Hij mocht onlangs getuigen zijn van de nu al historische interland Duitsland-Nederland (2-4) in Hamburg. John Schonewille (50) had speciaal op de tribune plaatsgenomen ter hoogte van de middenlijn. Daar kon hij de warming-up van én Jasper Cillessen én Marcel Neuer aanschouwen.

“Twee totaal verschillende keepers met een totaal verschillende voorbereiding”, zegt de inwoner van ’s-Gravenzande. “Cillessen vindt het heerlijk om veel ballen op zich geschoten te krijgen, Neuer strekt en rekt vooral.”

Voor Schonewille, sinds dit seizoen bij Verburch trainer van acht selectiekeepers (JO13, JO15, JO17 en JO19), bestaat er geen mooier vak dan het keepersvak. “Het is mijn passie. Ik ben er wild van.”

Een passie die begon toen hij als jonge jongen en supporter van Feyenoord Joop Hiele aan het werk zag. “Dat was een keeper met bravoure, een durfal. In het Nederlands elftal was Hans van Breukelen zijn concurrent. Die was misschien minder talentvol, maar zó ontzettend gedreven om de beste te zijn. Ik geloof dat Joop Hiele een recordaantal interlands op de bank heeft gezeten.”

Na zelf actief te zijn geweest voor FC ’s-Gravenzande liet hij het keepen even rusten. Pas toen zijn zoon Kaj keeper werd, bloeide de liefde weer op. “Het is een beetje uit de hand gelopen”, lacht hij.

Op maandag traint hij de onderbouw-keepers van FC ’s-Gravenzande, op dinsdag zijn de jeugd- en selectiekeepers van KMD aan de beurt en op woensdag neemt hij Verburch-doelmannen onder handen. Dat is nog niet alles, want hij is ook al een paar jaar trainer van de keepersschool van Arjan van der Kaaij.

“Bij Verburch zaten ze al drie jaar aan mij te trekken”, vervolgt hij. “Pieter Batenburg was zó enthousiast dat ik geen nee meer kon zeggen. Mijn vrouw had ook zoiets van: je vindt het leuk, dus lekker doen. Die gasten zijn supergemotiveerd.”

De van beroep fitnessinstructeur heeft in de loop der jarendoor zijn ervaringen een eigen visie ontwikkeld. Die visie vormt de basis voor zijn aanpak. “Ik hou van agressieve keepers”, verklapt hij. “Ik stimuleer en prikkel ze om een stapje naar voren te maken.” “Het gaat voor een groot deel ook om uitstraling. Hoe sta je daar tussen de palen? Dat is zeker te trainen.”

De eisen waaraan een keeper tegenwoordig moet voldoen zijn hoger geworden. “Vroeger moest je baas zijn in het vijfmeter-gebied, nu verwachten ze dat een keeper de hele zestien bestrijkt. En dan heb ik het nog niet eens over het meevoetballende deel. De rol van de keeper is vooral in tactisch opzicht enorm veranderd. Hij is veel meer onderdeel van de teamtactiek geworden.” Toch blijft de keeper een eenling. “Een keeper blijft apart. Dat heeft met zijn verantwoordelijkheid te maken. Eén fout is een tegengoal, een redding kan het verschil maken tussen winnen of gelijkspelen. Mentaal moet hij dus sterk zijn.”