Beek Vooruit kan niet meer zonder Dre Aarts. De 81-jarige kastelein zorgt er alleen met zijn aanwezigheid achter de bar al voor dat iedereen zich op donderdagavond thuis voelt bij de club. Maar ook op andere dagen verricht hij flink wat klusjes op sportpark De Heikant.

Dre Aarts staat voor het 20ste jaar op rij achter de bar bij Beek Vooruit op de donderdagavond. Het begon als een tijdelijke invalklus, maar hij is nooit meer weggegaan. Sterker nog, de Bekenaar is alleen maar meer en meer gaan doen.

Zo verzorgt hij tegenwoordig ook de inkoop en staat hij altijd klaar voor de club wanneer er iets gedaan moet worden. “Gisteren heb ik de deur nog even opengedaan omdat iemand het water opnieuw kwam aansluiten en morgen moet ik even terug voor de reparatie van het koffiezetapparaat. Ik zit anders toch thuis en het is maar een kwartiertje van hier. Ik doe het gewoon heel graag voor de club.”

Hij werd door wat familieleden benaderd, twintig jaar geleden. “De club had plotseling niemand meer in de kantine op donderdagavond en mijn neven wisten dat ik in gemeenschapshuis Het Eikenbos acht jaar lang achter de bar had gestaan. Ik zei dat ik het wel tijdelijk wilde doen, maar niet structureel.” Dat is nu dus twee decennia terug en Aarts doet de deuren van de kantine nog altijd iedere donderdagavond open, waarna de spelers die getraind hebben een voorschot op het weekend komen nemen. “Ik ben nooit voor 00.00 uur thuis, maar dat vind ik helemaal niet erg.” Aarts heeft hard gewerkt, bezorgde jarenlang brood in de regio. “Ik ging om 05.30 uur weg en was pas om 20.30 uur klaar. Daarnaast heb ik nog drie kinderen. Ik ben niet veel thuis geweest, nee, en heb door dat drukke leven ook nooit gevoetbald.” Thuiszitten is nog steeds niet zijn ding. “Voor geen goud. Mijn vrouw vindt het ook prima dat ik regelmatig bij Beek Vooruit ben. ‘Als ik maar niet mee hoef’, zegt ze dan.”

De 81-jarige barman voelt een hechte band met de spelers van Beek Vooruit. “Ze groeten me altijd vriendelijk, wachten op hun beurt en laten de kantine heel netjes achter. Als ze weggaan, roepen ze ook altijd nog iets van ‘Dreeke bedankt’. Die waardering doet me goed. Als ze me als ‘die oude, grijze man achter de bar’ gaan zien, ben ik weg.” Hij zorgt graag voor een feestje op donderdagavond. “Met een nootje en wat muziek.”

In het weekend springt hij heel af en toe nog eens bij, maar hij mist het liefst geen enkele minuut van de wedstrijden van Beek Vooruit. Dat terwijl hij vroeger niet zo veel met het voetballen had. “Nu vind ik dat heel belangrijk, het bierke na afloop smaakt toch een stuk minder lekker als we verliezen.”

Hij haalt ook graag de veertig andere vrijwilligers aan die de kantine draaiende houden. Het is wel duidelijk, Aarts geniet met volle teugen van het leven achter de bar bij Beek Vooruit. “Het is hier een echte vriendenclub, anders waren de Schalkjes ook allang weggeweest. Ik voel me hier thuis.”