ALBLASSERDAM – Voetbalvereniging Alblasserdam vierde dit jaar het negentigjarig bestaan. Voorzitter Arjan Maat kijkt terug en vooruit.

Het roemruchte Alblasserdam heeft pieken en dalen beleefd. Inwelke fase bevindt de club zich op dit moment?
,,Wij hebben de afgelopen negentig jaar inderdaad pieken en dalen gekend. Ik ben er zeer trots op dat we in mei konden proosten op ons 90-jarig jubileum en gaan vol vertrouwen op naar onze honderdste verjaardag. Momen- teel zitten wij in een stabiele fase, zowel organisatorisch als financieel. En een stabiel ledenaantal, waarbij de focus ligt op het aantrekken van jeugd. De jeugdafdeling zijn we aan het reorganiseren en hebben daar ook capabele mensen voor gevonden.”

Wat is sportief het plafond voor het eerste elftal?
,,De ambitie is om zo hoog mogelijk te voetballen. Het hoogst haalbare op dit moment is derde of tweede klasse. Wij voelen ons nu heel prettig in de derde klasse C gezien de prachtige regioderby’s die op het programma staan.”

Blijft Alblasserdam een pure amateurclub of kan er meer als het bedrijfsleven zich erachter zet?
,,Sinds 2012 hanteren wij een strak financieel beleid. Dit bete- kent dat we niet meer uitgeven dan dat er binnenkomt. Dat heeft mogelijk geresulteerd in een sportieve aderlating van ons eer- ste elftal. Dat was een ingecalcu- leerd risico. Natuurlijk kijken wij met onze technische commissie wel hoe wij Alblasserdam op de langere termijn op sportief gebied verder kunnen helpen.”

De jeugdafdeling is in ontwikkeling. Waar wil Alblasserdam op termijn naartoe?
,,De jeugdafdeling is zoals eerder gezegd zeker in ontwikkeling. Vanaf de mini-pupillen tot het eerste elftal willen we een geplaveid pad uitstippelen waardoor uiteindelijk zoveel mogelijk (jeugd)spelers in de selectie van onze eerste twee elftallen terecht kunnen komen. Momenteel zijn we bezig met de herstructurering van de jeugdafdeling waar- bij we een nog betere structuur neerzetten. Dat moet resulteren in nog betere trainingen en voet- balplezier voor ieder kind uit Alblasserdam en omstreken.”

Voetbal bestaat bij de gratie van vrijwilligers. Hoe staat Alblasserdam er op dat gebied voor?
,,Voetbalvereniging Alblasserdam is gezegend met veel vrijwilligers. Een grote groep vaste mensen die zich al jaren inzet voor de club. Maar net als bij veel andere verenigingen komen ook wij handjes tekort. Wij redden ons wel, maar er kunnen absoluut mensen bij. Dat is toch wel een maatschappelijk probleem aan het worden. Wij horen dat ook vaak bij andere omliggende sportverenigingen. Bij Alblasserdam werken wij er hard aan om de mensen doorlopend enthousiast te houden.”

Eerder gaf je aan dat er een vorm van samenwerking tussen regionale clubs moet komen. Hoe kijk je daar nu tegen- aan en wat moet er gebeuren?
,,Wij zijn nog steeds enthousiast over verregaande samenwerking omdat we denken dat op de langere termijn, mede gezien de problematiek van vrijwilligers, het lastig is om op een klein oppervlak meerdere voetbalverenigingen te exploiteren. De hulp van de diverse gemeentes en de voetbalverenigingen is hard nodig om met elkaar vooruit te durven kijken. Regeren is immers vooruitzien. Ook andere vormen van samenwerken sluiten wij niet uit, denk hierbij aan een omnisportmodel.”

Je zet je op meer fronten in voor het verenigingsleven. Wat drijft je daartoe naast het leiden van je bedrijf?
,,Passie en beleving. Het is on- gelooflijk eervol om voorzitter te zijn van een club die een open podium biedt aan alle sociale lagen van de Alblasserdamse samenleving.”

Zes jaar ben je nu voorzitter. Hoe lang blijf je nog in deze functie voor de club?
,,Zolang ik het gevoel heb dat ik niet aan een dood paard trek en er genoeg toekomstperspectief is voor amateurvoetbal in de regio waar voetbalvereniging Alblasserdam een onder- deel van mag zijn. Zolang de club vindt dat ik nog de juiste persoon ben om deze rol te vervullen – het blijft een democratisch besluit – denk ik voorlopig nog niet aan stoppen.”