Het vorige seizoen overtreffen is haast onmogelijk voor De Sportvriend Etten. Maar dat het een mooi debuut kan worden in de derde klasse, daar zijn assistent-trainers Corné Mathijssen en Marcel Buijnsters wel van overtuigd. Het VoetbalJournaal blikt terug op het historische kampioenschap en kijkt vooruit naar komend seizoen met de linker- en rechterhand van hoofdtrainer Willem Lambregts.

Het is rustig op sportpark Hoge Neer. Buiten het getik van dartpijlen op het bord, het geluid van het koffi ezetapparaat en wat geroezemoes vanuit de kantine, heerst er vooralsnog stilte op het complex. Toch zijn de selecties alweer enkele weken bezig met hun trainingen. Op 28 juli stond de eerste oefensessie zelfs al op de planning. Trainer Willem Lambregts en zijn assistenten Corné Mathijssen en Marcel Buijnsters willen topfit aan de start van een nieuw avontuur beginnen: de derde klasse.

Dat de sfeer goed is, blijkt ook vanavond. Terwijl de spelers rustig binnendruppelen, maakt Lambregts een dolletje met zijn oudste assistent, de 49-jarige Mathijssen. Bij DSE komt de selectie niet vijf minuten voor de training binnenvallen, om direct na afl oop huiswaarts te keren: daar is het veel te gezellig voor.

ONTGROENING
Er is weinig veranderd aan de Olympiade. Niemand is gaan zweven, ondanks het historische kampioenschap van een paar maanden geleden. Ze blijven nuchter, echt lang tijd om na te genieten is er ook niet: er moet hard gewerkt worden. Eind september wacht het volgende hoofdstuk van het jongensboek, als DSE zijn eerste stappen in de derde klasse zet. Een volledig nieuwe beproeving voor het blauw-witte vlaggenschip. Kan de jonge selectie ook op dat niveau mee?

Eigenlijk zijn Buijnsters en Mathijssen wel overtuigd van een succesvolle ontgroening. “Wij hoeven niet bang te zijn voor de derde klasse”, aldus Buijnsters. Zijn collega: “Ik verwacht niet dat wij tegen degradatie gaan knokken, voetballend doen wij niet onder voor onze tegenstanders op dit niveau. En wij zullen ons eigen spelletje blijven spelen.”

KLASSE BETER
Met dat voetbal veroverde DSE afgelopen seizoen vele harten. Het spel onder Lambregts was attractief en aanvallend. “Dat hebben ze hier in jaren niet gezien, ik merkte ook wel dat het steeds meer ging leven in de omgeving”, vertelt Mathijssen. “Iedereen sprak over Zondag 1.” Een talentvolle spelersgroep die de visie van de staf kon vertalen naar het veld, bleek de sleutel die paste op de deur van de derde klasse.

Buijnsters, de 39-jarige assistent die zelf pas drie jaar geleden gestopt is bij het eerste elftal, ziet een groot verschil ten opzichte van zijn tijd. “Deze jongens hebben veel meer rust aan de bal, zien de oplossing sneller en voetballen daardoor verzorgder. Wij hadden een werkelftal, dit team is echt een klasse beter. In onze tijd had niemand het niveau van deze jongens. En als dat wel zo was, vertrokken ze vaak al snel naar Unitas’30.” Mathijssen knikt: “Wij hebben regelmatig gezien dat onze wissels het team niet zwakker maakten, terwijl we vorig seizoen niet eens zo’n hele brede selectie hadden.” Ook de sfeer is opperbest. “Het is een jonge groep vol vrienden, maar ze durven elkaar wél de waarheid te zeggen. Dat is precies zoals je het wilt hebben.”

Laatstgenoemde merkt dat spelers uit de JO19-1, die hoofdklasse spelen, moeten wennen aan het tempo als ze de stap naar het eerste maken. “Het balletje gaat veel sneller rond. Het voordeel voor hen is dat wij geen fysiek voetbal spelen, maar ze moeten wel echt wennen aan de snelheid van het spel.” Ook komend seizoen verwacht het tweetal weer fl ink wat talentvolle jeugdspelers aan de selectie toe te kunnen voegen, met dank aan een sterke jeugdopleiding. “Het is hier allemaal wat professioneler geworden.

LAMBREGTS
Het was een droomseizoen voor DSE en al helemaal voor de staf, die in zijn eerste seizoen bij het eerste elftal al geschiedenis schreef. “Ik heb lang in Zaterdag 1 gespeeld, ben leider en trainer geweest van alle elftallen bij DSE behalve Dames 1 en loop hier al mijn hele leven rond. Toen Willem mij vroeg om hem te assisteren, twijfelde ik niet: ik wist wat voor potentie hier rondliep. vertelt Mathijssen. Buijnsters: “Ik heb nog onder Willem getraind, bij het tweede. Ik zag toen al dat hij een duidelijke visie had en zich heel gedetailleerd voorbereidde op de tegenstanders. Ik was een verlengstuk van hem in het veld.”

De twee kennen samen iedereen binnen de vereniging en hebben dankzij hun leeftijden wat meer ervaring dan de hoofdtrainer, waardoor ze elkaar uitstekend complementeren. Ze hadden voorafgaand aan het vorige seizoen al veel vertrouwen in de spelersgroep, zo vertelt de jongste van de assistenten. “Maar we hebben nooit hardop uitgesproken voor het kampioenschap te willen gaan, de top vijf en een periodetitel was mooi geweest. Zeker toen we bij Emma verloren en zeven verliespunten meer hadden twee maanden voor het einde van het seizoen, was de eerste plaats ver weg. Sterker nog, zij vierden het kampioenschap toen al in de kantine. We kregen ook een mail, waarin ze ons uitnodigden voor hun kampioensfeest.”

FEEST
De rest is geschiedenis: Emma morste fl ink wat punten in de laatste maanden van het seizoen en DSE bleef maar winnen. In de voorlaatste speelronde greep de club van Etten het kampioenschap, met een 4-1-thuisoverwinning op NSV. “Wat een geweldige dag was dat. Als ik terugdenk aan de opkomst, het vuurwerk en spandoek, dan krijg ik weer kippenvel”, vertelt Mathijssen. Zijn buurman in de dug-out ervoer dat anders. “Ik zat echt in een tunnel. En nadat we al vrij snel 0-1 achter kwamen, schrok ik wel even. Dat was echter ook direct voorbij na de aftrap, omdat ik zag hoe we het oppakten en gewoon weer ons eigen spelletje gingen spelen.”

Na het laatste fl uitsignaal barstte het feest los, dat nog enkele dagen zou duren. Inmiddels staat DSE aan de voet van een nieuw seizoen, vol verwachtingen en ambities. “De vakantie was wel even prettig, we zijn hier zes dagen in de week. Maar ik ben nu wel blij dat we weer gaan beginnen. Ook dit kan weer een heel mooi seizoen worden.”