Rijnmond-Jesse-de-Waard-KMD-eeuwig

Zijn naam lijkt voor eeuwig verbonden aan KMD. Jesse de Waard (34) is als voetballer al een monument van Klein Maar Dapper. Aan een afscheid denkt hij nog niet, wel aan promotie naar de tweede klasse.

Het liefste staat hij iedere trainingsdag op het veld. “En gaan met die banaan.” Maar met het ouder worden, zo weet De Waard ook, is het ook belangrijk om het lichaam soms rust te geven. “Trainer Martijn de Mooij doet daar nooit moeilijk over, de andere spelers ook niet”, zegt de routinier. “Dat is het voordeel van een familieclub als KMD.”

Het geeft de kans om op deze dinsdag dochtertje Isabelle naar bed te brengen. “Anderhalf is ze”, vertelt hij vol trots. “Ze heeft ons leven verrijkt.”

Waar veel voetballers na het stichten van een gezin de kicksen aan de wilgen hangen, hield De Waard ‘gewoon’ het zwart en wit aan. “Ik ben een echte liefhebber. Ik geniet nog volop van het spelletje. Het past prima in het programma in de week. Waarom zou ik stoppen?”

Hij is veel te bang om eventueel succes van KMD te missen. Vorig seizoen was het al bijna raak voor de Wateringers. Het kampioenschap ging net aan hun voorbij. De nacompetitie was vervolgens geen succes. “Dat we van VVSB verloren was onnodig”, aldus De Waard, die zijn ploeg dit seizoen opnieuw grote promotiekansen toedicht. “We zijn er zeker niet zwakker op geworden. Vooral in de breedte zijn we gegroeid. Er zijn talentvolle spelers doorgekomen. Je weet natuurlijk nooit hoe het seizoen loopt en wie je concurrenten worden. Het is in ieder geval leuk dat we een aantal Westlandse derby’s erbij hebben gekregen”, wijst hij op de terugkeer van Monster in de derde klasse.

Hij is bij KDM een speler, al is het alleen maar vanwege zijn leeftijd en ervaringsjaren, die veel verantwoordelijkheid draagt. Hij vindt dat zelf niet meer dan logisch. “Mijn rol is in de loop der jaren ook anders geworden. Ik sta nu achter de spitsen. Was ik vroeger meer een afmaker, nu zet ik met steekpassjes andere spelers vrij voor het doel. Ik geniet daar net zo van als dat ik vroeger zelf scoorde.”

Hij zegt dat hij het geluk bij KMD heeft gehad trainers te zijn tegen gekomen die het in hem zagen zitten. Herman van Dinten was zo’n trainer. “Ik was jong en druistig en had op dat moment helemaal niet het idee dat ik goed kon voetballen. Herman gaf me voorin alle vrijheid. Geen opdracht, geen keurslijf. Ik kon lekker mijn gang gaan.”

Zijn ontwikkeling viel ook in de omgeving op. Uit de lange rij met clubs die interesse toonde, koos hij Westlandia. In Naaldwijk speelde hij twee seizoenen om vervolgens weer terug te keren op het oude nest. In 2016 werd hij op sportpark Suydervelt gehuldigd voor zijn driehonderdste wedstrijd in KMD-dienst. Hij is hard op weg naar de vijfhonderd. “Ik hou het zelf niet bij, hoor. Het is geen doel op zich, een doel is wel om plezier te hebben. En dat hebben we met dit team”, verzekert hij.

Hij denkt dat KMD onder De Mooij de juiste formule heeft gevonden. “We zijn anders gaan voetballen. We laten de tegenstander wat meer komen en slaan toe in de omschakeling. Er was in het begin best wat scepsis. Ook ik had die, maar de trainer had het wel bij het rechte eind. Deze tactiek zit ons als een goed pak.”