Irene’58 is geen grote club, maar het ledenaantal zit nog altijd in de lift. Niels Pheninckx ziet als trainer en lid van het jeugdbestuur dat veel mensen uit Den Hout en omgeving nauw betrokken zijn bij de vereniging. “We hebben een mooie club.”

Sinds zijn zoontje Rik startte met voetballen, is Niels Pheninckx weer helemaal terug bij ‘zijn’ Irene’58, de club waar hij zelf jarenlang met heel veel plezier speelde. Hij startte als trainer van de JO7, was dit jaar coach van de JO8 en volgend seizoen richt hij zich op het JO9-team, aangezien Rik uiteraard steeds een jaartje ouder wordt. “Het is prachtig om die kleine mannen te begeleiden, het voetbal draait voor hen echt nog puur om het plezier”, zegt Phenickx. “Alle jongens rennen achter de bal aan en uiteraard wil iedereen scoren.”

FEYENOORD
Een jongen die dat afgelopen heel vaak deed, is Jayden Schrauwen. De absolute uitblinker van de JO8 kwam op de radar van Feyenoord en zodoende speelt de pas 7-jarige dribbelaar komend seizoen bij de topclub uit Rotterdam. Dat maakt iedereen van Irene’58 erg trots en zijn trainer is vol lof over het talent. “Jayden is altijd met de bal bezig en hij stak afgelopen seizoen met kop en schouders boven de rest uit. Hij is een echt dribbelaartje, is snel en heeft een neusje voor de goal. Als team gaan we hem uiteraard ontzettend missen, maar we gunnen hem het beste. We gaan zijn ontwikkeling op de voet volgen”, zegt Pheninckx.

Naast jeugdtrainer is Pheninckx lid van het jeugdbestuur. In die functie bemoeit hij zich met de teamindeling en het begeleiden van trainers. Volgens hem zit de club in de lift. “We zijn geen grote club, maar veel mensen hebben nog altijd hart voor de vereniging. Ik heb goede hoo dat we komend seizoen een extra jeugdteam kunnen inschrijven voor de competitie, een goed teken. Ook is de betrokkenheid van iedereen uit Den Hout groot: bij derby’s van het eerste team is het lekker druk langs de lijn.”

TWEE TEGENGOALS
Jaren geleden stopte Pheninckx als speler van Irene’58 3 (zie het andere artikel op deze pagina). Hij werkte destijds zes dagen in de week en vond het wat ver gaan om een oppas te regelen zodat hij op zondagochtend kon ballen. Nu is Pheninckx blij om weer terug te zijn bij de club in een andere rol. “Het voetbal zelf mis ik niet, ik was ook niet zo’n ster”, zegt hij lachend. “Ik was een simpele rechtsback die het van zijn inzet moest hebben. Ze noemden me altijd twee tegengoals”, zo lacht hij. “Maar het is leuk dat ik oude bekenden weer tegen het lijf loop en ik zie ook weer veel duels van het eerste. Het is alsof ik nooit ben weggeweest.”

Zijn zoontje Rik kan volgens de trotse voetbalvader goed ballen. “Hij is net zoals ik een verdediger. Maar Rik kan met twee benen goed schieten en beschikt over een goed overzicht. Ik vind dat hij nu al meer bereikt heeft dan zijn vader”, zo besluit hij lachend.