HANS

Als er rond februari en maart het eerste contractnieuws naar buiten komt bij Zwaluwen, is vaak het eerste dat Hans Sloof zijn contract met een jaar heeft verlengd. “Ik zit hier goed”, zegt de Barendrechter, die al vijftien seizoenen verbonden is aan de Vlaardingse club. “Ik ben niet zo’n clubhopper.”

“Bij een club als Zwaluwen kan het best eens onrustig zijn”, zegt Sloof (53). “Maar als keeperstrainer blijf je vaak buiten schot. Trainers komen en gaan, datzelfde geldt voor spelers op dit niveau. Waar het mij om gaat, is dat ik goed kan werken en plezier kan hebben met die jongens.”

Met ‘die jongens’ doelt hij op de drie keepers die hij onder zijn hoede heeft. “Een keeper wil altijd hard werken. Ik ben er eigenlijk in al die jaren nog nooit eentje tegengekomen die de kantjes er vanaf liep. Ik maak ook altijd duidelijk dat ik van hard werken hou. Heb je geen zin? Prima, maar blijf dan lekker thuis. Dan verdoe ik tenminste mijn tijd niet.”

Het is Sloof ten voeten uit. Hij heeft van z’n hart nooit een moordkuil gemaakt. Bij wedstrijden van Zwaluwen let hij niet alleen op zijn pupil onder de lat, maar ook op de veldspelers. “Als de rechterspits het niet goed doet, zeg ik daar wel iets van. Ik vind dat dát moet kunnen. Uiteindelijk maak ik onderdeel uit van de staf.”

Hij ‘versleet’ in de jaren heel wat trainers. Adri Poldervaart, Oscar Biesheuvel om er twee te noemen. Bijna allemaal namen zij de adviezen bij de keuze voor de eerste keeper van Sloof ter harte. “Danny Schenkel, die vorig seizoen trainer was, nam zijn eigen besluit. Een goede trainer overigens, maar wel eentje voor het betaalde voetbal. Hij is geen clubtrainer.”

Hij vindt het jammer dat het elftal van vorig seizoen uit elkaar is gevallen. “Daar was aardig aan gebouwd en dat bouwwerk stortte in één keer in. Jammer, want het was een goed op elkaar ingespeeld team. Er zijn veel nieuwe spelers gekomen. Dat is tegenwoordig óók hoofdklasse. Consequentie van de vele wijzigingen is dat er een tijd overheen gaat voordat het weer een team is. Het wordt daarom een lastig seizoen.”

Ook de man onder de lat is nieuw: Marc van Splunter die eerder bij Barendrecht keepte. “Een uitstekende keeper met een prima instelling”, zegt Sloof over zijn pupil. “En kritisch op zichzelf. Hij is er een tijdje uit geweest en weet dondersgoed dat hij dan ook extra trainingsarbeid moet verrichten.”

Hij bezorgt zijn keepers altijd gevarieerde trainingen. “Keepers zijn gek van hun vak, maar de trainingen moeten wel uitdagend zijn. Als jij op je werk altijd hetzelfde doet, motiveert dat ook niet, dus zorg ik altijd dat er gevarieerde oefeningen zijn. Het is mijn taak om ze fit en in conditie te houden. Hoe ze moeten keepen, dat hoef ik ze niet meer te leren op dit niveau. Ik ben niet de autobouwer, maar de onderhoudsreparateur, zeg maar.”

De eisen die aan keepers worden gesteld, zijn de afgelopen twintig jaar veel hoger geworden, stelt hij. “Toen ik zelf nog keepte, werd je beoordeeld op het stoppen van ballen. Nu moet een keeper ballen tegenhouden, goed kunnen meevoetballen en sterk in de coaching en communicatie zijn. Als keeper moet je een behoorlijke bagage hebben. Dat is een fors eisenpakket. Daarom is een keeper nooit af. Er zijn altijd punten om bij te schaven.”