Bart van Hout is al jaren geen voetballer meer, maar als Spijkenisse 8 speelt, voegt hij zich bij ‘de jongens’. “Als leider. Dan probeer ik wat orde in de chaos te krijgen.”

Van Hout staat officieel nog wel op de spelerslijst. “Ik doe ieder seizoen ook minimaal een paar minuten mee. Altijd de laatste wedstrijd, vaste prik. Afgelopen seizoen ook weer. Vaak heb ik niet eens een bal geraakt als de scheidsrechter voor het einde fluit. Zo voel me toch als speler onderdeel van het team.”

Bij Van Hout (27) heeft het verstand het van het hart gewonnen. Een onwillige schouder maakt voor hem voetballen onmogelijk. “Die schouder is al, ik overdrijf niet, dertig keer uit de kom geschoten. Ik ben er inmiddels twee keer aan geopereerd. Je hoeft er bij wijze van spreken maar naar te kijken en hij ligt er weer uit. Dat is natuurlijk geen basis om te voetballen. Het kan ieder moment gebeuren. Intussen heb ik het wel geaccepteerd. Ik pak op deze manier ook de leuke dingen mee. Ach, dat voetbal is voor ons maar bijzaak”, toont hij zich een meester van de relativering. Van Hout was één van de pioniers van het elftal. “De kern voetbalt al jaren samen. Sommige jongens spelen al vanaf de E-tjes met elkaar.” Andere mannen van het eerste uur zijn Van Houts broer Pim, Geert-Jan Bernouw, Yorick van Deelen, Sascha Remie, Thijs Bierling, Thijs van Hout en Wesley Timmer. “We verversen regelmatig. We zijn vaak een opvanghuis voor spelers uit de jeugd of een andere nieuweling bij de club. Wij zijn niet zo moeilijk. Meestal zeggen we: kom maar een keertje proberen bij de training. Als dat van beide kanten bevalt, hoor je erbij.”

Training? “Dat is het niet echt, we spelen eigenlijk alleen maar een partijtje. Dat doen we wel fanatiek, zoals we ook in de wedstrijd wel fanatiek zijn. We willen graag winnen, maar als we verliezen zijn we dat ook zo vergeten. We blijven na afloop altijd hangen in de kleedkamer. Dan komen de grote verhalen. Het gaat over de zin en onzin van het leven. Biertje erbij, bitterballetje. En alles wat we bespreken in de kleedkamer blijft daar ook. Kleedkamergeheimen lekken wij nooit”, verzekert Van Hout, die in eens begint te twijfelen of zijn team nu het zevende of achtste is. “Dat wil nog wel eens veranderen. Vandaar.”

Die veranderende samenstelling was ook de reden om niet in te gaan op de lokroep van de zevende klasse. Vorig seizoen werd immers het kampioenschap behaald. Van Hout: “Op dit niveau mag je vrij inschrijven. Onze beste spelers, jongens die uit de A waren gekomen, zijn echter doorgeschoven naar een ander elftal. Die verzorgden wel een groot deel van onze doelpuntenproductie.” De vacatures werden snel opgevuld. “Met spelers uit het opgeheven veteranenelftal. Het betekent wel dat de gemiddelde leeftijd iets hoger is komen te liggen. We winnen liever een potje extra in de achtste klasse dan dat we in de zesde of zevende plaats ergens onderin bungelen.”

Meer informatie over Spijkernisse? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Rijnmond.