Als lolletje wordt Rob Zandbergen weleens naar zijn bingokaart gevraagd. Bij Bollenstreekclubs Quick Boys, Rijnsburgse Boys, FC Rijnvogels, Ter Leede en VVSB staat er een kruisje. Vijf in totaal. Of de dertigjarige verdediger nog eens de pen gaat hanteren, weet hij niet. “Voorlopig in ieder geval niet. Ik ben blij dat ik sinds 2020 weer voor Rijnsburgse Boys speel. De mooiste club die er is. Lekker op het fietsje naar het sportpark.”
IT-Rijnsburg
RIJNSBURG – Begin januari kwam zijn contractverlenging tijdens het trainingskamp in Torremolinos rond. Onder de brandende zon in de streek Málaga zette Rob Zandbergen zijn handtekening onder een nieuw eenjarig contract. “Ik wilde graag door, de club wilde graag met me verder en er stond een optie in mijn contract. Het gesprek duurde niet lang. Alleen mijn positie kwam iets uitgebreider aan bod.”

In de zomer van 2020 dacht Zandbergen als centrale verdediger terug te keren op Middelmors, de omgeving waar hij van 2011 tot 2014 ook al actief was. “In de voorgaande jaren heb ik bewezen dat het mijn plekkie is. Tot op heden heb ik alle wedstrijden als linksback gespeeld. Die rol vul ik op mijn eigen manier in.” Een gevolg van de blessure van Jordy Strooker, die in de voorbereiding de voorste kruisband van zijn knie scheurde. Zijn positie kwam vrij. “Toen hij net weer fit was en het opnieuw gebeurde, wist ik hoe laat het was. Ik moest me dit seizoen wederom op de positie van linksachter richten.”

“Ik ben geen typische linksback die veelvuldig mee opkomt. Dat gebeurt in mijn geval één of twee keer per wedstrijd. Ik moet die momenten uitzoeken. Dit seizoen pakken de voorzetten, die daaruit volgen, helaas ongelukkig uit. Snelheid is niet mijn sterkste wapen, maar door positioneel goed te staan en mijn gevoel voor ruimte sta ik mijn mannetje. Mijn ervaring komt daarin goed van pas. Elke week sta ik tegenover een oud-profvoetballer, een razendsnelle buitenspeler. Het verrast me hoe ik in de Tweede Divisie met mijn speelwijze overeind blijf.”

“Als Jordy straks fit is en op zijn oude niveau, ken ik mijn opdracht: de concurrentiestrijd aangaan. Ik zie daarin voldoende perspectief. Ik kan natuurlijk ook naar het centrum. Van daaruit lekker inschuiven. De trainer weet dat daar mijn voorkeur en kracht ligt.” Hij brak dit seizoen reeds zijn persoonlijke doelpuntenrecord. “In het begin van het seizoen mocht ik niet mee bij hoekschoppen. Terwijl ik juist het gevoel voor ruimte heb om vrij te lopen. Na wat aandringen kreeg ik weer toestemming. Op trainingen oefen we met Jan Blankespoor, de assistent-trainer, de dode spelmomenten. Ik heb hem eens goed aan zijn jasje getrokken, haha.”

Met Rijnsburgse Boys beleefde Zandbergen een jaargang met fases. “Zoals veel clubs in de Tweede Divisie. Helaas kenden we na de winterstop direct een moeilijke fase met één punt uit vier wedstrijden. Blijkbaar moesten we na de coronaonderbreking weer op gang komen. Daarna wonnen we vijf keer op rij. Ik denk er weleens over na als we het na de winterstop direct op de rit hadden staan… hadden we dan meegedaan om de titel? Het hele seizoen hebben we uiteindelijk in de top vijf gestaan.”

In 2011 belandde Zandbergen voor de eerste keer bij Rijnsburgse Boys. “Veruit het grootste deel van mijn jeugd doorliep ik bij Quick Boys. De stap naar het eerste elftal is enorm. Heb je als club het budget om spelers voor de selectie van buitenaf te halen, is inpassen van eigen jeugd geen noodzaak. Bovendien kwam ik niet uit Katwijk, maar uit Rijnsburg. Via Quick Boys belandde ik bij de districtselecties van de KNVB en mocht ik op mijn twaalfde stagelopen bij ADO Den Haag. Van mijn lichting bij Quick Boys is iedereen gestopt of speelt lager. Ik ben als enige over op Tweede Divisieniveau. Waarom? Een beetje geluk met keuzes maken, maar ook mentaal doorzetten. Ik was in mijn jeugdteams nooit de uitblinker.”

Na zijn eerste vertrek van Middelmors in 2014 speelde de Rijnsburger voor FC Rijnvogels, Ter Leede en VVSB. Rijnsburgse Boys ondernam meerdere pogingen om hem terug te halen. “Ik antwoordde dat ze pas terug mochten komen als ze een goed verhaal hadden. Vroeg in het seizoen en me niet halen voor de breedte. Uiteindelijk gebeurde dat. Met Henk Wisman stond de trainer voor de groep met wie ik bij Ter Leede uitstekend had samengewerkt en kampioen was geworden. Ik vind het heerlijk om weer in mijn eigen dorp actief te zijn. Overal waar je komt, weer heerlijk over het voetbal te praten en lekker op de fiets in vijf minuten naar het sportpark.”

Hij werkt op de bloemenveiling in Naaldwijk. “Twee dagen in de box, drie dagen op kantoor. Ik doe de inkoop van decoratie en droogbloemen. Ik ben daardoor regelmatig op pad. De ene keer op de fiets in Rijnsburg, de andere keer twee uur in de auto naar Coevorden.” Het drukke competitieprogramma in het voorjaar noemt hij prettig. “Op maandag- en donderdagavond doen we weinig op de training, lopen we uit. Het ritme van veel wedstrijden achtereen vind ik lekker.”

Of hij zijn loopbaan bij Rijnsburgse Boys afsluit, weet hij niet. “Ik weet niet hoe lang de club met me door wil. Er worden weleens grappen gemaakt over mijn bingokaart of het gebrek van clubliefde. Vooral op latere uren in de kantine. Ik kan emoties en kritiek gelukkig gemakkelijk van me afzetten. Lig er absoluut niet wakker van. Ik wil spelen en dan heb je een loopbaan niet altijd in de hand. Mijn bingokaart zal ik niet volmaken hoor. Naar Quick Boys ga ik nooit terug en Katwijk en Noordwijk sluit ik ook bij voorbaat uit. Misschien FC Lisse, kan ik nog een zesde kruisje zetten. Maar als voetballer is nu eenmaal weinig te plannen. Ik heb het nu uitstekend naar mijn zin. Ik vind Rijnsburgse Boys de mooiste club die er is.”

Bron; Tweede Divisie krant

Klik op Rijnsburgse Boys voor het laatste artikel over de club.