Met achthonderd tot negenhonderd jeugdleden, selectieteams die landelijk spelen en een eerste elftal dat afhankelijk is van de aanwas uit eigen gelederen, heeft hoofd jeugdopleiding Niells Bosch bij Baronie een flinke taak. Hij doet dat echter met veel plezier en enthousiasme, want geen club is zo mooi als Baronie volgens de 40-jarige vader.

Moustafa Mohammad, Jay-Jay Meierdres, Lars Ahsman, Joe Thomas, Niels de Boer en Rhomar Boudzra: zomaar zes namen van spelers die het eerste van Baronie hebben gehaald en door Bosch getraind zijn in de jeugd. Hij spreekt liefdevol over die jongens, van wie de meesten inmiddels elders spelen. “Ik weet nog goed dat Moustafa heel streng voor zichzelf was: als hij slecht speelde, zat hij te balen en strafte hij zichzelf door niet met zijn vrienden de stad in te gaan.” Bosch is geen Baron van jongs af aan: hij kwam 8 jaar geleden pas op De Blauwe Kei terecht.

Daarvoor voetbalde hij in Culemborg en Weert, voordat hij naar Breda verhuisde. “Toen werd ik gebeld door Fouad Elfdil, die kende ik via een gezamenlijke vriend. Hij vroeg of ik in het tweede van Baronie wilde komen spelen. Dat team kon wel wat sturing van een ervaren speler gebruiken, in de jacht op promotie naar de hoofdklasse.” Die uitdaging ging Bosch aan en hij promoveerde ook daadwerkelijk met dat tweede.

Ondertussen begon hij ook met het trainen van de jeugd. Dat trainerschap heeft hij steeds verder uitgebreid, ook nadat hij gestopt was als voetballer. “In april ben ik door het nieuwe bestuur gevraagd hoofd jeugdopleiding te worden. Het roer is omgegaan, Baronie stond bekend als een club die fl ink betaalde en niet zo veel gaf om de jeugd. Dat is nu totaal anders. De club is afhankelijk van de jeugd en steekt daar alle tijd en energie in.” Die jeugd presteert momenteel uitstekend. De eis van Bosch, zijn coördinatoren en het bestuur is dat elk selectieteam, dus de eerste en tweede ploeg per generatie, minimaal in de derde divisie speelt. De faciliteiten voor die ambitie schept Baronie onder meer door een budget vrij te maken voor goede, gediplomeerde trainers. “Daarnaast hebben wij als club een aansprekende naam, waardoor veel jongens en meisjes hier graag komen voetballen. Door de kwantiteit kun je beter selecteren.”

Die kwantiteit waarborgt Baronie met de naam, maar ook door uniek te zijn. “Zo krijgen de jongste spelers goede trainers én krijgen die kinderen al de mogelijkheid om twee keer per week te trainen. Dat zie je nergens.

Maar ook de recreatieve tak is van belang. “Mensen beweren nogal eens dat Baronie alleen maar aan het prestatieve voetbal denkt, maar dat is grote onzin. Wij doen er ook alles aan om de recreatieve tak de beste faciliteiten te bieden, de trainers krijgen de kans tot het volgen van een cursus en we doen altijd ons best om iedereen het naar zijn of haar zin te maken. Wij vinden het echt belangrijk dat iedereen plezier heeft en zich kan ontwikkelen op zijn of haar niveau. Ik kan daar ontzettend van genieten, om te zien dat een jeugdspeler stappen zet. Ik ga net zo lief bij een JO15-5 of JO13-3 kijken als bij de selectieteams.”

Als Bosch naar de huidige eerste teams in de jeugd kijkt, denkt hij dat Baronie een mooie toekomst voor zich heeft. Ondanks dat het pittig is om je in de hoofdklasse te handhaven met bijna alleen maar eigen spelers. “Wij halen alleen jongens van buitenaf die echt een meerwaarde zijn en proberen die te overtuigen door het niveau waarop we spelen, onze naam, de kwaliteiten van onze trainers en de samenstelling van de selectie. We bieden talenten een ideaal podium om zich in de kijker te spelen.” Bosch heeft zijn handen vol aan zijn klus, maar spreekt vol energie. Veel dingen gaan goed op De Blauwe Kei, maar er kan ook nog heel veel een stuk beter. “Zo is er een schrijnend tekort aan vrijwilligers, lid zijn betekent zowel voor ouders als spelers verantwoordelijkheid nemen voor een betrokken verenigingsgevoel.” Maar, afsluiten doet hij met een grote lach: “Baronie is en blijft de mooiste club in de regio.