In het seizoen van de wederopstanding is een belangrijke rol weggelegd voor de routiniers van Barendrecht. Met twee seizoenen Kozakken Boys en drie seizoenen ASWH in zijn rugzak neemt Stanley Husen (30) bij zijn terugkeer nog meer ervaring met zich mee dan toen hij in 2014 de poort op sportpark De Bongerd achter zich sloot.

“Het voelt echt als thuiskomen”, zegt de in Rotterdamcentrum woonachtige Husen. “Toen ik mij voor de eerste training meldde hier was alles weer lekker vertrouwd. Ik ken elk hoekje en gaatje van het complex.”

Dat Husen dat gevoel had, was niet vreemd. Hij was nog een E-tje toen hij met zijn ouders naar Barendrecht verhuisde en hij De Musschen inruilde voor Barendrecht. Buiten een uitstapje van twee jaar naar de Feyenoord-jeugdopleiding droeg hijaltijd het rood en wit van Barendrecht. “Toen ik hier vijf jaar geleden vertrok om bij Kozakken Boys te gaan spelen heb ik al geweten dat ik hier weer een keer zou terugkeren. Alleen het moment stond niet vast.” Dat hij dit seizoen weer op De Bongerd in het hart van de Barendrechtse verdediging te bewonderen is, had te maken met twee redenen. Na twee jaar Kozakken Boys en drie jaar ASWH was het tijd om terug te keren, vond hij. “Ik wilde destijds mijn horizon verbreden. Kozakken Boys bood mij die kans.” Hij werd met de Werkendammers kampioen van de Topklasse. “Op De Bongerd nog wel”, lacht hij om te onderstrepen dat Barendrecht een rode draad in zijn voetballeven was. “We verloren die dag wel van Barendrecht, maar omdat Spakenburg ook verloor, waren we toch kampioen.”

Hij beleefde ook bij ASWH prima jaren, maar zijn roodwitte ‘thuis’ riep. “Ik kon bij ASWH blijven en had het er naar mijn zin.” Alle seinen bij Barendrecht kwamen echter op groen te staan toen Husen herenigd kon worden met trainer Jack van den Berg. “Dat heeft zeker een belangrijke rol gespeeld bij mijn besluit om terug te keren”, zegt Husen. “Ik heb Jack als trainer én mens hoog zitten. Prestatie bij hem is belangrijk, maar hij acht er ook waarde aan dat je na afloop van de wedstrijd of training dingen samen doet. Zo zit ik er ook in. We zijn geen profvoetballers, hoewel veel mensen dat misschien denken. Ik speel omdat ik plezier heb in het spelletje. Jack weet daarin altijd goed de balans te houden. Daarnaast is hij natuurlijk een goede trainer.”

Van den Berg kon Barendrecht vorig seizoen echter niet behoeden voor degradatie uit de tweede divisie. “Toen ik in januari mijn jawoord gaf aan de club stonden ze er nog redelijk voor”, vervolgt Husen. “Barendrecht heeft een slecht jaar gehad, maar ik heb er geen spijt van dat ik ben teruggekeerd. De tweede en derde divisie zijn sterke competities. De verschillen zijn zó klein dat je bij een minder jaar de pineut kan zijn. Zeker als je het, zoals Barendrecht, met een bescheiden budget moet doen.”Garanties dat Barendrecht een trapje lager een hoofdrol gaat spelen, kan Husen niet bieden. “Ik loop zelf lang genoeg op divisieniveau mee om te weten dat de krachtsverschillen zeer beperkt zijn. De ploegen in het linkerrijtje van de derde divisie zijn niet of nauwelijks minder dan die in het rechterrijtje van de tweede divisie”, tempert hij te hoge verwachtingen.

Hij wijst naar de kracht van de concurrentie. “Ik verwacht VVSB, dat ook gedegradeerd is, DOVO, maar zeker ook DVS’33 bovenaan.” DVS’33 noemt Husen als grootste kampioenkandidaat. “Dat had al een uitstekende ploeg en heeft dan ook de middelen om Joshua Patrick, de nummer één van de topscorerslijst in de derde divisie, aan te trekken. Zij zullen de te kloppen ploeg zijn. Wij zullen in het seizoen moeten groeien. Makkelijke wedstrijden zijn er niet in de derde divisie.”