Toen hij vorig jaar werd uitgeroepen tot sportvrijwilliger van het jaar in Barendrecht onderging Mels van der Pas de bijbehorende plichtplegingen gelaten. “Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond te staan”, zegt hij.

Ik was overigens volkomen verrast. Mijn zoon stond op een gegeven moment voor mijn neus. Ik vroeg nog: wat doe jij hier? Toen bleek hij nog wat andere mensen te hebben meegenomen.”

Hij is al jarenlang het gezicht van de interne zaalcompetitie van Barendrecht. Vroeger werd er gespeeld in sporthal De Driesprong, sinds de opening is sporthal De Waterpoort in Carnisselande de thuisbasis. “We spelen iedere maandag”, vertelt Van der Pas (74). “Acht wedstrijden op een avond. We beginnen om half zeven en gaan door tot elf uur. Ik ben er van begin tot eind.”

Hij kon zelf meer dan redelijk voetballen. Hij groeide op in Heerjansdam, maar verhuisde naar Barendrecht, waar hij met zijn broers Arie en Rob de voorhoede vormde van de hoofdmacht. “Dat was uniek, drie broers samen in de aanval. Bij ons thuis ging het ook altijd over voetbal.”

Het noodlot sloeg echter toe. Van der Pas brak zijn been toen hij in botsing kwam met een keeper van de tegenstander. “Ik was toen 20 jaar. Ruim vijftig jaar geleden was de medische begeleiding anders dan nu. Tegenwoordig zou ik met die blessure al snel op de operatietafel hebben gelegen.

Toen stuurde de huisarts mij na een week of drie een keertje door naar de specialist. Dat was overigens een goede, Van der Slikke heette die man. Hij heeft een voor die tijd revolutionaire operatie gedaan. Ik heb er wel een ritsluiting van boven tot beneden aan overgehouden. Nu maken ze een gaatje.”

Het betekende wel een vroegtijdig einde van zijn voetbalcarrière. “Ik was bang dat ik opnieuw een zware blessure zou oplopen.” Hij vond zijn vertier in het geven van trainingen aan de jeugd, hij was ook jarenlang leider. Hij maakte deel uit van het bestuur in de periode tussen 1986 en 1994. “Ik heb ook jarenlang in de commissiekamer gezeten op zaterdag voor de wedstrijdzaken.”

Nu behoort hij nog tot de werkploeg die een paar keer per week schoonmaakt en allerhande klusjes doet op De Bongerd. “Ik heb zelf twee kromme handen, dus de ingewikkelde karweitjes zijn niet aan mij besteed. We hebben het altijd heel gezellig.”

Zo loyaal hij was aan zijn vroegere baas – hij werkte zijn hele leven in Barendrecht als tapijtverkoper – zo trouw ook verzorgde en verzorgt hij de zaalcompetitie van de BVV. “Ik ben bij de zaalvoetbal gekomen toen we nog met vijf teams aan de externe competitie meededen. Maar al snel verdween bij de jongens de zin om op kwart voor elf op een doordeweekse avond in Hellevoetsluis hun wedstrijdje te spelen.”

De zaalvoetbalcompetitie van Barendrecht is inmiddels een begrip. “We hebben elk jaar tussen de 28 en 40 teams. Dit jaar hebben zich 29 teams ingeschreven. Ik maak de competitie-indeling, het programma en regel scheidsrechters. We spelen in drie divisies en deel de teams op kracht in. Als teams eruit springen qua resultaten grijp ik in. Dan gaan we, tijdens het seizoen, schuiven met de teams. Ik wil het voor iedereen leuk houden. Als je iedere keer met 10-0 verliest, gaat de lol er snel van af.