Voetbalvereniging ’s-Gravendeel werd op 1 april 2021 exact honderd jaar geleden opgericht. De ‘Seuters’ zijn al ruim een jaar bezig met de voorbereidingen van jubileumactiviteiten om bij die eeuwviering stil te staan. Maar net als in de hele wereld worden die voorbereidingen en uitvoering gedwarsboomd door de coronapandemie.


’S-GRAVENDEEL
– Vanaf september 2020 ligt het voetbal stil, wordt er mondjesmaat alleen door jeugd getraind op de club, zijn er geen verenigingsactiviteiten en is de kantine niet van slot geweest. Desondanks is er veel om naar uit te kijken in het jubileumjaar én om als vereniging met trots op terug te blikken.

Oprichting
Zo’n jaar voor de oprichtingsdatum, 1 april 1921, ontstonden er op ’s-Gravendeel plannen om een voetbalvereniging op te richten. Veel ’s-Gravendelers trokken voordien naar Dordrecht om bij DFC naar wedstrijden te kijken. In naburige dorpen waren al een aantal voetbalclubs opgericht. Maar de ’s-Gravendelers wilden zelf ook hun club hebben om te kunnen spelen. Daarvoor moest er wel een terrein beschikbaar zijn. Dat kwam in het voorjaar van 1921. Een weiland aan de Smidsweg werd door eigenaar J. van der Giessen beschikbaar gesteld, waarna de oprichting niet veel later volgde.

Onder leiding van de toen gekozen eerste voorzitter Jaap Kleinkramer werd de club opgericht. Zeventien leden waren de eersten die het rood-wit droegen. In de zomer van 1921 was het Numansdorpse VIOS de eerste tegenstander. ’s-Gravendeel won met 4–1. De speeldag werd de zondag. Kort na de eerste wedstrijd groeide het ledental, zodat er al snel een tweede en een derde elftal konden gaan spelen.

In 1922 werd de club lid van de Nederlandsche Voetbalbond, afdeling Dordrecht, die eerst de accommodatie kwam keuren voordat de toetreding een feit was. Omdat de doelen niet aan de juiste afmetingen voldeden en er nog wat aanpassingen aan het veld gedaan moesten worden, duurde het tot de herfst van 1923 dat ’s-Gravendeel in competitieverband uit mocht komen. Tot die tijd werden er vriendschappelijke wedstrijden gespeeld tegen de buren uit Strijen (Be Quick) en tegen SSS uit Klaaswaal en Olympia uit Oud-Beijerland.


Accommodaties
Bij het speelveld aan de Smidsweg bouwden de leden in 1922 het eerste clubhuis. Het onderkomen was niet luxueus ingericht. Er was geen waterleiding of andere watervoorziening in de twee kleedkamers. Water om je na afloop van de wedstijd te wassen werd er geschept uit de sloot naast het terrein. Het clubhuis deed dienst tot aan de watersnoodramp van februari 1953. Tot aan de verhuizing in 1969 naar de huidige locatie aan het Schenkeltje moest de club meerdere malen uitzien naar andere locaties in het dorp. In 1925 was de Gorsdijk, in 1926 de Molendijk en vanaf 1935 de Smidsweg (andere zijde) de locatie waar het clubhuis opnieuw opgebouwd moest worden.

Oorlog en Watersnoodramp
In de oorlogsjaren 1940 – 1945 werd de Hoeksche Waard door de Duitsers uitgeroepen tot spergebied. Bezoekende tegenstanders mochten de Hoeksche Waard niet in. De ’s-Gravendeelse elftallen mochten wel in Dordrecht spelen. SSW en Geluksvogels stelden hun velden aan de Zeehavenlaan beschikbaar, waardoor het mogelijk was om toch nog aan de competitie deel te nemen. Met SSW ontstond zodoende een zeer goede band, die jarenlang behouden bleef.

