Met het binnenhalen van Arno Kooij (54) als hoofd jeugdopleiding wil Barendrecht de talentontwikkeling verder stroomlijnen. “Het moet voor iedereen duidelijk zijn welke weg een talent moet bewandelen richting de top van de club”, aldus Kooij.

De inwoner van Berkel en Rodenrijs vult op sportpark De Bongerd de vacature in die al een tijdje open stond na het vertrek van de vorige hjo, Roel Verwaaijen. Volgens de club was het hard nodig dat er een ervaren man kwam die de visie van de club uitdraagt en de kwaliteit van de jeugdopleiding bewaakt.

“Ik heb gemerkt dat de samenhang tussen de verschillende geledingen op sommige plekken wat ontbrak”, zegt Kooij. “Ik zal mij vooral in het begin richten op de verbetering daarvan. Er moet een goede opleidingsstructuur komen die voor iedereen duidelijk en begrijpelijk is. Er is een tijdje geen toezicht geweest van bovenaf en dat zie je terug. Dan wordt er niet één koers, maar worden er meerdere koersen gevaren.” Kwaliteit, zo geeft de voormalig hoofd jeugdopleiding van SHO, TOGB en Zwaluwen Vlaardingen, is er meer dan voldoende.

“Aan talent ontbreekt het niet. Barendrecht is altijd een bolwerk geweest en zal, met het grote aantal spelers, altijd talent voortbrengen. Kwaliteit in vorm van trainers is er ook meer dan voldoende.” Kooij was zeven jaar werkzaam bij TOGB in Berkel. In die periode legde hij een stevig fundament voor de jeugdopleiding van de Berkelse club. “De situatie van TOGB is niet te vergelijken met die van Barendrecht. Bij TOGB waren ze, toen ik begon, niet of nauwelijks gewend met prestatiegericht voetbal, bij Barendrecht is het diepgeworteld. Hier zijn ze veel verder.”

Het begint volgens Kooij altijd met een visie. “Barendrecht weet als club duidelijk wat het wil. Het is aan mij om die visie te vertalen richting het veld. Zonder goede trainers bereik je niks. Het derde aspect is de samenhang. Als die ontbreekt wordt het ook lastig om de geformuleerde doelstellingen te bereiken.”Kooij fungeert daarbij voor alle opleiders in de club als wegwijzer. “Ik weet zeker dat ik heilige huisjes omver ga trappen. Ik ga dingen doen die sommige mensen niet leuk vinden, maar ik dien het belang van de club, niet die van een individu.”“Eén van mijn stokpaardjes is dat kwaliteit op het gras moet staan. Daarom zul je je trainers moeten helpen bij het verder ontwikkelen. Er zal bij de opleiding van trainers nog meer aandacht moeten komen voor het mentale en fysieke aspect. De verbreding van de opleiding vormt een belangrijk deel van mijn taken.”