Hij was jarenlang actief als hoofdtrainer, maar heeft sinds een paar jaar zijn werkterrein verplaatst naar de jeugd. Ron van Neck werkt als hoofd jeugdopleidingen aan de basis bij Melissant. “Plezier moet alleen op één staan. Zonder dat bereik je niks.”

Het lentezonnetje schijnt uitbundig op het terrein van Melissant en de mini’s van de dorpsclub huppelen op het veld als lammetjes door de wei. Van Neck (56) heeft voor iedere gup geduld en doet voor hoe zij zich zo behendig mogelijk kunnen manoeuvreren door het circuit van voetbalobstakels. “Hier loop je rechts het poortje langs en speel je de bal door het poortje”, zegt hij.

Aan de lichaamstaal van Van Neck is te zien dat hij volop geniet. “De jeugd is mijn passie. Ik ben niet voor niks het onderwijs ingegaan. Ik maak graag kinderen wegwijs op school, maar ook in het voetbal.”

Van Neck was jarenlang hoofdtrainer op Goeree-Overflakkee. Naast Melissant maakte Herkingen’55 en Flakkee gebruik van de diensten van Van Neck, al was zijn avontuur bij die laatste club geen lang leven beschoren. “Een mismatch, dat kan wel eens gebeuren”, zegt bij daarover. “Maar geen kwaad woord over Flakkee, hoor. Overal waar ik trainer ben geweest, kan ik nog via de voordeur langskomen.”

Uitgekeken op het hoofdtrainerschap was hij niet, zijn vrouw wel. “Onze vakanties hebben altijd in het teken gestaan van het voetbal. We waren vanwege de voorbereiding altijd verplicht om de eerste twee weken van de schoolvakantie te gaan. Na zoveel jaar trainerschap vond ik dat zij best ook eens wat mocht vinden. Als hoofd jeugdopleidingen ben je wat vrijer in je tijd. Het kost zeker niet minder tijd, maar je kunt het zelf wel wat makkelijker indelen.”

Van Neck, die zelf een verdienstelijke carrière als keeper achter de rug heeft, besloot zich te richten op de jeugd. “Bij Flakkee had ik al een dubbelfunctie”, legt hij uit. “Toen het als hoofdtrainer spaak liep vonden mensen in de club dat ik ook weg moest als HJO. Dat vond ik jammer, maar het was niet anders. Het vervelende was dat ik toen nog in opleiding was. Met het vertrek bij Flakkee raakte ik meteen mijn stageplek kwijt.”

“Toen Melissant daar lucht van kreeg, belden ze meteen om te zeggen dat de deur bij hen voor mij openstond. Ik heb hier als hoofdtrainer vier mooie jaren gehad en dat was men nog niet vergeten.”

Het voordeel was dat Van Neck zich aan niemand hoefde voor te stellen. “Ik kende de club, spelers en trainers. Veel jeugdtrainers heb ik als trainer bij het eerste elftal gehad. Ik ken de cultuur en ook de visie van de club. Dat laatste is belangrijk omdat ik vind dat die visie in de jeugd niet die van Ron van Neck moet zijn, maar van alle trainers samen.”

Melissant heeft bij de jeugd de ambitie om te groeien. In aantallen, maar ook op voetbaltechnisch gebied. “Maar plezier blijft de basis”, weet Van Neck. “Ieder spelertje moet plezier hebben op de training. Spelenderwijs moeten ze het voetbal bijgeleerd krijgen. We overleggen veel met de trainers. Ondanks dat er geen competitiewedstrijden gespeeld kunnen worden, kan je werken aan de ontwikkeling van spelers. Nog niet zo lang geleden hebben we, met inachtneming van de coronamaatregelen, een themabijeenkomst over omschakelen belegd. Alle ideeën over trainingen bundelen we in een boek dat in de kantine ligt. Als een trainer een keer om oefenstof verlegen zit, kan hij het zo openslaan.”

Naast HJO bij Melissant heeft Van Neck al zes jaar een keepersschool. Jeugdkeepers kunnen voor speciale keeperstraining terecht op vrijdag bij Herkingen’55. “Ik weet uit ervaring dat keeperstraining er bij clubs vaak wat bijhangt. Bij ons krijgen ze alle aandacht. We hebben zo rond de tien, elf keepertjes. De training is om de twee weken. Wij doen niet moeilijk als je een training mist en als je een blok niet wil meedoen, doe je een blok niet mee.”

Voor meer artikelen over Melissant klik hier