In de nacht van 1 februari 1953 werd het zuidwesten van Nederland overvallen door de Watersnoodramp. Het dorp ’s-Gravendeel werd zwaar getroffen.  Er verdronken 37 inwoners, onder wie drie jeugdleden. Van de accommodatie aan de Smidsweg was helemaal niets meer over. Het clubhuis spoelde weg, onderdelen werden later ver buiten ’s-Gravendeel teruggevonden.  Hulp werd geboden door voetbalvereniging Maasdam en clubs uit Dordrecht, waardoor er toch gespeeld kon worden. In augustus 1953 werd het nieuwgebouwde clubhuis geopend.

Kampioenschappen
Het eerste kampioenschap werd in 1930 in de eerste klasse van de DVB behaald, waarna promotie naar de NVB volgde. In 1942 werden alle drie de elftallen kampioen. De wedstrijden werden toen in Dordrecht gespeeld, omdat de Hoeksche Waard spergebied was. Een drukbezochte beslissingswedstrijd tegen het Schiedamse DRZ op het terrein van Fluks in Dordrecht leverde ’s-Gravendeel in 1958 het kampioenschap op van de vierde klasse. Het kampioenschap van het eerste zondagelftal van ’s-Gravendeel in 1971 was een bekroning van een prima periode, waarin de ‘Seuters’ eerst vier keer als tweede waren geëindigd.

De periode in de jaren ’90 was er een waarin een sterk ’s-Gravendeel van de vierde naar de eerste klasse steeg. In 1991 was er, met ‘Makkie’ Nijssen als trainer aan het roer, het kampioenschap in de tweede klasse zondag. In het jaar daarna werd als promovendus de eerste periode gepakt, met als bonus nacompetitie om in de hoofdklasse te komen. De hoofdklasse werd niet gehaald.

Er volgden hierna nog slechts twee kampioenschappen. Na de overgang van zondag- naar zaterdagvoetbal werd ‘s-Gravendeel met trainer Leo Macor in 1999 kampioen van de derde klasse. Het laatste kampioenschap dateert alweer uit 2004, toen in het ooievaarsdorp Groot-Ammers de spelers op de schouders gingen na een overwinning op de thuisclub daar. Promotie naar de tweede klasse was de beloning voor het talentvolle elftal van trainer Pippy Pruijmboom.

Bloedlijn
Het eerste juniorenteam van de club werd gevormd in de jaren ’30. De talenten werden meteen kampioen. Pas na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de jeugdafdeling zich verder. In de jaren ’50 kwam er ook een pupillenafdeling. De aanwas van jeugdleden groeide zienderogen. Als extra activiteit nam ’s-Gravendeel eind jaren ’50 met een grote groep jeugdleden deel aan de KNVB zomerkampen, die eerst in Hoek van Holland en later ook op het sportcentrum van de bond in Zeist georganiseerd werden.

Na de verhuizing naar sportpark De Trekdam (1970) steeg het aantal jeugdleden spectaculair, met als gevolg, dat er veel pupillen- en juniorenelftallen bijkwamen.  Dit mondde uit in de bouw van een apart jeugdhome, dat vanaf 1981 jarenlang het bruisende ontmoetingspunt was van de ’s-Graven-deelse jeugd. Dat de aanwas van jeugdleden ook talenten opleverde was nog een winstpunt. Veel eigen talentvolle spelers haalden het eerste elftal en maakten deel uit van de ‘gouden generatie’ waarmee ’s-Gravendeel in de jaren ’90 een toonaangevende club in de regio was. De huidige jeugdafdeling vormt qua leden het grootste onderdeel van de club. Talenten lopen er genoeg. De aanvulling voor het eerste elftal en de andere seniorenteams is hiermee gegarandeerd.

Foto’s: ‘s-Gravendeel

Klik hier voor meer artikelen over v.v. ’s-Gravendeel.
Meer weten over v.v. ’s-Gravendeel? Klik hier.