bollenstreek-thomas-bakker-band-met-rijnsburgse-boys

Van Japan en Vietnam naar Rijnsburg. Thomas Bakker heeft na zijn avonturen in Azië zijn plek bij Rijnsburgse Boys gevonden. Dat de waardering er ook is van de andere kant blijkt uit de aanvoerdersband om zijn linkerarm.

De slotfase van de eerste competitiehelft was voor Bakker (28) frustrerend. Terwijl zijn ploeggenoten in actie kwamen, bracht de geboren Fries zijn tijd door met bezoekjes aan de fysiotherapeut en het ziekenhuis. Een onwillige enkel hield hem lang aan de kant. “Ik had er al een tijdje last van”, wijst hij op het gewricht. “De blessure is ontstaan in de bekerwedstrijd tegen Noordwijk. Ik ben er daarna wel gewoon mee blijven doorspelen. Het ging goed met de ploeg en dan verbijt je ook wat sneller de pijn. Op een gegeven moment kreeg ik echter te veel last.”

Bakker werd aan het begin van het seizoen gebombardeerd tot nieuwe aanvoerder van de Uien. Dat kwam voor hem onverwacht. “De trainer had de voorkeur voor een speler die van achteruit de lijnen uitzet en coacht”, zegt hij. “Jeffrey Jongeneel, die vorig seizoen aanvoerder was, staat op het middenveld.”

“De trainer heeft mij en Jordy Stroker aangewezen als eerste en tweede aanvoerder. Voor mij voelt de band natuurlijk aan. Ik ben als verdediger altijd bezig geweest om mijn teamspelers op de goede plaats te zetten. Dat deed in de jeugd en beloften bij Heerenveen en later ook bij HHC Hardenberg. Wat dat betreft is er weinig veranderd door die band. Natuurlijk is het een eer om aanvoerder te zijn van deze mooie club.”

Bakker streek amper een jaar geleden neer in Rijnsburg. “Er waren eerder al contacten, het was eigenlijk één plus één is twee”, geeft hij aan. Dat hij niet eerder op sportpark Middelmors actief was, had te maken met zijn Japanse avontuur. Hij speelde anderhalf seizoen voor de club met de naam ‘Veertien Mie’. “Een vriend van mij, Quintus Martinus, speelde al in Japan. Een andere vriend heeft als zaakwaarnemer de contacten gelegd met de club.”

“Veertien Mie was nog niet zo lang geleden daarvoor opgericht. De provincie, Mie, had geen profclub. De voorzitter was helemaal gek van het Nederlandse voetbal en vooral van Johan Cruijff. Vandaar dat veertien. Dat ze een Nederlandse speler in de selectie konden krijgen was de slagroom op de taart”, aldus Bakker, die zich in Japan een soort ambassadeur van het Nederlandse voetbal voelde. “We speelden ook in Oranje-shirts. Ik wist dat ons voetbal groot is, maar dat het zoveel teweeg heeft gebracht had ik niet verwacht.”

Hij was onder de indruk van het niveau van de spelers. “Stuk voor stuk technisch en zeer behendig. Tactisch was het een stuk minder. Daarom zal het nooit wereldtop worden.”

Bakker trainde en speelde wedstrijden, maar er bleef voldoende tijd over om het land van de rijzende zon ook te ontdekken. “Daar heb ik ook volop gebruik van gemaakt. We trainden in de ochtend. In de middag gingen mijn ploeggenoten aan het werk bij de sponsors, ik had mijn handen vrij om attracties en andere bezienswaardigheden te bezoeken.”

Er was na zijn vertrek interesse uit Vietnam. “Ik ben daar nog een week geweest om stage te lopen. Ik speelde prima in een oefenwedstrijd. Probleem was dat de club al het maximale aantal buitenlandse spelers, drie, onder contract had staan.” Heel erg vond Bakker het afketsen van de transfer ook weer niet. “Ik wilde eigenlijk al terug naar Nederland om hier mijn maatschappelijke carrière op te starten. Ik werk nu als recruiter en bij Rijnsburgse Boys speel ik op een prachtig niveau. Ik heb het er super naar mijn zin. Alles is perfect geregeld.”

Hij geniet van de thuiswedstrijden en dan vooral de derby met andere Bollenstreek-clubs. “Tegen Noordwijk en Quick Boys heb ik meegespeeld, Katwijk heb ik door mijn blessure helaas gemist”, reageert hij. “Dat was ook de minste derby voor ons. We waren redelijk kansloos. Quick Boys was daarentegen geweldig. Drieduizend man en nog winnen met 3-1 ook.”

Hij mikt dit seizoen met Rijnsburgse Boys op een plaats bij de eerste zeven. “Daar hebben we de kwaliteit voor. Mijn grote doel is om nog een keer kampioen te worden. Het liefste met Rijnsburgse Boys.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.