Drechtsteden-Richard-Smaal-Dubbeldam

In de Zeeuwse derde klasse sloeg de zaterdagploeg van Dubbeldam afgelopen seizoen bepaald geen modderfi guur en deed de formatie van Richard Smaal prettig mee in het kielzog van de stadgenoten Wieldrecht en DFC. Voor de komende jaargang is de uitgangssituatie anders, oordeelt de oefenmeester.

DORDRECHT – Smaal bekent ruiterlijk dat hij wel even moest slikken toen hij de indeling voor de voetbaljaargang 2019-2020 zag en opmerkte dat Dubbeldam, evenals stadgenoot DFC, naar West II wordt gedirigeerd. ,,Dit was wel even andere koek dan de ‘Zeeuwse’ poule waar we vorig jaar in gespeeld hebben. Zeker toen ik me een beetje ging verdiepen in de tegenstanders die we zouden gaan treffen. Ploegen die zich stevig hebben versterkt en duidelijk ambities hebben. En daar zitten ook formaties bij die vanuit de vierde klasse zijn gekomen.’’

Die optelsom maakt het voor Smaal duidelijk wat het uitgangspunt voor zijn selectie zal zijn: ,,In de eerste plaats mikken wij dit jaar op handhaven. Ten opzichte van vorig jaar zijn er wat mutaties in de groep geweest en al met al denk ik dat we iets hebben opgeleverd ten opzichte van dat seizoen. Gezien de kwaliteit van de ploegen in de poule moet je dan realistisch zijn en stellen dat we eerst maar eens voldoende punten moeten halen om ploegen onder ons te houden.’’

Smaal laat zijn oog langs de diverse opponenten gaan. ,,De ploegen in het Rotterdamse, zoals Nieuwerkerk, VVOR, Zwarte Pijl en BZC schat ik hoog in, maar ik vlak ook Groote Lindt uit Zwijndrecht niet uit. Die ploeg heeft een hele brede, sterke selectie en beleefde ook een prima voorbereiding. Wij kwamen als winnaar naar boven in de districtpoule, maar ik moet daar wel eerlijk over zijn dat we met SSW en Emma Dordtse ploegen troffen die niet bepaald de oorlogssterkte aantraden. Aan die wedstrijden kun je dus niet al teveel conclusies aan verbinden.”

In zijn tweede seizoen op sportpark Schenkeldijk is het voor Richard Smaal voortgaan op de door hem ingeslagen weg op technisch gebied. ,,Trainen op maandag en woensdag blijft een bijzonder fenomeen, maar zo is de situatie nu eenmaal. Het grote pluspunt ten opzichte van het vorig seizoen is het instapmoment: spelers weten wat er van hen verwacht wordt en we kunnen dus verder daar waar we gebleven waren. Dat is voor mij als trainer wel een prettig gegeven. In kwalitatief opzicht hebben we misschien iets ingeleverd, maar er staat wel een goede groep om mee te werken. Het is ook leuk dat we DFC weer zullen treffen in deze competitie, al denk ik dat die ploeg verder is dan dat wij zijn. Zaak zal zijn om goed te starten in deze competitie om niet meteen naar onderen te hoeven kijken.’