Jordy-de-Wit

Hij is bezig aan pas zijn eerste seizoen voor DSC, maar nu al voelt Jordy de Wit (29) zich helemaal op zijn gemak op sportpark Ipperakkeren. De goaltjesdief uit Rosmalen is onlangs in Kerkdriel komen wonen en mede daardoor besloot hij afgelopen zomer om het shirt van Roda Boys in te ruilen voor dat van de blauw-witten. Daarin hoopt hij te doen wat hij het liefste doet: veel scoren.

De schoonvader van Jordy de Wit, genaamd Jack Ackermans, is verzorger van DSC en zijn zwager Jay keept daar in de selectie. Hierdoor was de aanvaller de laatste jaren al goed op de hoogte van het wel en wee bij de gezellige dorpsclub. Toen hij ook nog eens besloot om met zijn vriendin een huis te kopen in Kerkdriel, zag De Wit het wel zitten om afgelopen zomer zelf lid te worden van de dorpsclub. Na twee jaar Roda Boys zag de veelscorende aanvaller de overstap naar DSC als een mooie kans om direct goed te integreren in zijn nieuwe woonplaats. “Ik woon er nu sinds kort en direct heb ik, vooral dankzij DSC, razendsnel veel toffe mensen leren kennen. De club voelt aan als een warm bad en onze selectie bestaat stuk voor stuk uit gezellige gasten.”

MIDDENMOOT
Het is fijn om in een leuk team te spelen, maar voor De Wit is het zeker zo belangrijk dat hij in een goed elftal is terechtgekomen. Omdat zijn vorige club Roda Boys op zaterdag speelt, kon de vleugelaanvaller afgelopen seizoen vaak met eigen ogen aanschouwen op zondagmiddag hoe DSC menig tegenstander zoek speelde op sportpark Ipperakkeren. Dat het elftal kampioen werd, verbaasde De Wit dan ook niet. “DSC heeft een leuk team, dat had ik vorig jaar al snel gezien. Ik denk ook dat we minimaal voor een plek in de middenmoot moeten gaan. Bovendien vind ik het gaaf dat de club enorm leeft, er zijn veel fans die alle wedstrijden bezoeken. Als speler zet je voor die mensen vaak toch een stapje extra.”

De Wit begon ooit zijn loopbaan bij Maliskamp. Na een periode in de jeugd van FC Den Bosch belandde hij bij OJC Rosmalen. Vervolgens speelde hij drie seizoenen voor Nivo Sparta en de afgelopen twee jaar verdedigde hij de kleuren van zaterdagtweedeklasser Roda Boys. “Ik had het bij die club op zich goed naar mijn zin. Maar vanuit mijn toenmalige woonplaats Rosmalen vond ik de reisafstand naar Aalst wat te ver. Ik had hierdoor steeds minder zin om te trainen. Ik vind het fi jn om nu bij DSC te spelen.” Wat is volgens De Wit het grootste verschil tussen het zondag – en het zaterdagvoetbal? “Op zaterdag is het voetbal veel fysieker”, zo heeft hij gemerkt. “Op zondag wordt er iets meer de nadruk gelegd op technisch verzorgd spel. Van beide speltypes ben ik niet vies.”

VEEL POTENTIE
Het niveau bij DSC heeft hem positief verrast. “Het is wat lager dan dat ik gewend was, maar er zit veel potentie in onze ploeg. Natuurlijk is er ruimte voor verbetering, maar dat is logisch aan het begin van het seizoen.” De Wit vormt een spitsentrio met Bas Vos en Martijn Veldmuis en met zijn compagnons hoopt hij veel te scoren. Dat moet ook, als hij een speciale weddenschap wil winnen. “Als we met zijn drieën minimaal dertig goals maken, neemt een supporter ons mee uit eten. Lukt dat niet, dan betalen wij een etentje”, zegt hij.

Wie de weddenschap wint, dat zal de toekomst uitwijzen. Zeker is in ieder geval wel dat De Wit nu al weet dat hij niet meer weggaat bij DSC. “Ik wil hier nog vlammen in het eerste, wie weet ga ik daarna nog in een lager team spelen en daarna is het mooi geweest. Ik heb geen ambities meer om voor een andere vereniging te gaan spelen, die tijd heb ik gehad.”