“Ze hebben er wel werk van gemaakt, hé”, zegt Leo Tol, wijzend op de opblaas-Sinterklaas en -Piet voor het hek bij de entree van het complex van Smitshoek. “Ze staan overal. De onderbouw krijgt een zak pepernoten, de oudere jeugd een chocoladeletter.”

tuk tuk
Aangezien bij Smitshoek, dat inmiddels achttienhonderd voetballende zielen telt, alles in het groot gaat, betekent dat dozen vol Sint-snoepgoed. In de commissiekamer zijn de chocoladeletters en pepernoten vakkundig opgestapeld. “Het is een enorme organisatie, juist in deze periode, nu we geen competitie spelen en de kantine dicht is, erg belangrijk”, weet Tol.

De Barendrechter heeft zijn vaste stek bij de poort voor even verlaten. “Ik heb hulp, het kan wel even”, zegt hij met een knipoog. Tol werd een paar jaar geleden door de club al ‘beloond’ voor bewezen diensten. Hij kreeg de titel ‘lid van verdienste’.  Tol, 71 inmiddels en gepensioneerd, is de laatste om met die ‘titel’ te koop te lopen. Hij is van het type ‘doe normaal, dan doe je al gek genoeg’. Hij vindt het zelf heel normaal wat hij allemaal doet voor Smitshoek. Tol maakte al de nodige uurtjes bij de club toen  corona om de hoek kwam kijken. Hij wierp zichzelf op als poortwachter en vaste coronaman. “Ik zit hier elke avond van zes tot tien uur”, zegt hij. “Ik let erop of de coronamaatregelen worden nageleefd.” En: “Er komt niemand in zonder dat de handen zijn gedesinfecteerd. Ik ken iedereen.” Andersom kent ook iedereen bij Smitshoek Tol. Ondanks zijn hoge leeftijd staat hij nog regelmatig op het veld als trainer, als een trainer moet afzeggen. “Daar ben ik eigenlijk te oud voor”, zegt de coördinator van de A- en B-junioren. “Hoe zou jij het vinden als zestien- of zeventienjarige om door een vent van zeventig getraind te worden?”

Oog voor voetbal heeft hij altijd gehad, want als trainer was hij voor diverse clubs in de regio actief. “Ik was meer een gezelligheidstrainer dan een prestatieman. Mijn mooiste periode? Ongetwijfeld bij De Jonge Spartaan. Dat waren fantastische jaren. Zó gezellig, zó hecht. We gingen twee keer per jaar met de hele ploeg naar Engeland. Kleine clubs zijn over het algemeen altijd heel gezellig is mijn ervaring.”

‘Zijn’ Smitshoek is inmiddels uitgegroeid tot een groot bolwerk. Een grote club draaiende houden is niet eenvoudig, ziet Tol ook. “Er zijn altijd handjes tekort. Het bestuur doet zijn best, maar van die mensen kan je niet verwachten dat ze veertig uur op de club lopen. Ze hebben allemaal een baan. Ik niet.”

Hij moet lachen. Al rekenend komt hij tot de conclusie dat zijn ‘werkweek’ bij Smitshoek vaak veertig uur omvat. “Meer dan ik ooit heb gedaan., In de gehandicaptenzorg werkte ik 36 uur, haha.”

De conciërgerol, die hij nu bekleedt, zou hij ook na ‘corona’ willen vervullen. “Als rechterhand van Ad Kooimans, bestuurslid algemene zaken. Alles goed in de gaten houden. Weet je, ik erger me kapot als er op een veld waar de training al anderhalf uur is afgelopen, de lichten nog aanstaan. Dat is geld.”

Klik hier voor meer informatie over Smitshoek
Klik hier voor meer artikelen over Smitshoek