet bepaald minder. En toch sloeg Coert Doomen zich door die eerste wedstrijd heen. “Ik zat als eerstejaars B-junior iedere week op de bank, omdat allebei de doelmannen van het eerste elftal onregelmatig werkten. Eén van hen kon er steeds niet bij zijn op zondag, dan stond de ander in het doel en zat ik wissel. Op 8 maart 2009, ik weet het nog precies, kreeg onze doelman een kwartier voor tijd een rode kaart tegen Sarto. Dat betekende dat ik zou debuteren. Ik kwam in het veld en hoorde van alle kanten mijn naam geroepen worden, mijn eigen teamgenoten uit de B-jeugd en heel veel andere bekenden stonden langs de lijn. Ik weet nog dat ik de eerste bal met kunst- en vliegwerk pakte, ik had echt trillende knieën, en dat de wedstrijd in 0-0 eindigde. Iedereen was hartstikke blij voor me en ik ook trots natuurlijk.”

Het duurde twee seizoenen voor hij zijn basisdebuut maakte en een jaar later werd hij de vaste keeper van het eerste. “Ik was voor elke wedstrijd ontzettend zenuwachtig. Soms vond ik het ook echt niet leuk meer, maar ik hield wel vol. Uiteindelijk was het voor mij gek genoeg een geluk bij een ongeluk dat we in dat seizoen degradeerden: daardoor kreeg ik te maken met mindere tegenstanders en voelde ik meer zelfvertrouwen.”

Keepersdroom
Waar de meeste jongens dromen van het produceren van een doelpunt, wilde Doomen van jongs af aan al keepen. “Maar ik mocht in mijn eerste jaar bij Gastel maar één helft per wedstrijd in het doel staan van mijn moeder: die vond het beter als ik wat meer bewoog.” Zijn eerste handschoenen waren dezelfde als Edwin van der Sar had, zijn idool. Jarenlang had Doomen Toine Rijsdijk als trainer in de jeugd, iemand die zelf ook doelman is geweest op respectabel niveau in de regio. “Hij zette me op scherp, hamerde heel erg op de juiste mentaliteit.” De doelbewaker herinnert zich zijn grootste blunder ook nog goed. “We speelden in de B1 tegen Groen Wit, dat bovenaan stond en echt heel goed was. Maar dat waren wij in die wedstrijd ook, ik keepte zelf mijn beste duel van het seizoen. Tot het misging: door een heel lullig stuitje werd ik verrast, liet ik de bal door mijn handen en benen glippen. We verloren die wedstrijd met één doelpunt verschil en ik zat huilend in de kleedkamer na afloop. Die emoties heb ik daarna nooit meer meegemaakt.”

Sinds zijn debuut in het eerste staat Doomen juist te boek als een betrouwbare sluitpost. “De spanning is echt afgenomen, dat komt door de ervaring. Ik kon me heel druk maken om een fout, maar nu heb ik dat totaal niet meer. En mocht het gebeuren: een fout maken is menselijk.”

Discipline
Hij merkt dat Gastel sinds de jaren onder trainer Eric Hellemons stappen heeft gezet. “In de seizoenen daarvoor waren we in sommige wedstrijden niet scherp genoeg, waardoor we degradeerden naar de vierde klasse. In die competitie leken we ons alleen goed op te kunnen laden tegen de toppers, we lieten onnodig punten liggen tegen de mindere tegenstanders. Hellemons heeft ons beter laten trainen, hij hamerde echt op die discipline en dat proces is de opmaat geweest naar onze huidige prestaties. Peter Kepers heeft die lijn doorgetrokken, onder hem zijn we gepromoveerd naar de derde klasse en daarin tweede geworden. Ook met Johan van Batenburg gaat het momenteel erg goed.” Dusdanig, dat de club meedoet om het kampioenschap in de derde klasse A. “Ik geniet van onze prestaties en de druk die daarbij komt kijken: we kunnen ons nu geen misstap veroorloven. Iedere wedstrijd is belangrijk.” Vorig jaar had Gastel even een minder seizoen, maar nu is de club weer terug in de top van de competitie. “We doen weer hetzelfde als in 2017-2018, toen we ook elke week alles gaven voor de winst.”

Record
Gastel heeft een vriendenteam dat al jaren samen voetbalt. Met alleen maar eigen jongens, waar de concurrenten nogal eens spelers van buitenaf halen. “Wij hebben misschien een selectie van zestien man, van wie er twaalf goed genoeg zijn voor de basis. Andere clubs trekken in de winterstop nog even drie Belgen aan.” Een promotie naar de tweede klasse zou alleen om dit gegeven al een bewonderenswaardige prestatie zijn voor de club van het rood en zwart. Voor Doomen maakt die visie het voetballen bij Gastel zo leuk. Hij wil graag nog jarenlang het doel van de club uit zijn woonplaats verdedigen. “Mijn uiteindelijke ambitie is om de meeste wedstrijden in het eerste te spelen. Aan het einde van dit seizoen sta ik op tweehonderd, recordhouder is nu Pascal van Caam met, uit mijn hoofd, zo’n 350.” Dat zijn vriendin en ouders elke week, zowel bij thuis- als uitwedstrijden, langs de lijn staan, steunt hem natuurlijk ook.

Als we kijken naar dit seizoen, hoopt Doomen minstens de eerste ronde van de nacompetitie te overleven. “Die wedstrijden zijn echt een loterij, maar ik vind het wel heel leuk. In de nacompetitie hangt een heel andere sfeer, gebeurt altijd zo veel. Iedereen gaat tot het gaatje.” Een persoonlijk doel heeft hij ook. “Ik kijk elk seizoen naar het aantal tegengoals in de competitie. Ik wil aan het einde in de top drie van minste tegendoelpunten staan. Dan ben ik tevreden.”

Meer informatie over Gastel? Klik hier.
Klik hier voor de volledige krant van Roosendaal.