“Ook ik zit bij een nederlaag met een chagrijnig gezicht op de bank thuis”, zegt fysiotherapeut Harmen Roza als zijn betrokkenheid bij Brielle ter sprake komt. “Ik zie die jongens drie keer in de week en ben ook onderdeel van het team. Ik deel dezelfde emoties, ik ben teleurgesteld als we verliezen, blij als we winnen.”

Roza heeft in Hellevoetsluis een eigen éénmanspraktijk . “Iedereen die een eigen zaak heeft, weet dat je nooit klaar bent en dat er altijd nog werk is”, geeft hij aan. “Brielle zorgt voor een mooie diversiteit in mijn werk. Een voetbalclub is een dynamische omgeving. Er gebeurt altijd wel wat. De sfeer is gemoedelijk, maar tegelijkertijd ben je met elkaar bezig om zo goed mogelijk te presteren. In die omgeving voel ik me echt thuis. Ik zit niet voor niets al sinds 2012 bij Brielle.”

Met zijn dertig jaar zou hij zo maar ook voetballer kunnen zijn geweest. “Klopt helemaal”, lacht Roza. “Ik krijg nu ook jongens op de tafel die 34, 35 jaar zijn. Voor mij was die voetbalcarrière helaas niet weggelegd.”

Op zijn twaalfde jaar was het voor Roza als actief voetballer al einde oefening. “Later toen ik fysiotherapie studeerde, kwam ik er achter wat het werkelijke probleem was: mijn meniscus. De gemiste tijd van toen haal ik nu in bij Brielle.”

Roza doet bij Brielle meer dan voor de wedstrijd ‘een enkeltje tapen’. Zijn taken beslaan het hele pakket. Van blessurebehandeling tot hersteltraining. En daar hoort ook een stukje preventief onderhoud bij.”

“Afkloppen”, zegt hij als hem wordt gevraagd of hij de laatste jaren bij Brielle is geconfronteerd met zware blessures. “Dat valt reuze mee. In de laatste jaren één geval.”

Met zwaar doelt hij op gescheurde kruisbanden. “Eén is nog altijd één te veel. Het was vreselijk voor die jongen, dat vreet ook aan mij. Hij was nieuw bij Brielle en in één van de eerste oefenwedstrijden ging het mis. Je bouwt met iedere speler een persoonlijke band op. Iedere blessure is ook anders, maar dit geval greep me persoonlijk wel behoorlijk aan.”

De verdeling van de taken bij Brielle zijn duidelijk. “De trainer is er voor het technische deel, ik voor het medische. Daarbij staat de gezondheid van de speler altijd voorop. Als ik vind dat een speler met een hoofdwond of andere blessure gewisseld moet worden, gebeurt dat.

Dat wordt mij niet altijd door de speler in kwestie niet in dank afgenomen. Spelers willen altijd voetballen. Het is mijn taak om risico’s in te schatten en blessures niet te laten verergeren.”

“Voor iedere geblesseerde speler maak ik een persoonlijk behandelplan. De trainer informeer ik wat de vorderingen zijn en of hij weer over een speler kan beschikken. Doordeweeks hebben we regelmatig contact.”

Daarnaast adviseert Roza spelers hoe blessures te voorkomen. “Voorkomen is beter dan genezen. In de sportfysiotherapie ligt de nadruk op de preventie. Bij Brielle doe ik altijd de warming-up bij trainingen en de wedstrijd. Voor de vakantieperiode krijgen spelers een programmaatje. Sommige houden zich daar strak aan, bij anderen heb je het vermoeden dat ze dat niet doen.”

En dan is er nog de invloed van het kunstgras op blessures. “Het staat niet vast dat er substantieel meer blessures zijn dan op natuurgras”, reageert Roza. “Je ziet wel dat er andere blessures ontstaan. Op gewoon gras waren het vooral enkels, op kunstgras zie je meer knieproblemen.”