Fred-van-Dongen

Fred van Dongen (73) is een bekend gezicht in het Dordtse voetbal. De journalist in retraite, is actief met (wedstrijd)verslagen van de Dordtse voetbalclubs. Tot begin dit seizoen deed hij dit voor de inmiddels opgeheven Stem van Dordt. Tegenwoordig zijn al die verslagen te vinden op een eigen Facebook-groep met als titel Dordt2222. Zowel voor De Stem als voor Dordt2222 werk(te) hij als hobbyist. Hier wilde hij niet betaald voor krijgen. ‘’Ik wil me als gratis vrijwilliger dienstbaar maken aan het Dordtse amateurvoetbal dat de aandacht en waardering verdient.’’

Fred is de jongste uit een gezin van vier kinderen. Zijn vader was gek van voetbal en speelde bij clubs als OSS en Merwesteijn. Uiteindelijk belandde hij bij DFC, dat toen nog betaald voetbal speelde. Niet om er zelf het shirt aan te trekken maar omdat zijn oudste broer er in het eerste uitkwam. DFC kende toen een Hongaarse trainer, Ludwig Veg. Die ging op zaterdagavond hoogstpersoonlijk langs de adressen van zijn spelers om te zien of ze met het oog op de wedstrijd van de volgende dag al thuis waren. Dat lag toen niet in de aard van zijn oudste broer. ‘’We woonden vier hoog in een portiekflat. Afgesproken werd dat als de trainer kwam controleren ik vanaf vier hoog met een zware stem zou roepen ‘je maakt me wakker’. Dat werkte want de trainer trok de flatdeur achter zich dicht en ging naar de volgende speler. Kennelijk ontdekte men toen mijn acteertalent.’’

Toen Fred 6 jaar oud was mocht hij op voetbal. De keuze viel op DFC, dat voor de allerjongsten een onderlinge competitie kende met vogelnamen voor de teams. Fred belandde in de pinguïns. ‘’Achteraf besef je dat het wel erg vreemd was: een pinguïn in een rood shirt en witte broek.’’ Destijds was het uniek dat je op die jonge leeftijd al aan de bal mocht. Tot zijn zeventiende is hij bij DFC gebleven. ‘’Ik was een snelle rechterspits. Maakte heel wat goals. Op trainingen mocht ik altijd de sprints aantrekken’’.

Tot een echte voetbalcarrière is het niet gekomen. Fred belandde bij de lokale krant als medewerker. Hier hield hij zich bezig met het maken van voetbalverslagen en (telefonische) overzichten. ‘’De krant vond het leuk, net als ik. En zo begon een nieuwe fase in mijn leven: (sport)verslaggever.’’ Eind jaren zestig van de vorige eeuw begonnen kranten ineens met het opzetten van sportredacties. Fred was jong, enthousiast én goedkoop. In die tijd werden wedstrijden altijd en alleen in het weekeinde gespeeld. Lichtinstallaties waren een nauwelijks bekend fenomeen. Wanneer er in het weekeinde gewerkt moest worden, kom je zelf niet aan voetballen toe. Het betekende het einde van zijn voetbalcarrière.

Toch bleef het Dordtse voetbal hem boeien toen hij begon bij De Dordtenaar. ‘’Door de vele aandacht die we aan het lokale voetbal besteedden vloog de oplage van de krant met raketachtige snelheid omhoog. Mede omdat we met diverse evenementen de band met de lokale sport telkens weer wisten te verstevigen’’. Zoals met de verkiezing van De Sportploeg van de Week en niet te vergeten het toernooi om De Dordtenaar Cup. Hier konden alle standaardteams uit Dordrecht en omgeving deelnemen, zowel zaterdag als zondagclubs. ‘’Het was wellicht het eerste toernooi in het land waarin zaterdag en zondag elkaar konden treffen’’. De halve finales en de eindstrijd trokken duizenden toeschouwers. Als prijs was er een cup met grote oren voor de winnaar en kleinere versies voor de nummers twee, drie en vier. Daarnaast waren er herinneringsmedailles aan rood-witte (de Dordtse kleuren immers) linten voor alle deelnemers aan de finale. Ook kreeg de winnaar twee afleveringen lang een week een trainingskamp in het Spaanse Benidorm aangeboden door reisbureau Van Maaren. Dit was een unieke prijs destijds, die de aantrekkingskracht én het aanzien van het toernooi enorm verstevigden. De toenmalige afdeling Dordrecht van de KNVB verzorgde de toernooiorganisatie. Fred mocht de toernooicommissie voorzitten. ‘’Omdat ik zo goed kon organiseren, zeiden ze.’’ Het betekende achteraf een eerste stap naar een heel andere functie binnen de voetbalbond en binnen zijn werk.

