Chris Birahy mag dan de zeventig zijn gepasseerd, het was voor hem geen beletsel om een nieuw avontuur aan te gaan. Bij Rhoon heeft hij komend seizoen het tweede elftal onder zijn hoede. Zijn drijfveer? “Spelers beter maken. Of ze nu twintig of dertig zijn.”

Op de vraag of hij na meer dan 55 jaar nog niet uitgekeken is op voetbal antwoordt hij resoluut. “Dit is eeuwige liefde.”

Liefde die opbloeide toen hij als tiener opgroeide in Kinderdijk, waar hij met zijn ouders vanuit de Molukken naartoe was verhuisd. Amper zestien jaar was hij toen hij al zijn debuut maakte in het eerste team van De Zwerver, de plaatselijke club. “Ik was technisch en zeer behendig. Onze voorhoede was destijds berucht. Aan de andere kant stond Gerrit Slagboom.”

Zijn talent bleef niet onopgemerkt. Voetbal International schreef in 1967 over hem, Go Ahead Eagles, toen een grote club in de eredivisie, pikte hem op. “Ik verhuisde naar het internaat in Deventer. Daar heb ik een half jaar gezeten. Toen moest ik van mijn vader terugkomen. Ik moest maar eerst mijn schooldiploma halen. Zo ging dat in die tijd.” Hij speelde jarenlang bij RVVH en op zijn dertigste verkaste hij naar het inmiddels ter ziele gegane HION in Rotterdam-Crooswijk. “Dat was een zalige club om te spelen. Ik heb daar vijf jaar gespeeld en ben vervolgens teruggekeerd om af te bouwen bij RVVH. Ik heb mijn afscheid zo lang mogelijk uitgesteld.”

Dat Birahy trainer zou worden, stond toen al vast. Hij trainde bij RVVH drie seizoenen de A1 en vier seizoenen het tweede elftal. Dat hij honkvast is, bleek bij Barendrecht, waar hij maar liefst zeventien seizoenen op rij (!) de A1 deed. “Het is altijd mijn drive geweest om spelers beter te maken. Niet alleen de grootste talenten, maar ook de groep daaronder. Ik vind het hartstikke leuk dat sommige jongens het bij Barendrecht ver hebben geschopt, maar geniet net zo van spelers die voor hun doen het maximale eruit hebben gehaald.” Hij vindt het belangrijk dat clubs aandacht hebben voor álle spelers in de selectie. “Vaak zie je dat alleen het eerste elftal telt. In mijn ogen ben je dan niet goed bezig. In de A2, het tweede en derde zitten wel de jongens die in de toekomst trainer, leider of bestuurslid worden. Daarom is het van belang daar veel aandacht aan te steden. Je wordt terugbetaald.”

Een taak die wel kon worden uitbesteed aan het Ridderkerkse voetbaldier, die de laatste vijf seizoenen bij RVC’33 in Reeuwijk het tweede elftal onder zijn hoede had. “Mijn werkwijze werkt overal”, zegt hij zonder arrogant te willen zijn. “Ik refl ecteer veel, hou spelers een spiegel voor. Waarom doe je dit in het veld? Ik laat ze nadenken over oplossingen.” Daar hoort geen straks keurslijf in qua opdrachten en tactiek. “Ik ga mijn spelers niet volstopen met taken. Dat werkt niet. Geen tegenstander is hetzelfde, geen wedstrijd is hetzelfde. Ik bereid ze voor om zelf dingen in het veld op te lossen. Ik speel altijd 4-3-3. Dat is voor iedereen duidelijk. De veldbezetting is dan ook beter. Als de rechtsback opstoomt trekt de rechtermiddenvelder naar binnen.”

Birahy trainde nooit een eerste team. “Ik heb daar nooit de behoefte aan gehad. Ik gedij het beste in de luwte. Alle ogen zijn op het eerste elftal gericht. Dat moet presteren. Als je trainer bent van een tweede team leef je veel minder in de waan van de dag. Niet dat ik niet wil presteren, maar de druk is toch anders.” Met zijn 71 jaar behoort hij tot de veteranen van het trainersgilde. Zo voelt hij dat zelf zeker niet. “Joh, ik voel me vijftig. Voor mij is dat geen issue en gelukkig voor Rhoon ook niet. Ik wil nog zeker een paar jaar op het veld staan.”