Corona of niet, WFB draaide de afgelopen maanden gewoon door. De vraag was niet of er getraind kon worden, maar hoe. “Een dikke pluim voor alle vrijwilligers”, aldus Arnold Breen, bestuurslid technische zaken.

Breen trad vorig jaar oktober toe tot het bestuur. Hij deed als parttime-opvolger van Aad Moerkerke, die op voetbaltechnisch gebied verantwoordelijk was voor de jeugd en senioren. “Aad had een zeer breed takenpakket. Ik heb ook meteen gezegd: de tijd die Aad erin steekt, die heb ik niet. Ik doe misschien nu een fractie ervan. Vandaar dat de taken zijn opgeknipt. Johan Westhoeve is bestuurslid namens de jeugd en ik voor de senioren.”

In die hoedanigheid kreeg Breen al het nodige op zijn bordje. Net vers aangetreden kwam de competitie halverwege oktober stil te liggen. “Bij de jeugd, maar ook bij de senioren zijn we blijven doortrainen, uiteraard aangepast. Wat mij opviel was het grote enthousiasme. Iedereen nam de beperkingen voor lief. Viertallen, tweetallen. De trainers probeerden het ook leuk te maken. Al die vrijwilligers hebben fantastisch werk gedaan. Ze hebben ons door de moeilijkste periode heen geloodst.”

In die competitieloze periode kwam WFB ook voor de vraag te staan door te gaan met trainer Arie Horstink. “We hadden een flitsende start, na een eerste jaar dat moeizaam verlopen was. Het was een lastige afweging. Uiteindelijk hebben we besloten om na dit seizoen een andere koers te varen.”

Toen vorige maand bekend werd dat de competitie niet meer zou worden opgestart, werd vroegtijdig afscheid genomen van Horstink, die dertig jaar geleden zijn mooie trainerscarrière ook bij WFB was begonnen. “Het is natuurlijk niet het afscheid dat je graag wil, maar zonder competitie was er geen doel meer. We zijn er in goed onderling overleg uitgekomen. Johan Boham, de trainer van het tweede, hebben we bereid gevonden om de trainingen te verzorgen en als ze nog komen, de coaching bij de wedstrijden. Hij heeft een geweldige back-up van twee vrijwillige assistent-trainers en teammanagers.”

WFB baarde opnieuw opzien door een trainer van naam voor volgend seizoen binnen te halen. Marcel van Duijn, die als voetballer bij Katwijk in het top van de amateurs speelde, kwam als verrassing uit de hoge hoed. “We hebben best wel reacties gehad”, zegt Breen. “Maar we hebben er uiteindelijk maar met één gesproken: Marcel dus. Hij woont tegenwoordig in Zeeland en het vooruitzicht dat hij vier keer in de week naar Rotterdam moest, was voor hem bepaald niet aanlokkelijk.”

Van Duijn heeft als trainer al het nodige bereikt, bij Quick Boys met wie hij kampioen werd in de reserve-hoofdklasse, Katwijk 2 en SC Feyenoord 2. “We hebben goede gesprekken gehad, waarbij we hem ook een spiegel hebben voorgehouden. WFB is geen Quick Boys of Feyenoord en zal dat ook nooit worden. Hij heeft aangegeven dat hij het juist een uitdaging vindt om bij een dorpsclub aan de slag te gaan.”

Met Van Duijn hoopt WFB een slag te slaan, want na de degradatie vijf jaar geleden uit de derde klasse kwam de hoofdmacht telkens net tekort om te promoveren. “We zijn bezig om het technisch beleid zo optimaal mogelijk te maken. We zijn nu aan het kijken of het mogelijk is een onder 23 in het leven te roepen. De wens voor een extra selectie-elftal is er. We zien grote voordelen. Niet elke speler is op zijn negentiende al klaar voor het eerste. Daarnaast hou je spelers, die misschien gaan stoppen of lager gaan spelen, langer vast. Het enige waar het op kan stuklopen zijn de aantallen. We hebben in de selectie behoorlijk wat jongens lopen die onregelmatige diensten draaien.”

Klik hier voor meer artikelen over WFB