Je kan hem de hele wedstrijd niet zien, maar ineens is hij daar als een duveltje uit een doosje en scoort hij. Brandon Könemann heeft zich ontwikkeld als een echte spits en daar beleven hijzelf en het Ridderkerkse RVVH veel plezier aan.

“Vroeger wilde ik altijd de bal, want ik dacht dat dat goed was. Inmiddels weet ik wel beter. Soms is het juist heel goed om de bal niet te willen hebben. Op het goede moment op de juiste plaats zijn, daar draait het om”, stelt Könemann.

De 28-jarige consult van een softwarebedrijf is inmiddels bezig aan zijn tweede seizoen bij RVVH. Het blauw en wit voelt voor hem vertrouwd aan, want hij doorliep bij de Ridderkerkers zijn laatste jeugdjaren en begin van zijn seniorentijd. Hoe zeer RVVH hem aan het hart ligt, op sportief vlak boterde het niet altijd tussen ‘Hercules’ en Könemann. De toen nog jonge aanvaller was ontevreden met zijn speeltijd en kansen. “De concurrentie destijds was ook groter”, zegt hij over die periode. “We speelden toen in de hoofdklasse. Ik had jongens voor me als Benjamin Martha en Roel van Dixhoorn. Niet de minste spelers dus. Daarnaast speelden we in die periode vaak zonder nummer negen.”

Daardoor was er vaak geen plaats voor de jonge en druistige Könemann, die na een paar seizoenen zijn geduld verloor. Hij besloot uit te wijken naar Oranje Wit in Dordrecht, waar hij wel kon rekenen op speeltijd. “Voor de spits is vertrouwen erg belangrijk. Dat haal je uit je doelpunten, maar als je niet of nauwelijks speelt gaat dat knagen. Bij Oranje Wit was dat vertrouwen in mij er meteen.”

Hij bouwde in de jaren bij de Dordtse eersteklasser een faam op als goalgetter. In zijn eerste seizoen was hij goed voor 24 goals, het seizoen daarop overtrof hij dat aantal zelfs (25). Ondanks dat hij in het derde seizoen vanwege een blessure een half seizoen langs de kant stond, maakte hij twaalf doelpunten. “Oranje Wit is een belangrijke stap geweest. Ik ben ook best trots op wat ik daar gepresteerd heb. In de 124 wedstrijden voor Oranje Wit heb ik 125 keer gescoord.”

Dat Könemann aan de lopende band scoorde, was ook andere clubs niet ontgaan. Hij koos XerxesDZB als volgende stap. Ook in Rotterdam-Oost liet hij zien een neusje voor doelpunten te hebben. “Er waren ook hoger spelende clubs geïnteresseerd, maar ik heb mijn clubs altijd zorgvuldig uitgekozen. Ik wil spelen, dus ben ik kieskeurig.”

Toen voorzitter Mario Papavoine hem vroeg terug te keren bij RVVH, was dat voor hem de kans zijn belofte bij zijn oude club waar te maken. Könemann had aan de Ridderkerkse Sportlaan weinig moeite met scoren, de prestaties van het elftal waren ronduit belabberd. Na de eerste seizoenshelft stond RVVH stijf onderaan. “We keken de degradatie in de ogen. Dertien gespeeld, acht punten, hadden we. We speelden echter een geweldige tweede competitiehelft. Op de laatste speeldag konden we nog degraderen, in de nacompetitie komen of rechtstreeks handhaven. Het werd het laatste.”

Ook dit seizoen was de start van Könemann en zijn medespelers matig, al was het nog niet zo erg als vorig seizoen. “Ik heb geen idee hoe dat komt. We staan er in ieder geval een stuk beter voor dan vorig seizoen. Met dit elftal moeten we bij de top5 kunnen eindigen. De verschillen tussen de nummers twee en acht zijn sowieso klein. Poortugaal is de kampioen, maar daaronder kan nog van alles gebeuren.”

Meer informatie over RVVH? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over RVVH