“Als je het op halve kracht doet, red je het niet”, zegt Roberto Grandazzi als hij de spelers van het tweede elftal van MSV’71 een afwerkvorm op het doel laat doen. Het is de Vlaardinger ten voeten uit. Komend seizoen stelt hij zijn passie in dienst van zijn oude club DVO’32.

Zijn achternaam verraadt Italiaans bloed. “Een achtste”, zegt Grandazzi (38). “Mijn overgrootvader behoorde tot de eerste generatie Italiaanse arbeidsmigranten. Hij is getrouwd met een Nederlandse vrouw. Mijn opa heeft dus voor de helft Italiaans bloed, mijn vader een kwart.” Grandazzi voelt zich echter een volbloed Nederlander. “Ik ben welgeteld één keer in Italië geweest. Met vrienden voor de Europa League-wedstrijd tussen Atalanta Bergamo en Everton. Die mevrouw bij het ticketbureau van het stadion zag mijn achternaam en begon een heel verhaal in het Italiaans. Ik begreep er geen woord van, haha.”

Toch moet er ergens iets Italiaans zitten in Grandazzi. Op voetbalgebied heeft hij een voorliefde voor wedstrijden vol strijd. “Ik kijk liever naar Millwall tegen Sunderland dan een wedstrijd in de Champions League tussen Paris Saint Germain en Manchester City. Dat gepolijste voetbal, mooi hoor, maar ik kan echt genieten van die echte strijd, de persoonlijke duels, de passie.” Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat Grandazzi er zich als voetballer in herkent. “Ik ben zelf inderdaad ook een speler geweest die het van strijd moest hebben. Ik was niet bepaald gezegend met vreselijk veel talent, maar als ik op het veld stond gaf ik mij voor de volle honderd procent. Ik knokte mij helemaal leeg. Ik verwacht het ook van mijn spelers dat ze dan doen. Slecht spelen, dat kan altijd, maar opgeven hoort daar niet bij.”

Dat Grandazzi niet de speler was met de beste techniek heeft ook alles te maken met de opbouw in zijn carrière. Hij speelde in de jeugd handbal. “Mijn zus deed dat ook. Ik heb bij Quintus gespeeld en heb nog een paar keer meegedaan in de eredivisie. Dat was in de tijd dat het handbal nog niet van zo’n hoog niveau was”, blijft hij bescheiden. De mentaliteit die hij had als handballer bleek een kwaliteit die ook op het voetbalveld goed van pas kwam. Bij DVO’32 werd dat talent ook snel ontdekt. “Ik heb denk ik, verspreid over een paar jaar, tussen de zeventig en honderd wedstrijden in het eerste gespeeld. Wilco Wapenaar was de eerste trainer die mij in de basis heeft gezet. Bij mijn afscheidswedstrijd heb ik nog gescoord. Ben Hoogwerf was toen al trainer. Hij bracht mij na rust in het veld als aanvaller. Tegen GGK, volgens mij moesten wij met grote cijfers winnen. Ik kwam alleen vrij voor de keeper. Bijna open doel. Dat was best nog wel moeilijk, haha.”

Als één ding niet past bij Grandazzi is het wel het slaan op de eigen borst. “Ik ben wars van autoritair gedrag. Daar blijf ik als trainer ook van weg. Mijn boodschap is altijd: we doen het samen.” Bij MSV’71 was hij afgelopen twee seizoenen trainer van het tweede elftal. Die rol gaat hij vanaf komend seizoen bekleden bij zijn oude club. “Hier bij MSV heb ik prima naar mijn zin. Ik heb ook enorm veel geleerd van mijn collegatrainer Steve James. Maar ja, als je oude club je roept, is het heel lastig om geen ja te zeggen. Al mijn vrienden zitten bij DVO en mijn zoontje gaat in de JO7 spelen.”

Klik hier voor meer informatie over MSV ’71
Lees hier meer artikelen over MSV ’71