Dennis van Halderen is trainer van de JO-19 van Irene ’58. Een team met veel potentie, waarvan een groot deel waarschijnlijk ook het eerste elftal gaat halen. Maar bijzonder is het vooral dat die groep al tien jaar onder leiding staat van de nu 27-jarige Van Halderen, die zelf door blessureleed al op te jonge leeftijd moest stoppen met het spelen in de hoofdmacht.


DEN HOUT – “Toen ik van de jeugd naar de senioren ging, ben ik begonnen met training geven. De jongens gingen toen van de F’jes naar de E’tjes. Ik heb het overgenomen en met de kern van deze groep ben ik doorgegroeid”, kijkt Van Halderen terug op de start van de mooie samenwerking.

“Het is een uniek elftal”, zegt Van Halderen met trots. “Ik kom ook bij heel veel ouders thuis. Twee jaar geleden had ik een housewarming, alle ouders van de kinderen vierden dat mee achter in de tuin. We zijn echt heel erg hecht, het is een soort grote familie. Dat is vanaf dag één zo gelopen, veel jongens zien mij als grote broer.”

Buiten het veld is het een familie, maar levert dat geen problemen op binnen de lijnen? “We hebben afgesproken dat het prima is dat we elkaar buiten het veld zo zien, maar dat het op het veld anders is. Die jongens hebben dat altijd goed gedaan. Dat is echt knap. Het is toch anders als je het ene moment samen een pilske zit te drinken op de bank en vervolgens op het veld moet luisteren en jongens ook teleurgesteld worden. Dat is ook niet altijd even makkelijk”, geeft Van Halderen toe. “Ik ben heel eerlijk en direct naar spelers toe. Ze weten wel wat ze aan mij hebben. Maar het is wel eens vervelend dat je op vrijdagavond bij iemand op de bank hebt gezeten in huis en hem dan op de bank moet zetten bij een wedstrijd. Alleen het hoort erbij. Ik heb wel altijd gezegd: ga niet achter mijn rug om met jan en alleman praten, kom naar mij. En dat is ook een aantal keer voorgekomen.”

Twee keer ging Van Halderen met zijn jongens met Pasen naar een internationaal toernooi, een keer in Almere en een keer in Noordwijkerhout. Het zijn hoogtepunten voor hem. “Een kampioenschap is altijd mooi, dat is heel simpel. Maar die weekenden waren toch wel echt bijzonder. Op voetbalgebied was dat wel echt het mooiste. Het toernooi was van hoog niveau. Er waren clubs uit het buitenland die om negen uur op bed lagen, wij gingen de binnenstad nog in. Het was plezier en prestatie wat we combineerden.”


Dit seizoen is een verloren jaar. Van Halderen kijkt naar de toekomst. Jongens gaan studeren en verlaten de club daardoor, terwijl er ook jongens doorschuiven naar het eerste. Zelf gaat hij die stap op een gegeven moment ook maken, eerst als assistent en later mogelijk als hoofdtrainer. Met zijn jongens het eerste vormen is hoe de toekomst van Irene ’58 eruit kan zien.

Zonde is het wel dat hij dit jaar geen echte competitie heeft kunnen spelen met de talentvolle groep. “We hebben dit seizoen misschien vijf of zes wedstrijden gespeeld, maar zijn wel twee keer gepromoveerd. We begonnen in de derde klasse, maar omdat we alles met dubbele cijfers wonnen in die klasse en daarna ook in de tweede klasse promoveerden we naar de eerste klasse. Helaas hebben we er door het stilleggen van de competities niet in kunnen spelen. Dat is zonde. Ook omdat dit het beste team is dat ik heb gehad sinds ik ze train, misschien wel het beste team dat Irene ooit gehad heeft.”

Klik hier voor meer artikelen over Irene’58.
Meer weten over Irene’58? Klik hier.