AAT STELLENAAR

Nog een paar wedstrijdjes en dan zit het er voor Aat Stellenaar (79) op. Na een carrière van bijna veertig jaar stopt hij als scheidsrechter bij Victoria’04. “Ik wil het moment voor zijn dat ze vragen of het niet beter is voor mij is om te stoppen. Ik merk dat ik foutjes begin te maken.”

Bij de elftallen die hij bij de Vlaardingse fusieclub fluit, zijn ze er nog niet van overtuigd dat zijn scheidsrechterskloffie in de zak met oude kleding gaat. “Ze willen dat ik in ieder geval nog het seizoen afmaak, maar ik ben gedecideerd. Ik heb besloten om te stoppen en stop ook. Ik ben gaan nadenken toen ik onlangs werd gehuldigd voor het 70-jarig lidmaatschap van de KNVB.”

Zijn vrouw Lenie ‘zweert’ dat zij geen invloed heeft uitgeoefend op zijn besluit te stoppen. Wel informeerde ze de afgelopen jaren regelmatig bij leiders en spelers of ‘hij het allemaal nog aankon’. “Hij is geen twintig meer.”

“Pas geleden floot hij twee wedstrijden op een dag. Dat is eigenlijk op zijn leeftijd van de gekke. En er zat maar een kwartier tussen.”

Als zijn vrouw de was ophangt, zegt Stellenaar dat hij wel eens vaker twee wedstrijden pakt. “Laat Lenie dat maar niet horen.”

De gepensioneerde installatie-monteur ging op zijn negende voetballen bij TSB. “Mijn vader werkte bij Shell in Pernis. In die tijd mochten alleen werknemers van Shell en familie voetballen. Ik kan me nog herinneren dat ik in het begin wel trainde, maar geen wedstrijden speelde. Een georganiseerde jeugdcompetitie was er niet.”

Hij groeide uit tot een robuuste verdediger. “Ik kon hard spelen, maar was niet gemeen. Ploeggenoten zeiden wel eens: Aat, jij legt ze lachend neer. Nou, voor een goed resultaat ging die spits naar de grond. TSB had toen veel aanzien, zeker na de verhuizing naar het sportpark. Daar keek men jaloers naar. Mijn zoon en dochter zijn ook gaan sporten bij verenigingen van Shell. Mijn zoon is gaan voetballen, mijn dochter badmintonnen. We waren de hele zaterdag op pad. Ik ben jaren trainer en leider geweest. Ook zat ik in de activiteitencommissie en organiseerde ik de illegale lotto. Drie van de vijftien heette dat. De helft van de opbrengst ging naar de jeugd, de andere helft werd uitgekeerd.”

“In die periode ben ik ook scheidsrechter geworden. Eerst van de jeugd, maar al snel van de senioren. Ik speelde zelf ook.”

Lenie: “Dat was zo’n gezellige tijd. Als om half negen de kantine dicht ging, zaten wij als één van de laatsten aan de bar.”

Hoewel hij verknocht was aan TSB heeft hij de fusie met Fortuna altijd gesteund. “In het voortraject heb ik me er nog flink mee bemoeit. Wij moesten weg van het sportpark, Fortuna had het moeilijk. De clubs pasten goed bij elkaar. We hebben een prachtig complex. Andere oudjes hebben het nog wel eens over TSB en Fortuna. Dan zeg ik altijd: hou eens op, we zijn Victoria. De herinneringen aan vroeger zijn mooi, maar dit is de toekomst.”

Hij houdt als scheidsrechter niet van gele kaarten. “Ik probeer altijd alles met praten op te lossen. Een vaste afspraak die ik wel altijd maak is dat alleen ik en de aanvoerders praten. En wie over de schreef gaat, stuur ik even tien minuten naar de kant met een gele kaart.”

Hij was twee jaar scheidsrechter voor de Rotterdamse Voetbalbond. “Ik was echter een halve dag onderweg. Bovendien hoorde je nergens bij. Toen ben ik alleen bij mijn cluppie gaan fluiten. Ik ben al jarenlang vaste scheidsrechter van het vierde. Als ze ‘uít’ spelen fluit ik de JO19-2, JO19-3 of het achtste. Dat zijn jonge jongens, maar ze benaderen me altijd met respect. Ik heb nooit gedonder.”

Hij oogt in het veld nog bewonderenswaardig fit. “Ik doe drie keer in de week cardio-training in de sportschool”, verklapt hij dat geheim. “Mijn conditie is wel minder geworden, zeker nadat ik elf jaar geleden flink ziek was.”

Hij is niet bang dat hij, als hij is gestopt, in een zwart gat valt. “Oh jee. Ik heb zoveel hobby’s. Ik ben lid van een Shantykoor en daarnaast hebben we drie achterkleinkinderen. Eentje is net begonnen met voetballen. Dat is heerlijk om te zien. Bij thuiswedstrijden van het eerste blijf ik altijd komen.”