“Het is druk vandaag”, zegt Herman Raue, als de telefoon rinkelt en op hetzelfde moment een leider van Zestienhoven komt binnenlopen. De kamer van wedstrijdzaken van CWO is op zaterdag hét zenuwcentrum van de Vlaardingse club.

“Normaal gesproken zijn we in de ochtenduren altijd met twee man, maar mijn maatje is ziek en belde vanmorgen af. Dat is overmacht.” Het betekent wel dat de 59-jarige verzekeringsman om werk niet verlegen zit. De leider van Zestienhoven wordt snel en vakkundig de kamer uitgewerkt. “JO17-3? Veld 3. Hier heb je de sleutel van de kleedkamer, maar ik wil wel een borg”, zegt Raue vriendelijk. Even later komt een CWO-vader vragen om twee vlagen. “Alsjeblieft, succes ermee.”

“We hebben een pooltje van een man of negen voor de wedstrijdkamer”, vertelt Raue. “Meestal twee man in de morgen en eentje na één uur. Ik ben er elke zaterdag. De grootste drukte zit in de ochtend. Tussen tien en twaalf uur. In je eentje, zoals vandaag, is het eigenlijk niet te doen.”

Raue vertelt dat hij weer vroeg was op de club. “Ik ben ook consul en voordat de wedstrijden beginnen moet alles klaar gezet worden. We beginnen al om half acht. Met de introductie van het nieuwe pupillenvoetbal zijn de afmetingen van de veldjes anders en dat betekent ook dat de doelen op het goede veld moeten komen.”

Officieel behoort hij niet tot de zaterdagploeg. “Ik ben wedstrijdsecretaris van de club, ik maak doordeweeks de planning en indeling van de kleedkamers.”

Hij herinnert zich nog de tijd dat hij als wedstrijdsecretaris van HVO te maken had met papieren wedstrijdformulieren. “Wat dat betreft is die app van sportlink wel een verademing. Ik hoef nu alleen maar in de gaten te houden of alles goed gaat en of wedstrijden zijn vastgelegd. Vroeger had je veel meer administratieve rompslomp van een wedstrijd.”

De indeling van de wedstrijden is volgens hem niet lastig. “Dat komt omdat we met vier velden goed bedeeld zijn als CWO. Het is de bedoeling dat we nog flink gaan groeien. Dit park is daar vooruitlopend op gerealiseerd. We zitten nu echt een luxe-situatie. De eerste wedstrijden beginnen pas om half tien. Dat is, zeker in de wintermaanden, wel lekker. Bij andere clubs spelen ze hun eerste wedstrijden om half negen. In het donker met de lichtmasten aan. Dat hoeven wij gelukkig niet.” Als hij aan het begin van de middag wordt afgelost, zit zijn werk er op. Tenminste, in de wedstrijdzakenkamer. “Ik fluit nog een wedstrijdje. Dat vind ik leuk.”

Volgend jaar viert hij zijn 50-jarig lidmaatschap. Hij moet in zijn HVO- en CWO-tijd duizenden uren vrijwilligerswerk hebben gedaan. “Ik heb ze nooit geteld. Ik ben een manusje van alles, maar heb wel geleerd nee te zeggen.”

“Als er iets was of gedaan moest worden, liepen ze allemaal naar Herman. Nou, op een gegeven moment had ik mijn taks bereikt. Ik moet ook zeggen dat het me niet makkelijk viel om voor de eerste keer nee te zeggen. Ik doe graag dingen voor andere mensen. Dat zit in mij. Maar er was een moment dat het de spuitgaten uitliep. Toen heb ik even voor mezelf gekozen. Ik ben daar sowieso makkelijker in geworden. Het wordt steeds lastiger om voldoende kader te vinden. Sommige zaken op de club blijven liggen. Dan is dat maar zo. Als er niet genoeg handjes zijn om te helpen is dat een logisch gevolg.”