Van het ene op het andere moment was hij het zat. Toen Barry van Rijn een blik wierp op de bespreekkamer in het clubgebouw van SV Warmunda wist hij dat het tijd was voor een goede opknapbeurt. Zijn vriendin Maaike Oostdam, al tien jaar secretaris in het bestuur, deed vrolijk mee en pakte de bestuurskamer aan. “Eigenlijk kon het niet meer.”

Wie een tijdje niet in de kantine en clubgebouw van Warmunda is geweest – en dat geldt in coronatijd zo’n beetje voor alle leden van de SV – kijkt zijn ogen uit. In de kantine is het meubilair voorzien van een make-over. Er zijn statafels toegevoegd aan het assortiment, tafels en stoelen hebben een nieuwe look gekregen. “Lekker fris”, zegt Oostdam. “Dat we de kantine zouden doen, zat al een tijdje in de planning. Het kwam nu ook mooi uit met corona. We hadden alle ruimte voor onze rommel. Doe je dat tijdens het seizoen moet je alles na een avondje werk netjes achter laten.”

Barry van Rijn (48) en Oostdam (43) hebben allebei een lange geschiedenis bij de club. Met een beetje fantasie kun je ze clubiconen noemen. Van Rijn was jarenlang het boegbeeld van het eerste elftal, dat destijds op zondag furore maakte. Hij speelde twintig jaar voor Warmunda en bleef zijn club ook trouw toen zijn actieve carrière erop zat. Hij had als trainer vijf jaar het tweede team onder zijn hoede en inmiddels is hij voor het derde seizoen met Remco Breuer verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van Warmunda 1. Eind vorig jaar slaagde hij voor zijn TC3.

Oostdam heeft amper minder dienstjaren. Ze speelde jarenlang in het eerste handbalteam en combineerde dat met zaalvoetballen. Al tien jaar maakt ze als secretaris deel uit van het algemeen bestuur. Daarnaast is ze trainer van Warmondse handbalsters en speelt ze nog in het wit en blauw in de zaal. “Het was eigenlijk mijn plan dat dit seizoen mijn laatste seizoen zou zijn, maar het geeft mij geen lekker gevoel om afscheid te nemen”, zegt ze. “Vandaar dat ik er nog een seizoen aan vastplak in de hoop dat we een normaal seizoen kunnen afwerken.”

Waar haar partner besloot zich uit te gaan leven op de bespreekruimte, stortte Oostdam zich op de bestuurskamer. “In het bestuur hadden we zoiets: nu we toch bezig zijn, laten we dan maar gelijk ook de bestuurskamer meepakken. Toen we dat besloten hadden, keek iedereen naar mij. Zoiets van: jij bent de enige vrouw en jij hebt verstand van inrichten. Haha.”

Oostdam ging voortvarend aan het werk. “Ik hou niet van half werk”’, lacht ze., “De muren en plafond zijn gestuct. Dat heb ik zelf niet gedaan, hoor. De inrichting, het binnenhuisarchitect-achtige deel, wel. Nieuwe stoelen, andere tafel. Frisse kleuren.” Ook alles wat aan de muur hing, moest er aan geloven. “Dat was voor sommige mensen wel even schrikken. Die zagen de oorkondes en oude foto’s al in de prullenbak verdwijnen. Volgens mij zijn ze gered door de clubarchivaris.”

Van Rijn ging al even grondig te werk. “Laat ik zeggen dat ik de kamer wat gedateerd en oubollig vond”, verklaart hij zijn actie. “Die kamer werd gebruikt voor van alles. Het was een veredeld magazijn geworden voor allerlei spullen. Er zat weinig sfeer in. Voor mensen die van nostalgie houden dé ideale ruimte.” Inmiddels is de kamer voorzien van karakter en kleur, van clublogo’s en persoonlijke touch van Van Rijn. “We zijn klaar voor het nieuwe seizoen.”

Klik hier voor meer artikelen over Warmunda.
Klik hier voor meer informatie over Warmunda.