Trainer Ron Vlot van BZC’14 is een heerlijke gesprekspartner. Open, eerlijk en vol humor: zoals het iemand uit het westen betaamt. De 53-jarige oefenmeester komt oorspronkelijk uit Sliedrecht, maar woont tegenwoordig in de regio Deventer. Van daaruit pendelt hij dit seizoen meerdere keren per week naar Brakel en Zuilichem, om BZC’14 hopelijk naar handhaving te leiden.

HappyPoint_desinfectie

Geboren in Sliedrecht, woonachtig in Eefde en werkzaam als trainer in Brakel en Zuilichem bij BZC’14. Ron Vlot heeft zo’n beetje alle windstreken gehad. “Ik ben voor de liefde naar deze regio (nabij Deventer, red.) verhuisd, maar inmiddels is die relatie voorbij. Waarom ik toch ben gebleven? Ik heb een leuk huis, ben niemand tot last en zit zo in Duitsland, waar ik werk.” Wat langer in de auto zitten om bij zijn club te komen, is voor Vlot geen probleem. “Ik maak weleens dagen van 400 of 500 kilometer voor mijn werk, dit valt voor mij mee.”

Sparta
SVW, VVGZ, Papendrecht, Sliedrecht, Groot Ammers, GSC/ODS en Vuren: het rijtje clubs waar Vlot hoofdtrainer is geweest, is indrukwekkend. “Ik heb tot mijn negentiende bij Sliedrecht gevoetbald, maakte mijn debuut al als 14-jarige in het eerste. Wij speelden toen ook in de eerste klasse, alleen was dat in die tijd het op één na hoogste niveau qua amateurvoetbal. Op mijn negentiende werd ik profvoetballer, bij Sparta Rotterdam. Dat avontuur duurde echter niet lang: na één seizoen moest ik alweer stoppen door een enkelblessure. Ik kreeg ook nog een rughernia en toen ze me daaraan opereerden, raakten ze een zenuw. Sindsdien kon ik niet meer heel hard hollen, terwijl dat altijd mijn kracht was. Ik heb tot mijn 30ste nog bij Sliedrecht gespeeld, om even later mijn carrière af te sluiten bij SVW. Dat was dan wel in de vierde klasse, maar die hadden abominabel hoge vergoedingen. Ik heb in die tijd ook mijn trainerspapieren gehaald en toen onze trainer vertrok, hebben ze mij gevraagd het over te nemen.”

Vlot merkte al snel dat ook het trainerschap hem lag. “Ik vind de voetballerij leuk, op het veld staan. De sport is altijd mijn leven geweest. Van een goed team trainer worden vind ik geweldig. Ik ben met SVW in drie jaar tijd twee keer gepromoveerd, naar de eerste klasse. Daarna was de koek op en ben ik naar VVGZ gegaan.” Hij hoeft niet per se trainer te worden op een hoog niveau. “Ik heb een dochter en vind het veel belangrijker dat zij mee kan. Ga je een hoofdklasser trainen en verlies je vijf keer, dan kijken ze met een schuin oog naar het gegeven dat je dochter bij je in de dug-out zit. Ik heb ook geen zin om mijn toekomst in de handen te leggen van een sponsor die zich de belangrijkste van Nederland voelt omdat hij 1500 euro in een club heeft gestopt. Ik zal ook echt niet vijf of zes keer per week op een club aanwezig zijn, wat daar wel gevraagd wordt.”

Huiswerk
In Groot-Ammers was Vlot maar liefst zes jaar trainer, verder duurden zijn periodes nooit langer dan drie seizoenen. Dat is geen bewuste keus. “Wat goed is, is goed. Waarom moet je dat veranderen? Iets nieuws is echt niet altijd beter. Ik hoefde bij Groot-Ammers ook niet weg na die zes jaar en mijn spelers wilden ook met me door, alleen het bestuur wilde iets anders. Ze trokken halverwege mijn laatste seizoen al een nieuwe trainer aan, maar die had met de Kerst nog maar één punt. Ze degradeerden kansloos en hij werd ontslagen.” Vlot werd ook trainer van ‘zijn’ Sliedrecht, maar die periode bleef slechts beperkt tot één seizoen. “Ik had het slechtste eerste elftal van Sliedrecht aller tijden onder mijn hoede. We stonden in de winterstop kansloos onderaan, daarna heb ik het over een andere boeg gegooid en zijn we alleen nog maar conditietrainingen gaan doen. Uiteindelijk bleven we er dankzij ons uithoudingsvermogen toch in. We wonnen zelfs de derde periodetitel. Iedereen wilde verlengen, maar het bestuur vond mij ‘te goed’. Ze bleken achter mijn rug al iemand anders te hebben benaderd.”

