SINT PHILIPSLAND– Jaap van Oudenaarde opperde twee jaar geleden tijdens de ledenvergadering om te polsen of er onder de aanwezigen niemand het stokje van vertrekkend NOAD’67-voorzitter John Verbraeken wilde overnemen. Twee stemrondes later kwam er een kandidaat uit de bus: Van Oudenaarde zelf…

“Ja, als je dan het voorstel doet, dan moet je ook de handschoen oppakken. Dat heb ik toen gedaan en tot op heden met heel veel voldoening en plezier. We doen het met een groep heel bevlogen clubmensen en dat is prettig werken. Iedereen neemt wat taken op zich om te proberen de club goed draaiende te houden. Dat lukt ons vrij aardig denk ik. We zijn gezond en ook qua leden hebben we niet te klagen. Het is alleen dat het met ons eerste team dit jaar niet zo loopt als we zouden willen helaas.”

Van Oudenaarde (54) doelt op de lage klassering in de derde klasse van het zaterdagvoetbal, waar de club nog volop strijd voor lijfsbehoud. De winst op concurrent De Fendert gaf daarin wat lucht, al is het een totaal ander seizoen dan het vorige. Toen werd er in de nacompetitie gestreden voor promotie. “Zo dun kan de lijn ook zijn. Vorm is iets geks en niet te vangen. Je bent van vele factoren ook afhankelijk zoals blessures, schorsingen en een beetje geluk. De bal op de lat of net eronder kan het verschil zijn tussen winnen of verliezen. Dat is het mooie en soms ook het wrede van voetbal.”

Bij NOAD’67 probeert men op een zo hoog mogelijk niveau actief te zijn met vooral spelers uit eigen gelederen, waardoor het soms vette en soms ook wel eens magere jaren zijn. Al mogen de Fliplanders met recht wel een vrij stabiele derdeklasser worden genoemd. “We willen graag een club zijn in de meest pure zin van het woord. Betalen doen we sowieso niet. We proberen echter wel om onze kaderleden en overige vrijwilligers te waarderen door af en toe een presentje te verzorgen of een feestavond te organiseren. Dat wordt gewaardeerd en we zien dan het verloop vrij minimaal is.

Dat geeft aan dat mensen de club een warm hart toedragen en dat willen we graag.” Van Oudenaarde ziet zichzelf als een vliegende keep in het geheel. Als oud-speler, oud-penningmeester, jeugdtrainer enzovoorts heeft hij al een heel verleden bij NOAD achter de rug. En ook in de toekomst ziet hij zichzelf nog wel even actief blijven. “De olie zijn tussen de tandwielen om alles gesmeerd te laten draaien. Dat is wat ik wil blijven doen zolang het kan en ik er plezier aan beleef. En dat is nog elke keer zo als ik op de club kom dus dat zit wel goed.”