Sinds Sydney van Hooijdonk het voetbal serieus is gaan nemen, heeft zijn carrière een sneltreinvaart genomen. NAC pikte hem op, hij doorliep de B- en A-jeugd en maakte op 5 oktober zijn competitiedebuut in het eerste. Wie had dat gedacht, vijf jaar geleden?

Een grote, blonde jongen stapt de persruimte in. Hij geeft alle aanwezigen netjes een hand, stelt zich voor en maakt met enkele bekenden een dolletje. De lach keert met enige regelmaat terug op zijn vrolijke gelaat. Hij heeft net een stevige training afgewerkt, maar ziet er alweer piekfijn verzorgd uit. “Het mag van mij wel een beetje koud zijn en miezeren, maar dit was wel heel erg fris.” En toch is hij nog extra lang buiten geweest om na de training wat ballen af te werken. “Ik vind dat wel leuk om te doen. En het is goed voor je.”

WIE IS DE ZOON VAN?

Sydney is de naam, een Van Hooijdonk. Aan niets is echter te zien dat dit de zoon van is, zo op het eerste oog. Aan de blonde lokken niet, ogen niet, noch aan de vorm van het gezicht. In de jeugd van Beek Vooruit zagen tegenstanders een donkere ploeg genoot altijd aan voor de zoon van de trainer, Pierre van Hooijdonk. “Die werd uiteindelijk ook eerder door NAC gescout dan ik”, vertelt hij lachend.

Eigenlijk was Sydney sowieso geen natuurtalent, in dat opzicht lijkt hij veel op zijn vader: ook Pierre was een laatbloeier. “Maar ik nam het voetbal in de jongste jeugd ook nog niet zo serieus, dat is later pas gekomen. Ik had altijd wel een goede trap en was zeker niet een van de minderen, maar ook niet de beste.” Hij voetbalde wel veel, en graag. Bij voorkeur op het kunstgrasveldje in zijn eigen achtertuin. “Dan probeerde ik nog zeven jongens te verzamelen voor een potje vier tegen vier.” Zijn vader wilde ook graag met hem een balletje trappen. “Daar had ik eerst nooit zo’n zin in, dat veranderde toen ik echt vol voor het profvoetbal ging.”

Die verandering kwam eigenlijk pas een jaar of vier geleden, in de C-jeugd van Beek Vooruit. “Ik ben toen serieus na gaan denken over mijn toekomst en bedacht dat ik het liefst profvoetballer wilde worden. Ik ben veel extra gaan trainen, met een personal trainer. Ik wilde vooral sterker worden aan de bal, werd heel makkelijk weggezet in die tijd. Van die trainingen profiteer ik nog altijd.”

De traptechniek was een cadeautje van zijn vader: die beheerste Sydney direct al goed. “Hoewel het zeker niet zo was dat ik elke bal erin schoot. De eerste vrije trap die ik me nog kan herinneren was in de C’tjes. Dat was een bal op de rand van de 16, die ik hard in de kruising knalde. Wel met gevoel, want zo’n streep trappen kan ik niet.”

ZENUWEN

NAC kwam enkele jaren geleden nog een keer bij het jeugdteam dat Pierre van Hooijdonk trainde in Prinsenbeek kijken en nam nu Sydney mee. Die stroomde in de B-jeugd in. Het is snel gegaan: op 5 oktober maakte de blonde aanvaller zijn competitiedebuut in het eerste, uit bij FC Utrecht.

“Ik ben nog nooit zo gespannen geweest in mijn carrière. Ik stond daar langs de zijlijn, het duurde best even voor ik er daadwerkelijk in mocht, en dacht toen: dit is wat je al zo lang wilt, iedereen kijkt nu naar je. Nu moet je het laten zien.”

Sindsdien heeft hij het vooral met korte invalbeurten moeten doen, maar hij blijft geduldig. “Ik vind het met mijn vrienden in de Onder 19 ook nog altijd heel leuk.”  Hij twijfelt niet over de ontknoping van dit seizoen in de competitie. “Wij blijven erin, hebben veel kwaliteit in de selectie. Als we in de winterstop er nog wat extra’s bij krijgen, komt het helemaal goed.”