Wetenschap
Het is wel duidelijk: Vlot is een no-nonsense trainer. Hij houdt niet van hartslagmeters, statistieken en data. “Als ik op televisie weleens bij wissels zie dat de keeperstrainer aan een speler met vijf papieren staat uit te leggen wat hij moet doen, denk ik echt: donder toch op. Heel veel trainers maken het voetbal tot wetenschap. Die staan als een malloot langs de kant te gillen, met zo’n oversized Michelinjas aan. Dan sta je toch voor Jan met de korte achternaam. Ik vind wedstrijden coachen niet eens leuk. Je bent machteloos, laat mij maar lekker trainen.”

Nog iets waar hij een hekel aan heeft: de wedstrijdvoorbereidingen van sommige clubs. “Bij BZC’14 doen ze een positiespel als warming-up, daar hou ik niet van. Iedereen is anders: een flamboyante linksbuiten heeft een andere warming-up nodig dan een bikkelaar op rechtsback. Maar ze willen dat graag, dus ik laat ze lekker hun positiespel doen.” Zo vindt Vlot een yell ook verschrikkelijk. “Ik hou niet van dat geschreeuw. Toen ik zelf nog bij Sliedrecht speelde, moesten we allemaal onze handen op elkaar leggen en dan riepen we iets. Ik ben toen weleens naar het toilet gelopen, heb over mijn hand gepist en die legde ik dan bovenop. Op een gegeven moment hadden we weer iets anders: moesten we met zijn allen onze hand op het hoofd van de grensrechter leggen. Ik ging maar op de wc zetten, totdat die onzin voorbij was.”

Mondiger
Vlot merkt dat ze bij BZC’14 nog wat aan zijn manier van coachen moeten wennen. “Richting de Randstad wordt iedereen wat mondiger naar de trainer, hier zijn ze gereserveerder. Ik probeer mijn spelers te leren brutaler te zijn, omdat je dat in het veld ook nodig hebt. Je gaat de wedstrijd in om te winnen, moet de bal opeisen of die nu wel of niet binnenbleef. En als ze het niet eens zijn met een beslissing van mij, moeten ze daar ook direct iets van zeggen. Niet pas achteraf, dan heeft het geen zin meer.” Zelfs de taal is nog een dingetje. “Het verschil qua accent ten opzichte van Vuren vind ik al enorm. Brakel ligt meer richting Brabant, ik versta ze echt niet als ze plat tegen elkaar praten. Maar dat is niet erg. Ik ben nieuw hier, dus ik moet me aanpassen.”

Vlots avontuur bij Vuren eindigde na drie jaar. Toen BZC’14 later aan de lijn hing, twijfelde hij even. “Maar het gesprek was leuk, ze waren heel enthousiast. Ik dacht: waarom proberen we het niet gewoon?” BZC’14 eindigde afgelopen seizoen als laatste in de derde klasse, maar mocht door de coronacrisis toch in de competitie blijven. “Ik wil dit seizoen hoger eindigen, niet degraderen zou al fantastisch zijn. We hebben een jonge, onervaren ploeg op dit niveau, die mooie hoogtepunten afwisselt met enorm diepe dalen. De ene week is het fantastisch en de week daarna lijkt het niet eens op voetbal. Daar kunnen zij niks aan doen, dat hoort erbij. Het zijn leuke gasten, de wil is er, de trainingen worden goed bezocht en de staf en randzaken zijn prima geregeld. We hebben genoeg potentie om niet te degraderen, maar momenteel zit er ook echt niet meer in dan dat.”

 

Klik hier voor meer artikelen over BZC’14
Klik hier voor meer informatie over BZC’14