Dat organisatietalent zou Fred in de jaren zeventig en tachtig op heel andere maatschappelijke wegen doen belanden. ‘’Bij de voetbalbond vroegen ze of ik voorzitter wilde worden van de tuchtcommissie van de KNVB-afdeling Dordrecht. Dat leek me wel wat. Per slot had ik en passant ook de nodige certificaten/diploma’s binnengehaald door avondstudie. Dit betrof praktische psychologie, rechten, sociale economie en Spaans.’’ Die eerste twee kwamen mooi van pas om tuchtrechter te worden. ‘’We hadden een geweldige commissie waarin vooral mensen met bestuurlijke ervaring in het verenigingsleven zaten zoals de vader van EBOH-trainer Ries Fok. (Oud-)scheidsrechters zag ik niet zo zitten in de tuchtcommissie. Deze zijn vaak teveel meegaand met de rapportage van de arbiter. Ik werkte liever met echte verenigingsmensen die veel meer inlevingsvermogen toonden met spelers en clubs.’’

Ook in de toen nog lokale journalistiek zat het Fred mee. Organisatietalent, goed gevoel voor nieuws en omgaan met mensen. Die kwaliteiten bezorgden hem een overstap naar de landelijke krant, het Algemeen Dagblad. Hij werd daar onder meer chef van nieuwsafdelingen als Binnenland, Economie en Nieuwsdienst. Dit was dus geen sportredactie. ‘’Dit zou ook moeilijk combineerbaar zijn geweest met mijn onbezoldigde functie van tuchtcommissievoorzitter bij de voetbalbond.’’ Toen in 2005 het Algemeen Dagblad fuseerde met diverse regionale kranten kon Fred op 59-jarige leeftijd met vervroegd pensioen. ‘’Ik heb meteen mijn handtekening gezet onder het prima voorstel. Anders zit je alleen maar ambitieuze jonge collega’s in de weg, redeneerde ik.’’

Toen Fred eind vorige eeuw stopte als tuchtcommissieman bij de KNVB bewoog de toenmalige administrateur van de KNVB-afdeling Dordrecht, Wim van Varik senior, hemel en aarde om hem een passende bondsonderscheiding te geven. Het werd de Gouden Speld van de KNVB, opgespeld door een andere geweldige voetbalman Rinus den Engelsman. ‘’Telkens als ik die speld uit de cassette haal komt bij mij één gedachte bovendrijven: dank je Dordtse clubs want jullie hebben indertijd met ‘de oude Wim’ het voortouw genomen om deze vorm van waardering te realiseren.’’

Nu reist Fred regelmatig naar het buitenland. Ook om voetbalwedstrijden- én stadions te bezoeken. Hij heeft in Argentinië de stadions van Boca Juniors en River Plate van binnen mogen bezichtigen. ‘’Verder ben ik regelmatig te signaleren in Camp Nou want Barcelona is toch een beetje mijn cluppie.’’ Daar heeft hij al heel wat jaren een mooi appartement in Castelldefels, de voorstad van Barcelona. Ook is hij in Engeland op de tribunes te vinden. Fred heeft clubkaarten en accountants bij Tottenham, West Ham, Charlton, Ipswich en Gillingham. ‘’Ik kom graag bij die ‘lagere’ clubs. Daar vind je nog die echte tribunesfeer, die ik ook regelmatig in Spanje beleef. Een lekker potje kijken bij Andorra (derde divisie) of Castelldefels (vierde divisie). Dan krijg ik weer dat moeilijk te beschrijven gevoel alsof ik bij een amateurwedstrijd in Dordrecht sta.’’

