Hoe gek het ook klinkt, maar op 22-jarige leeftijd behoort Jelle van Dam bij Lekvogels al tot het oudere deel van het eerste elftal. De middenvelder is bezig aan zijn derde seizoen in de hoofdmacht en is volgens trainer Ton Delfgou een belangrijke kracht in het elftal.

LEXMOND – ,,Dat de trainer zoiets zegt, is mooi om te horen’’, reageert Jelle van Dam op de loftuiting van zijn trainer, die vroeg in dit kalenderjaar tekende voor een tweede seizoen bij de club uit Lexmond. ,,Zelf heb ik dat niet zo door, eerlijk gezegd. Ik doe gewoon mijn ding. Het spelletje spelen zoals ik dat graag doe en plezier maken. En blijven voetballen, geen onzinnige dingen gaan doen.’’

Met Lekvogels draait Van Dam dit seizoen mee in de subtop van de vierde klasse. ,,Voor dit seizoen heb ik de nacompetitie wel uit mijn hoofd gezet. Dit is het eerste seizoen onder trainer Ton Delftou en met een hele jonge selectie. Maar volgend seizoen, of het seizoen daarna moeten wij zeker kunnen gaan meedoen om de prijzen. Die potentie zie ik ook wel’’, aldus Van Dam.

Ondanks dat hij pas 22 jaar is, behoort Van Dam al tot de gevestigde orde. Met name in het huidige seizoen maakten veel jongelingen hun opwachting. ,,Je merkt dat het voor veel jongens een behoorlijke overstap is geweest, van de jeugd naar de vierde klasse. Het is gewoon wennen, al gaat het gelukkig wel steeds beter. We hebben niet de ploeg om de fysieke duels aan te gaan, we moeten het hebben van een snel spelletje. Aannemen en gelijk weer spelen. Dat probeer ik mijn jonge teamgenoten ook te leren. Als je de bal snel rond laat gaan, kan je ook niet in die duels terechtkomen.’’

Van Dam is blij met de ontwikkeling van de speelstijl die zich sinds dit seizoen heeft voorgedaan. ,,Toen ik doorstroomde naar het eerste elftal werd vaak een lange bal gespeeld. Als middenvelder zag ik die bal dan steeds over mij heen vliegen’’, aldus Van Dam. Op wiens initiatief de lange bal overboord werd gegooid, durft hij niet te zeggen. ,,Zoiets ontstaat eigenlijk vanzelf. Als we probeerden te voetballen ging dat steeds beter, dus dan probeer je die lange bal ook minder snel. Je moet niet denken aan wat er verkeerd kan gaan, maar het gewoon doen. Ik ben een speler die de bal graag heeft en dat geldt eigenlijk voor al onze middenvelders wel. Nu gaat het spelletje dus eigenlijk altijd via het middenveld en dat is prettig. Het risico dat je neemt, hoort er ook een beetje bij. Zelf heb ik ook weleens een te korte bal gespeeld, die werd onderschept. Nou ja, dan peppen je teamgenoten je op en de volgende keer gaat het weer goed.’’