Hij moet altijd inwendig lachen als hij sommige van zijn collegatrainers tijdens een wedstrijd ‘van alles’ ziet opschrijven. “Voetbal is geen wetenschap, hoor”, benadrukt André Stafleu. “Maak het niet ingewikkelder dan het is.”

Hij trainde in het betaalde voetbal in Nederland en ook enige jaren in het buitenland. “Wat voor taal mensen ook spreken, voetbal is overal hetzelfde.” Daardoor ook is het voor de oud-prof van Feyenoord, Vitesse en Haarlem geen enkel probleem om in de derde of vierde klasse te werken. “Het gaat me om het spel. Ik hou intens van voetbal”, bekent hij. “Daarom plak ik ook geen einddatum aan mijn carrière.

Ondanks zijn 63 jaar begon hij deze zomer aan een nieuwe klus, bij Slikkerveer moet hij proberen de schade van vorig seizoen te repareren. De club degradeerde uit de tweede klasse. “Nét te weinig kwaliteit en daarnaast liep het elftal niet over van het zelfvertrouwen”, zegt Stafleu, die vorig seizoen nog onder contract stond bij zaterdagderdeklasser Zestienhoven. Hij wil Slikkerveer dit seizoen wat meer bravoure geven. Hij gruwelt echter van de competitie die door de KNVB is bedacht. “Derde en vierde klasse bij elkaar… wie verzint zoiets?” Aan Slikkerveer de taak om in het eerste deel van de competitie bij de eerste zes te eindigen. “In februari beginnen we doodleuk aan een nieuwe competitie. Belachelijk, vind ik.

Als profvoetballer was hij al uitgesproken. In tijden dat de belangstelling van de media veel minder groot was, gaf hij eens een spraakmakend interview aan het gezaghebbende Voetbal International. ‘De trainer heeft mij als hoer gebruikt’, luidde de kop boven het artikel. Stafleu moet er om lachen. “Ik zei er eigenlijk niets meer mee dan dat ik multifunctioneel ingezet kon worden. Tegenwoordig hebben ze het over een polyvalente speler. Dat verhaal heeft me wel een tijdje achtervolgd. Het was ook wat uit zijn verband gerukt. Ik had met die journalist afgesproken in een biljartcentrum in Dordrecht. Toen ik die woorden sprak zaten we al drie uur en hadden we al aardig wat gedronken.

Het was in een tijd dat je als profvoetballer ook trainer was bij een amateurclub. “Toen ik bij Feyenoord speelde, trainde ik bij Barendrecht de A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Twee avonden in de week stond ik van vijf tot tien uur op het veld. Dat kon toen allemaal nog.”

Zijn lange trainerscarrière voerde hem ook naar China, waar hij bijna twee jaar werkzaam was bij FC Teda in de stad Tianjin. “Dat speelde op het hoogste niveau, de Super League. China was wel een belevenis, een heel andere cultuur. Een gigantisch groot land. We deden alles met het vliegtuig. Ik geloof dat we in één seizoen 129 binnenlandse vluchten hebben gemaakt.”

Hij kreeg er ook te maken met een andere mentaliteit. “Spelers waren zó volgzaam dat je ze bij het maken van een levende muur gerust een uur kon laten staan. Daar moet je hier niet mee komen. Na dertig seconden zijn de eerste spelers al weggelopen.”

“Prima club, prima mensen”, zegt Stafleu over Slikkerveer. “Ik vind het hier voetbal ademen. Mijn doel als ik ergens begin is om spelers dertig procent beter te maken.”

Geef een reactie