Wanneer hij niet op reis is kan je hem vrijwel elk weekeinde vinden op de Dordtse velden. Met potlood, papier en een camera. Dit doet hij ter promoting van die vele Dordtse clubs met elk een prachtige geschiedenis, een eigen problematiek én ijzersterke gezonde ambities. Fred legt contact met bestuurders, kan langs de lijn lekker bijpraten met (oude) bekenden en na afloop de wedstrijd doornemen met die heerlijk ambitieuze jonge spelers. ‘’Het houdt me scherp én jong van geest. Het is geweldig om die ontlading bij de jongens te ervaren als ze kampioen zijn geworden. Daarnaast is het ook meelevend om ze een hart onder de riem te steken bij tegenslagen.’’

Persoonlijk hoopt Fred dat FC Dordrecht het hoofd boven water weet te houden. ‘’Het blijft toch een visitekaartje.’’ De ploeg staat momenteel onder zijn intrinsieke waarde. ‘’Ik heb een seizoenkaart en probeer zo vaak mogelijk een thuiswedstrijd bij te wonen. Er lopen best een paar méér dan goede spelers. Het team verdient een plek in de middenmoot en kan best nog voor verrassingen gaan zorgen. Wat betreft de tien amateurclubs (waarvan er twee – Dubbeldam en GSC/ODS met zowel een zaterdag- als zondagsectie) ben ik niet pessimistisch. De ambitie straalt ervan af, zowel sportief als bestuurlijk. Schakers zeggen wel eens: soms moet je een pion offeren om een paard te veroveren. Bestuurlijke behoedzaamheid kan geen kwaad mits je maar een doel voor ogen hebt. Langs de lijnen hoor ik vaak geklaag over gebrekkige accommodaties. Meestal terecht. Ik vertrouw erop dat de gemeente Dordrecht eerlijk, serieus en klantgericht met klachten omspringt. En geen oplossingen meer zoekt in (gedwongen) clubfusies, althans het fuseren van voetbalclubs. Tien voetbalclubs op 120.000 inwoners lijkt me een redelijke verhouding.’’

Op persoonlijk vlak heeft Fred nog meerdere ambities. Hij wil meewerken aan een goede toekomst van de Dordtse sportwereld en de voetbalclubs in het bijzonder. ‘’Sportclubs vormen belangrijk cement van een maatschappij. Een overheid die zichzelf serieus neemt dient de kwaliteit van dat cement te bewaken en te bevorderen. Het voorkomt ook dat broodnodige vrijwilligers teleurgesteld en gedesillusioneerd opstappen. Zonder gemotiveerd kader geen club, geen maatschappij. Ik zal me blijven inspannen om zo’n negatieve ontwikkeling te voorkomen, te verijdelen. Liefde voor sport en kennis van algemene journalistiek vloeien dan bij mij samen als Merwede en Noord.’’

Toch heeft de ervaren journalist ook een dieptepunt gekend. Dit was de aanvankelijk zeer bejubelde reorganisatie bij de KNVB eind vorige eeuw. De twintig afdelingen waaronder die van Dordrecht werden opgeheven en ondergebracht in zes districten. ‘’Vanaf dat moment werd bij mij het gevoel steeds sterker dat de clubs er voor de bond zijn waar in de oude constructie overduidelijk de bond van de clubs was. Ondanks alle moderne communicatiemiddelen blijkt de KNVB steeds meer een autistische organisatie te worden. Veel kantoormensen zijn ambtenaartjes geworden. Je hebt je als gewone club, gewone man maar te schikken naar de vermeende alwetendheid van de bond. Het kan de gewone voetbalman gedesillusioneerd en teleurgesteld maken met afhaken tot gevolg. Die bondsopstelling zal denk ik mettertijd tot uitholling bij clubs zorgen. Vooral als die gewraakte opstelling samenvalt met arrogantie zoals ik die wel eens persoonlijk heb geconstateerd bij het district West II”. Fred kan op dat punt de Dordtse clubs alleen maar aanbevelen: zorg dat je bij Zuid I blijft. Daar vond hij nog die aloude menselijke service die hij gewend was bij die oude afdeling Dordrecht. ‘’En of ik het persoonlijk nog zal meemaken weet ik niet, maar ooit zal de bond weer worden opgesplitst in kleinere regionale eenheden. Al dan niet in omni-verband met andere sportorganisaties.’’

Benieuwd naar de Facebook groep waar Fred zijn wedstrijd verslagen plaatst? Klik dan hier.
Lees hier de vorige in gesprek met.