Elke zin die Wim van den Bemt (72) uitspreekt, klinkt vol liefde. Liefde voor Internos, voor het blauw-geel en voor het voetbal. In magere en vette jaren, Van den Bemt staat ook op zijn 72ste altijd klaar voor de club van Etten.

Het is uitgestorven op het complex van Internos, alleen Wim van den Bemt drentelt wat door het gebouw. Hij is haast iedere dag bij de club. “Toen mijn vrouw overleed, had ik thuis depressief kunnen worden, maar ik heb mijn volledige ziel en zaligheid in de club gestopt.”

De club lijkt de weg naar boven te hebben gevonden, sinds de winterstop. Het was even wennen, voetballen in de kelderklasse op zaterdag. “Ik hoop dat we hier met een bloedgang uit weg komen, dit voetbal is soms niet om aan te zien”, is Van den Bemt duidelijk. “Maar we moeten dat wel stap voor stap doen, niet te snel willen gaan.

Goede resultaten zijn belangrijk voor de gemoedstoestand van de Internosser in hart en nieren. “Ik zit nu een stuk beter in mijn vel dan wanneer we veel verliezen. Ik herinner me de nederlaag bij DVO’60 nog goed, vlak voor de winterstop. Daar baalde ik verschrikkelijk van.”

Huwelijk
De club is zijn leven, hij begon als 12-jarige met voetballen bij Internos en ging nooit meer weg. “Ik heb hier zo veel meegemaakt, daar kan ik een boek over schrijven. Je krijgt vanzelf een soort binding, vergelijkbaar met het huwelijk. Je gaat er alleen niet mee naar bed. Of ja, toch wel: met de zorgen.”

En de afgelopen jaren kende Internos veel zorgen. Het ging niet goed, de club viel uiteen en van een duidelijke structuur was geen sprake. Inmiddels is alles anders, oordeelt Van den Bemt. “Een groepje is erachter gaan staan en heeft alles weer op de rit gekregen: alle teams hebben leiders en trainers, kunnen twee keer per week trainen, we hebben pupillentrainingen op woensdagmiddag en genoeg vrijwilligers. Het is weer gestructureerd bij Internos, iedereen weet waar hij of zij moet zijn.”

Van den Bemt heeft zelf nooit gedacht aan opstappen, ook niet toen het minder ging. “Je moet je club nooit verlaten, iedere vereniging heeft vette én magere jaren.” Hij was voorzitter in de tijd dat Internos zijn vetste jaren beleefde, toen de club verhuisde van de Lage Banken naar de Olympiade én de Hoofdklasse haalde. “Het is altijd fijn als je eerste hoog speelt, daar plukt je hele vereniging de vruchten van.”

Stopperspil
Hij speelde zelf één wedstrijd in het eerste, verder kwam hij niet vanwege een drukke baan. Hij stond achterin, was laatste man, wat in die tijd nog stopperspil genoemd werd. Van den Bemt kwam bij Internos toen hij 12 jaar oud was. “We speelden achter café De Brouwer aan de Bisschopsmolenstraat. We hadden twee kleedruimtes met ieder één douche, de rest kon zich afspoelen met een panneke water. Die douches waren al best een luxe, veel mensen hadden dat thuis in die tijd niet eens.” Vanaf hun zestiende gingen de voetballers na iedere wedstrijd het café in.

Het zijn dit soort herinneringen waardoor Van den Bemt zich zo verbonden voelt aan de club. In iedere zin klinkt de trots voor Internos door, zijn liefde voor het blauw met geel. Tegenwoordig heeft hij geen officiële titel meer, maar als manusje-van-alles wordt hij door iedereen binnen de club gewaardeerd.

Hij assisteert bij de trainingen waar nodig, helpt de onderhoudsploeg zo nu en dan een handje en is op zaterdag de hele dag bij de club. Het zijn dit soort mensen die een vereniging draaiende houden.

En zo is Internos ook onmisbaar voor Van den Bemt. Hij is ervan overtuigd dat het vlaggenschip de juiste richting op vaart en benadrukt hoe belangrijk dat is voor de rest van de vereniging. Want als het vlaggenschip de juiste koers vindt en de wind in de zeilen krijgt, vaart de rest van de vloot in het kielzog gretig mee.