rijnmond-stolwijk-robin-van-der-hulst

Stolwijk maakt dit seizoen in álle opzichten een nieuwe start. Het avontuur op zaterdag wordt aangegaan met een elftal waar de jeugdigheid overheerst. De nieuwe trainer Robin van der Hulst (50) ziet zichzelf in eerste instantie als ‘voetbalopvoeder’. “Dit is geen project voor één, maar voor meerdere jaren.”

Zelf voetbalde Van der Hulst als speler van het Goudse Olympia één keer in Stolwijk. Het was in de tijd van de gouden generatie Jan de Vrij, Remko Anker en Berry Teeuwen. “Ik kan me niet heel veel van die wedstrijd herinneren, wel dat er veel toeschouwers waren om te kijken.”

“Het leuke is dat ik nu regelmatig met die gasten waar ik toen tegen voetbalde in de kantine praat. De zoon van Berry Teeuwen, Nick, speelt in het eerste.”

Trainer worden stond laag op het lijstje toen Van der Hulst na jarenlange trouwe dienst bij Olympia en één jaar stadgenoot DONK in Gouda stopte met voetballen. “Ik ben zelfs jarenlang niet op een voetbalveld geweest”, bekent hij. “Dat veranderde toen ik acht, negen jaar geleden werd gevraagd om de jeugd bij Olympia te trainen. Ik kreeg daar na verloop van tijd steeds meer schik in. Ik heb eerst mijn TC3 gehaald en vijf jaar later mijn TC2. Carl Flux, een goede vriend, heeft daarin ook een belangrijke rol gespeeld. Hij stimuleerde mij om vooral door te gaan.”

Hij werkte de afgelopen jaren bij VVIJ in IJsselstein (JO17-1, hoofdklasse) en het Utrechtse Hercules, waar hij als assistent-trainer begon bij de JO19-1 en later de onder zeventien onder zijn hoede had. “Hercules was een goede leerschool. Bij die club staat de jeugdopleiding op een hoog niveau. Wij speelden met de JO17 in de tweede divisie, tegenstanders waren Cambuur Leeuwen, Quick Den Haag en Quick Boys.”

FC Utrecht kreeg Van der Hulst in het vizier, maar de Gouwenaar bedankte voor de eer. Van der Hulst koos bewust voor een andere route. Stolwijk wilde hem de kans geven, hijzelf zag de dorpsclub als een mooi punt om zijn ‘seniorencarrière op te starten. “De club heeft een eerlijk en duidelijk verhaal verteld”, zegt de Gouwenaar. “Ik wist waar ik aan begon.”

Hij kreeg een relatief onervaren team onder zijn hoede, waaruit de meeste spelers met ervaring waren vertrokken. “Iedereen weet dat we geen wonderen kunnen verwachten in het eerste seizoen.”

Het doel ligt verder weg. “Dat probeer ik de spelers vanaf het begin duidelijk te maken: we zijn bezig aan een proces, waarin we stapje voor stapje beter moeten worden.”

Hij noemt zichzelf een moderne trainer die zijn spelers laat meedenken over oplossingen. “Dat begint al op de training. Dat vragen en oplossen zit in iedere oefening verweven. Ik ben niet van de bezigheidstherapie. Ik ga uit van spelprincipes, niet van systemen. Ik wil dat spelers in het veld de beste keuze maken.”

Bij voetbalvorming hoort ook een mentaliteitsverandering. “Pas geleden zaten we bij elkaar en had ik een aantal stellingen gedeponeerd. Zoals: heeft trainen nut als éénderde van de selectie er niet is. Daar discussiëren spelers over en daar komt een gezamenlijke conclusie uit.”

Die opvoeding komt ook terug bij de bewustwording die hij bij zijn spelers probeert te kweken. Goed voor je lichaam zorgen is er zo één van. “Ik durf gerust te stellen dat de trainer fi tter is dan de spelers.” Het is een gewaagde uitspraak. Van der Hulst: “Ik heb ze pas meegenomen naar de sportschool. De meeste spelers vonden één of twee keer per week op het veld trainen genoeg. Ik wil laten zien dat ze hun prestaties in positieve zin kunnen beïnvloeden.”

Wil je meer informatie over de club Stolwijk? Klik hier.