Tegenstanders van het tweede elftal van Rhoon zijn gewaarschuwd: ook dit seizoen staat Lucien Versendaal weer in de spits. “Mijn tweede leven als voetballer”, constateert de werknemer van een softwarebedrijf met een lach.

Jarenlang was Versendaal, dertiger intussen, een snelle buitenspeler. Een bal diep en de roadrunner van Rhoon 2 zette het op een rennen. Zijn snelheid werd echter in de loop der jaren steeds iets minder. Dat zagen ook zijn trainers. “Roald Venekamp was de eerste die mij in de spits heeft gezet. Ron van der Neut is daar later mee doorgegaan.”

Het bleek een vondst die ook voor Versendaal zelf als een verrassing kwam. In de spits kon hij uitstekend uit de voeten. Sterk als aanspeelpunt, maar ook handig in de kleine ruimte van het zestien metergebied om zich zo te ontdoen van de in zijn nek hijgende verdedigers.

“Je moet mij geen hoge en lange ballen gaan geven”, reageert Versendaal. “Dat werkt niet. Voorzetten van de zijkant, dat werkt ook minder. Ik ben van de combinatie, maar ook van de korte actie. Ik draai makkelijk weg en schiet ook makkelijk. In het strafschopgebied lijkt het  net of ik een extra zintuig heb. Als ik het doel ruik, ruik ik bloed, haha.”

Versendaal is met zijn 31 jaar een ‘buitenbeentje’ in Rhoon 2, dat voornamelijk uit jonge spelers bestaat. “Klopt, maar dat vind ik juist wel leuk. Die jonge gasten houden je jong. Wat is nou acht jaar leeftijdsverschil? Ik zie het allemaal als nieuwe vrienden. Overigens ben ik niet de enige met drie kruisjes achter mijn naam.”

Waar hij wel in verschilt ten opzichte van zijn jonge(re) ploeggenoten is dat hij geen aspiraties heeft als het gaat om het eerste elftal te halen. “Als dat het geval was geweest, had dat eerder moeten gebeuren”, levert hij nuchter commentaar. “Die jonge gasten moeten er voor gaan, die hebben er leeftijd voor. Ik heb zelf nooit die drang gevoeld.” Ondanks dat hij al op  zijn zeventiende debuteerde in het eerste elftal, uit bij ZBVH in Zuid-Beijerland. “Ik ben altijd wel realistisch geweest. Ik ben nooit overtuigd geweest dat ik goed genoeg zou zijn geweest voor het eerste. Ik had het gevoel dat ik op mijn tenen liep. En twaalfde, dertiende man is ook niet alles. Bij het tweede heb ik het altijd perfect naar mijn zin gehad.

Nu ook weer, we hebben een hartstikke leuke groep en spelen op een aardig niveau, reserve tweede klasse. We moesten voor de trainer op een briefje schrijven wat onze verwachtingen voor dit seizoen zijn. Ik heb aangegeven dat ik wel voor een periodetitel wilde gaan. Mijn persoonlijk doel is om minimaal vijftien keer te scoren. Dat was ook het aantal van vorig seizoen. Een spits leeft toch ook bij de gratie van doelpunten, hé.”