Piet de Ronde is een Oosterhout-man in hart en nieren. Inmiddels komt hij al bijna zestig jaar bij de club van het wit en zwart, in de jaren voor de fusie als lid van WVO. Tegenwoordig is zijn officiële titel leider van de klusploeg, maar eigenlijk is De Ronde het manusje-van-alles.

Piet de Ronde voetbalde tot zijn 62ste. Dat is op zich al een knappe prestatie, maar niet per se opvallend. Maar dat is het wel als je beseft dat de nu 73-jarige Oosterhouter geboren is met een klompvoet. “Mede daardoor heb ik de selectie nooit gehaald, maar dat kwam ook omdat ik nooit zin had om te trainen. Ik heb wel in het tweede, derde en vierde gespeeld. Ik ben een doorzetter denk ik, voetbalde eigenlijk altijd wel met wat pijn.” Toen hij nog in de beginjaren bij WVO speelde, was de luxe van sportpark De Contreie ver te zoeken. “Na de wedstrijd stond voor iedere speler een teiltje klaar, om zich daarin te wassen.”

Hoe anders is dat nu, met een hypermodern complex aan de Weststadweg. “Maar de warmte van toen is er nog altijd. Dat Brabantse gevoel heeft Oosterhout heel erg, wij zijn ook een echte volksclub. Ik vind ons de warmste voetbalvereniging van Oosterhout, ken heel veel leden al van kleins af aan. De leuke mensen komen graag terug bij VV Oosterhout.”

Altijd
Hij is heel vaak op het sportpark te vinden. “Mijn vrouw zegt dat ik altijd op De Contreie ben, maar dat klopt niet. Vrijdags doe ik niks bij Oosterhout. Verder ben ik er elke dag. Op maandag- en donderdagmorgen met de klusploeg, we zijn in totaal met een man of veertien. Veel oud-spelers van het eerste elftal. We zorgen ervoor dat het park er mooi uitziet. We maaien het gras, verrichten timmerwerk, lappen de ramen en doen bijvoorbeeld wat timmer- en laswerk. Ik kom uit de bouw, ben dus ook vrij handig. We krijgen geregeld complimenten van bijvoorbeeld de gemeente over de staat van het sportpark, dat vind ik mooi. Het zijn altijd gezellige ochtenden, met een bak koffie en worstenbroodje maken we op donderdag alvast de opstelling voor de selectie van zondag. Die blijkt toch vaak niet helemaal te kloppen.”

Hij somt op wanneer hij allemaal op de club is, een indrukwekkend rijtje. “Naast die twee ochtenden sta ik op zaterdag langs de lijn bij mijn kleinkinderen, ga ik zondag bij het eerste en tweede kijken en op dinsdag en donderdag bij de trainingen. Daarnaast word ik nog drie of vier keer per week gebeld, omdat iemand aan de poort staat en er opengedaan moet worden. Dat kan een leverancier zijn of de schoonmaakploeg. Als er wat is, dan wordt Piet gebeld. En Piet is er dan. Misschien heeft mijn vrouw toch gelijk.”

De prestaties van het eerste elftal volgt hij op de voet. “Als ze een wedstrijd slecht spelen, zeg ik altijd dat ik de week daarna niet meer kom. Om vervolgens toch weer langs de lijn te staan.”

 

klik hier voor meer artikelen over Oosterhout