Peter Baan kende een droomjaar 2018. Hij promoveerde met de dames van DSE terug naar de Hoofdklasse, het op één na hoogste amateurniveau van het vrouwenvoetbal. Als klap op de vuurpijl zag hij de JO19-1 kampioen worden in de eerste klasse en begon hij met dat team voortvarend in de Hoofdklasse. De kers op de taart kwam met de titel Sportploeg van het Jaar in Etten-Leur.

Het is februari 2015. Peter Baan (52) is net gestopt als trainer bij Sprundel, wanneer zijn telefoon gaat. Het is één van zijn voormalige pupillen uit de D1, die aan de telefoon hangt. Ze zoeken een nieuwe trainer en kwamen bij hem terecht. Baan twijfelt even, maar niet lang: hij heeft tijd en ziet een uitdaging.

De JO19-1 van DSE staat op dat moment vrij kansloos onderaan in de tweede klasse, met nog acht wedstrijden te gaan is de achterstand op de concurrentie zeven punten. “We zijn begonnen met het invoeren van een duidelijke structuur. Op maandag stonden vijf jongens te trainen en op woensdag zes, dat moest anders. Iedereen moest beide keren komen trainen, behalve als het echt niet kon. We hebben een vast systeem gekozen, de spelers vaste posities gegeven en ze fit gemaakt. Ik heb ze voorgehouden dat ik ze wilde behandelen als een selectieteam en daar waren ze enthousiast over. Ze weten dat de aanpak werkt: in de D1 zijn we ook samen kampioen geworden.” Aan het einde van het seizoen was het wonder volbracht: DSE won zes van de laatste acht wedstrijden en handhaafde zich.

SELECTIE
Als extra motivatie werd de samenwerking met de selectie hechter. “Het eerste, tweede en de JO19-1 is nu als het ware één groep. Het motiveert mijn spelers alleen maar extra als ze merken dat ze bij de seniorenselectie in beeld zijn of zelfs mogen aansluiten.”

In het eerste volledige seizoen onder Baan eindigde de JO19-1 in de middenmoot van de tweede klasse en toch vroeg de trainer aan de KNVB of zijn pupillen het jaar daarop in de eerste klasse mochten spelen. “Mijn spelers hebben me voor gek verklaard en vervloekt, maar ik zag gewoon dat ze alleen maar beter presteerden tegen sterkere ploegen. Het is daarnaast lastiger om te promoveren naar een hoger niveau, dan je daarop te handhaven.” Hij bleek het bij het juiste eind te hebben: zijn team eindigde in het eerste seizoen op de tweede plek en verloor de strijd om een plek in de Hoofdklasse pas in de nacompetitie. “En elk jaar zeiden mensen, als we weer een generatie aan de senioren leverden: ‘Nu zal het succes wel ophouden.’ Maar dat was niet zo, de jongens uit de JO17-1 kwamen bij ons in een gestructureerd team terecht en dat zorgde ervoor dat zij zich steeds makkelijk konden aanpassen.”

VREEMDE OGEN DWINGEN
In de winterstop van 2017-2018 besloot Baan een stapje terug te doen. Het trainen van de vrouwen en uitvoeren van zijn taken als jeugdcoördinator bij de JO19 en JO17 zorgden ervoor dat hij het al druk genoeg had. “Het was ook goed voor de groep, een nieuw gezicht. Ik was toch een beetje ‘one of the guys’ geworden, de nieuwe trainers konden ze net dat laatste zetje geven. Vreemde ogen dwingen.” Charles van der Put en Corné Matthijssen vormden het nieuwe trainersduo, Ad Brood en Gerrit Langenberg gingen coachen. Die staf gaf de JO19-1 inderdaad dat laatste duwtje: het team werd kampioen.

Maar hoe kan het zo zijn dat Baan een jaar later toch weer hoofdtrainer is van de JO19-1? “De club had een nieuwe trainer gevonden van buitenaf, nadat Ad en Corné het seizoen hadden afgemaakt, maar die zei een week voor de voorbereiding begon af. Toen zat ik als coördinator met een probleem, daarom ben ik de voorbereiding zelf begonnen als trainer met de bedoeling om snel een ander te vinden. Ik kwam er echter achter dat ik het weer zo leuk vond met die gasten, dat ik het ben blijven doen.” Hij had niet de twijfels van eerder, aangezien het een vrij nieuwe groep was en hij ondersteuning kreeg van zijn assistent en de leider.

Intern is er een flinke poos vergaderd over het niveau waarop de JO19-1 van DSE uit zou komen: was de Hoofdklasse niet wat te hoog gegrepen, met een ploeg vol nieuwelingen? “We hadden nog maar een stuk of zes spelers uit het kampioenselftal over, verder hadden we een groepje van de JO17-1 van Internos en wat jongens uit onze eigen JO17-1 gekregen. Het bleek echter direct geweldig te klikken.” Sterker nog, DSE pakte met dertien punten uit de eerste vijf wedstrijden de gedeelde koppositie. “Dat is fantastisch gelopen, het is altijd nog maar even afwachten hoe het loopt als er zo veel jongens van andere teams aansluiten. Het klikte echt wonderbaarlijk goed, ook in de derde helft.”

VUURPIJL:
Als klap op de vuurpijl was daar de bekroning tot Sportploeg van het Jaar in Etten-Leur, tijdens het afgelopen Sportgala. “Dat was de ultieme bekroning en kwam totaal onverwacht. We versloegen een dansteam dat voor het tweede jaar achter elkaar wereldkampioen was geworden. De jury vertelde dat de prijs een teken van waardering was voor de ontwikkeling van de club en het team.” Inmiddels is de JO19-1 weer terug op aarde na wat stevige nederlagen. Lijfsbehoud is en blijft het doel. “We gaan er echt niet uit hoor”, zo klinkt het vastberaden.