Kees van den Berg is het type ‘niet lullen, maar poetsen’. De 27-jarige controleur van HSSC’61 heeft een hekel aan verliezen, is niet vies van een harde charge, maar stoeit ook vaak met zijn eigen lichaam. Hij viel afgelopen jaren van blessure in blessure.

banner_koningsport_small_VJ
“Ik hang aan elkaar van blessures”, vertelt Kees van den Berg, vol zelfspot. “Een verwaarloosde ontsteking in mijn lies, mijn kuitbeen gebroken, hamstrings gescheurd en enkels gebroken”, zo schudt hij een lijstje uit de mouw. “Als je overal je been tussen steekt, kun je weleens een schop verwachten.” Aan stoppen heeft hij nooit gedacht. “Ik vind het veel te leuk. Ik ga door tot het niet meer gaat, tot ik echt even langs de kant moet zitten. Maar ik sport veel te graag om ermee te stoppen.” Naast drie voetbaldagen in de week, twee trainingen en één wedstrijd, zit hij ook wekelijks drie keer in de sportschool.

Winnen
Van den Berg is een voetbaldier, dat kunnen we wel stellen. HSSC’61 mag dan slechts in de derde klasse spelen, dat betekent niet dat presteren minder van belang is. “Ik hou van lekker hard voetballen en zeker van winnen. Ik kan het eigenlijk niet aan om te verliezen. Daar word ik minder blij van, zeg maar. Oefenwedstrijden bestaan in mijn ogen ook niet. Als ik tussen de lijnen sta en die fluit gaat, dan wil ik gewoon winnen. Winnen is belangrijker dan meedoen.”

HSSC’61 is echt een familieclub. De vader van Kees, die net als zijn opa ook Kees heet, voetbalde bij de club van Hei- en Boeicop, zijn zussen en neefjes ook, Van den Bergs tante is verzorgster en zijn aangetrouwde neef leider. “Het is gezellig bij de club, ja.”

Hij geniet sowieso van het spelen in HSSC’61 1. “Het is een echte dorpsclub, met een paar jongens van buitenaf die er goed bij passen. Dat is niet makkelijk, want iedereen kent elkaar hier. We hebben het goed voor elkaar bij HSSC’61, zijn gezond en hebben een supermooi complex. Daarnaast lopen er veel handige mensen rond die graag wat voor de club doen.”

Berghuis
Wat sinds Van den Bergs terugkeer van zijn laatste blessure opvalt, is dat zijn voetbaltechniek een upgrade lijkt te hebben gehad. “Ik scoorde laatst met een stift à la Berghuis, maar dan vraagt iedereen of ik die bal verkeerd raakte. Dat kan ondertussen eigenlijk niet meer, want ik scoor dit seizoen vaker dan ooit. Normaal eentje per seizoen, nu al drie of vier. Het begint bijna te wennen, zijn nog mooie goals ook”, vertelt hij lachend. Zelfspot genoeg. “Ik ben prima voor de derde klasse, maar dat is het ook wel. Weggaan doe ik niet, ik ben een jongen van het dorp.”

Hij is blij dat HSSC’61 volgend jaar weer richting Brabant mag in plaats van de regio Utrecht. “In Utrecht en omgeving spelen we veel te veel op die oude kunstgrasvelden, dat is bijna zaalvoetbal en past totaal niet bij ons. Doe mij maar echt gras.”

Klik hier voor meer informatie over HSSC’61
Klik hier voor meer artikelen over HSSC’61