“Mooie leeftijd om mee te werken”, antwoordt Kees van der Weide als hem wordt gevraagd wat er zo aantrekkelijk is aan het trainen van de JO17 van RVVH. “Ik zie in zichzelf kerende en zwijgende jongens komen en zie ze twee jaar later zelfverzekerd naar de JO19 vertrekken. Als voetballer én als mens.”

Als ongepolijste, diamanten komen ze bij hem binnen, spelers van vijftien jaar die midden in de puberteit zitten. “Ik doe deze leeftijdscategorie al voor het vierde opeenvolgende seizoen, maar het blijft me boeien. Die ontwikkeling die die jongens meemaken is enorm. De stap van de JO15 naar de JO17 is sowieso gigantisch. Op voetbalgebied worden er opeens veel meer dingen van een speler gevraagd. Samenspel in plaats van individueel vermogen. Dat proces in goede banen begeleiden vind ik echt een uitdaging.”

De sportinstructeur in een penitentiaire inrichting zag zijn eigen carrière door blessures in de dop geknakt worden. Die carrière begon veelbelovend, want als verdediger speelde hij een aantal wedstrijden voor Emmen, dat destijds net zijn intrede in het betaalde voetbal had gedaan.

“Ik speelde in het C-team van Emmen, dat was zeg maar het tweede team. In die tijd waren de selecties nog niet zo groot dan dat ze nu zijn. Vandaar dat je bij blessures als jeugdspeler snel werd ingezet in het eerste. Ik heb in 1989 een wedstrijd of zeven, acht in de eerste divisie gespeeld.”

“Ben Hendriks was toen trainer van Emmen en ik kan me nog herinneren dat we tegen Vitesse speelden. Dat werd met tal van coryfeeën, onder wie Jurrie Koolhof, kampioen. Het befaamde ‘Avondje NAC’ heb ik ook meegemaakt.”

Toen zijn zoon lid werd van RVVH volgde Van der Weide als trainer. “Ik heb op de CIOS mijn oefenmeester 3 gehaald. Ik heb nooit de ambitie gehad om een eerste elftal te trainen. Geef mij maar de jeugd. Ik vind het geweldig om met die gasten bezig te zijn.”

RVVH vroeg hem na enkele jaren terug als trainer. “Intussen is dit alweer mijn tiende seizoen. De eerste zes jaar heb ik de A1, nu de JO19-1, gedaan, dit is mijn vierde seizoen bij de JO17-1. Dat bevalt me prima. Dit is een leeftijd waarop je spelers nog heel erg kunt beïnvloeden.”

Als het seizoen start wordt Van der Weide altijd geconfronteerd met hetzelfde fenomeen: een doodstille kleedkamer vol spelers die naar de grond kijken. “Alsof er iemand overleden is. Die verlegenheid past bij de leeftijd van de jongens. Langzaam maar zeker in het seizoen zie je ze ontdooien. Als trainer ben je op zoek naar de interactie, het weerwoord. Dat komt er op een gegeven moment ook. De ene groep heeft alleen wat meer sturing nodig dan de ander.”

En de ene lichting heeft meer talent dan de andere. Van der Weide: “Dat is inherent aan de filosofie van RVVH. De club scout geen spelers bij andere clubs en dan ben je dus afhankelijk van eigen opgeleide spelers. Daar is natuurlijk niks mis mee, maar het zorgt wel voor schommelingen in niveau.

In mijn eerste seizoen zijn we gepromoveerd naar de hoofdklasse. De afgelopen twee seizoenen zijn we daarin in de middenmoot geëindigd. Daar streven we weer naar, maar het is wel een puzzel waarvan de stukjes moeten passen. Hoe dat zich ontwikkelt, weet je pas aan het einde van het seizoen.”