Een gesprek van vijf uur vormde de inleiding, de rest is geschiedenis: John de Wit is na zestien jaar terug bij RCD, de club die hij als speler en trainer diende. Zijn missie: het vuur terugbrengen bij de spelers van de Racing Club, waarvoor hij niet alleen mentor maar ook klankbord wil zijn.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020
Hoewel de 61-jarige John de Wit al jarenlang ingezetene van Den Haag is, is het Dordtse accent nog steeds onmiskenbaar hoorbaar. De zinnen rollen nog steeds met in elke lettergreep bevlogenheid uit zijn mond en de liefde voor RCD klinkt regelmatig door. De Wit is terug bij de vereniging, die hij ruim anderhalf decennium verliet maar nooit uit het oog verloor. ,,En het mooie is dat ik nu in de selectie jongens onder mijn hoede heb die ik destijds in de F’jes heb getraind.’’

Van der Valk
Na zeven seizoenen bij het Haagse BMT, waar hij wederom bewees de trainer van de lange adem te zijn na eerder vijf seizoenen bij SSW te hebben gewerkt, dongen verschillende clubs naar zijn gunsten. Plots was daar het telefoontje van zijn voormalig pupil bij RCD, Louis Laros die belast is met technische zaken. ‘Lowietje’, zoals De Wit hem telkens liefkozend noemt, bleek de gevoelige snaar bij zijn trainer en inspirator te kunnen raken. ,,’Lowietje’ had zijn zaakjes goed voor elkaar en zich heel goed voorbereid. We hebben vijf uur met elkaar zitten praten in het Van der Valk-hotel hier in de buurt, over voetbal, over het leven, over van alles. Het was kort voor ik op reis zou gaan met het vrouwtje, dat kon toen nog. Na dat gesprek ging bij Delft de telefoon en was het beklonken: ik zou terugkomen naar RCD. Daar had ik toen al vreselijk veel zin in.’’

Passie
Inmiddels is hij al wekenlang met zijn spelersgroep bezig, terug op vertrouwde grond. Bij een club die de laatste jaren op technisch gebied een woelige periode kende. Met trainers die vlot vertrokken, spelers die tussentijds stopten en prestaties die vaak niet meevielen. ,,Ik wil mijn voorgangers zeker niet afvallen, maar Pippy (Pruymboom, red.) combineerde het trainersvak bij RCD met Oranje Wit en dat bleek een lastig verhaal. Zijn opvolger Paultje Koster is hier maar een seizoen geweest en ook dat verliep moeizaam. Het feit is gewoon: als trainer moet je meer zijn dan de man die op het trainingsveld soms keihard moet zijn. Ook het menselijke aspect is zo enorm belangrijk: je moet er altijd willen staan en zijn voor die jongens. Die moet je ook een goed gevoel kunnen geven en niet alleen passie willen bijbrengen, maar ook laten voelen.’’

Dordrecht
Groote Lindt (drie jaar), SSW (vijf jaar) en BMT (zeven jaar) markeerden de tussenliggende periode van vertrek tot terugkeer bij RCD. ,,Een cv met maar vier clubs erop in zo’n lange periode, dat zegt ook wel wat over hoe ik ben. Als het gevoel goed is en ik heb het naar mijn zin, dan is het goed. Ik weet zeker dat ze me bij BMT volgend seizoen heel graag terug zouden willen zien keren als trainer. Maar ik heb mijn woord aan RCD gegeven en wil proberen om er de komende tijd wat neer te gaan zetten. Ik word aan het einde van het jaar 62, maar wil zolang als het kan doorgaan met wat ik leuk vind. In mijn hoofd ben ik nog steeds die jonge hond van 26-27 jaar. Nee, ik keer er niet voor terug naar Dordrecht. Dat is en blijft mijn stadje, maar ik zit prima in Den Haag.’’

Derby’s
De voorbereiding verliep voor RCD met horten en stoten. Bij het Zebra-toernooi van SSW werd goed partij geboden aan toernooiwinnaar en competitietegenstander Dubbeldam, maar er waren ook mindere optredens. ,,Het heeft tijd nodig om met die jongens iets neer te gaan zetten. Daar was ik me van bewust en dat zal ook blijken. Natuurlijk willen we voor het hoogst mogelijke gaan in de competitie, maar ik durf wel te stellen dat wij niet de favoriet zijn en dat ook de top-drie voor ons op dit moment niet reëel is. Emma heeft een hele goede selectie, Dubbeldam is al jaren sterk en Ries (Fok, red.) gaat het daar goed doen en ook de amateurs van FC Dordrecht hebben zich versterkt. Wij doen het met goedwillende jongens, we moeten gaan kijken waar dat toe gaat leiden. Die Dordtse derby’s, dat is toch prachtig. Dat doet weer denken aan de tijden van weleer dat we in Dordrecht wekelijks op zondag een enorme berg stadsontmoetingen hadden. Dat maakt deze derde klasse straks een prachtige competitie.’’

Cooper
John de Wit is en blijft de man met het hart op de tong. Een kleurrijk figuur, die veel te veel grijze muizen in het trainerswereldje rond ziet lopen. En dat wil hij niet zijn. ,,Ik kan keihard zijn, maar ook meelevend. Dat heeft me ook veel mooie momenten en kampioenschappen gebracht in de afgelopen jaren. Maar vooral bij cluppies die bij mijn karakter pasten. Daardoor hield ik het ook zo lang uit bij SSW en BMT, omdat dat verenigingen waren waar ik me lekker thuis voelde. Dat vertrouwde, dat moet bij RCD  ook weer terugkeren.’’

Op zijn lichaam doet één beeltenis nog steeds denken aan zijn periode bij RCD: een tatoeage van hondje Cooper, die altijd onafscheidelijk van zijn baasje was. ,,Eigenlijk heb ik niks met tatoeages, maar Coopertje is veel te vroeg overleden, hij is maar elf jaar geworden. Hij was er altijd bij, het heeft zelfs nog een prachtige foto in de krant opgeleverd omdat hij het ook geweldig vond op het voetbalveld. Het viel me zwaar om afscheid van hem te nemen. Op deze manier heb ik hem toch altijd bij me.’’

Klik hier voor meer informatie over RCD
Klik hier voor meer artikelen over RCD